`Schutters verdienen eervol graf'

De bommenwerper die in de oorlog vlak bij Wilnis neerstortte en in de drassige grond verdween, moet worden opgegraven, vindt de `Stichting Berging Vickers Wellington 1943'.

,,Hier ergens is het''. Jan van Loo wappert met zijn hand, terwijl zijn blauwe BMW over de provinciale weg richting Mijdrecht zoeft. ,,Hier links. Hier is hij gecrashed.''

In het weiland naast de ir. Enschedeweg, even buiten Wilnis, is niets te zien. Op 5 mei 1943 was dat ook al zo. Die nacht had landarbeider Paul van Leeuwen de bommenwerper nog met brandende staart over de grasdrogerij zien scheren en neerkomen in het weiland. De volgende dag trof hij in het gras alleen een pruttelende krater aan: het drassige land had de 26 meter lange Vickers Wellington HE 727 volledig opgeslokt.

Vlak bij de crashsite vond Van Leeuwen een stuk van een arm en een schouderblad en een naamplaatje, met daarop de naam van de piloot van het toestel: warrant officer R.B. Moulton. De stoffelijke resten van Moulton werden bijgezet op begraafplaats van Wilnis. Navigator G.G. Carter en telegrafist/boordschutter H.H. Hoddinott slaagden erin om zich met parachute in veiligheid te brengen en werden in Uithoorn door de Duitsers ingerekend. De rest van deoorlog waren ze krijgsgevangenen.

De overige twee bemanningsleden, boordschutters J. White en J.E.A. Thibaudeau, slaagden er hoogstwaarschijnlijk niet in om op tijd uit het brandende vliegtuig te springen. Een oppervlakkige inspectie van crashlocatie door de Duitsers leverde geen spoor van de twee mannen op. Een grootschalige bergingsoperatie door de Britten in het najaar van 1946 evenmin. ,,De bergers zakten telkens tot hun knieën in de modder'', valt te lezen in het bergingsrapport van de Royal Airforce. ,,De beslissing werd genomen dat het materieel (...) volstrekt ontoereikend was voor de taak en de kans om de lichamen gedurende de winter te bergen, nihil.'' R114141 fleightsergeant J. White en R94389 fleightsergeant J.E. A. Thibaudeau zijn daarom tot de dag van vandaag `MIA', missed in action. Waarschijnlijk liggen ze een paar meter onder de grond in het weiland. `Presumed to be in wreckage', zegt het rapport.

,,Onacceptabel'', vindt Jan van Loo. ,,Deze mannen hebben in de oorlog voor ons de kastanjes uit het vuur gehaald.'' Jan Rouwenhorst: ,,Het gaat ons niet om het vliegtuig. Waar het ons om gaat, is dat deze twee mannen een eervolle, christelijke begrafenis krijgen.'' Fiscaal jurist Van Loo en geschiedenisleraar Rouwenhorst zijn zelf benoemde bestuursleden van de `Stichting Berging Vickers Wellington 1943'. ,,Eigenlijk ben ik het al het gezeur gewoon een beetje zat'', zegt Van Loo. ,,Maar het zou idioot zijn om nu te stoppen. Dat kan gewoon niet.'' Meer dan vijf jaar zijn ze al bezig, Van Loo en Rouhorst. En nog steeds ziet het er niet naar uit dat de beenderen van White en Thibaudeau definitief te ruste zullen worden gelegd. Vorige maand vergaderde de raad van de gemeente de Ronde Venen voor de zoveelste keer over de Vickers Wellington, en opnieuw werd de beslissing om tot berging te gaan vooruit geschoven.

Het probleem is geld. Uit een begroting van de Bergingsdienst van de Koninklijke Luchtmacht blijkt dat kosten van het bergen van de Vickers Wellington ongeveer 400.000 gulden zullen bedragen. Dat bedrag komt voor het merendeel voor rekening van de Rijksoverheid: in het wrak zouden zich wel eens niet afgeworpen bommen kunnen bevinden en dus kan de gemeente de Ronde Venen (Mijdrecht, Wilnis, Vinkeveen) aanspraak maken op een speciale subsidieregeling voor het opruimen van oude munitie. Wel dient de gemeente een eigen bijdrage van 100.000 gulden te betalen, plus tien procent van de overige kosten. Aangezien de stichting na een paginagroot artikel in de Telegraaf in 1999 80.000 gulden bijeengespaard heeft, komen de totale kosten voor de gemeente op 50.000 gulden. Dat bedrag had de gemeente al toegezegd voor `vooronderzoek'.

De gemeente moet de vier ton voorschieten. En dát is een financieel risico, zegt Jan Rouwenhorst. ,,Aan het einde van het jaar worden de declaraties van verschillende gemeenten opgeteld. Als ze het jaarlijkse budget overstijgen, dan wordt het geld via een verdeelsleutel verdeeld.'' En dan is er nog iets: onder het veen bij Wilnis bevinden zich zogenaamde `kwellen' van brak water. Bij een opgraving zou de kleilaag die het water tegenhoudt wel eens kunnen doorbreken, denkt de gemeente, zodat de weilanden onderlopen. Die schade zou voor geheel voor rekening van de gemeente komen.

En dus blijft de Vickers Wellington voorlopig liggen waar hij ligt, net als de circa 400 andere vliegtuigwrakken op Nederlandse bodem waarin zich waarschijnlijk nog menselijke resten bevinden. De meeste daarvan zijn in de Noordzee en IJsselmeer terecht zijn gekomen en dus in de praktijk niet te bergen. Voor de andere wrakken geldt het `beleid' van de Rijksoverheid om stoffelijke resten van omgekomen vliegers `uit piëteit' laat rusten. Alleen wanneer de openbare veiligheid in het geding is, of wanneer nabestaanden de `uitdrukkelijke wens' te kennen hebben gegeven om de familieleden te begraven, rust bij het Rijk een `inspanningsverplichting', zo schreef staatssecretaris H. van Hoof vorige maand nog in antwoord op Kamervragen.

Aan die laatste voorwaarde is voldaan. Van Loo en Rouwenhorst hebben inmiddels contact gelegd met Samuel White, de broer van de omgekomen boorschutter Joshept White. In een brief heeft deze inmiddels het Nederlanse ministerie van Defensie officieel verzoch om tot berging over te gaan. ,,Samuel White leefde in de overtuiging dat zijn broer in de Noordzee was gestort'', zegt Jan van Loo. ,,Het gaat erom dat er einde aan de discussie komt. Zolang het vliegtuig niet opgegraven is, blijven Thibaudeua en White vermist. Dan kunnen ze net zo goed overal liggen.''