`Rugbybond durft niet te kiezen'

Sinds het vertrek van bondscoach Geoff Old, in augustus van het vorig jaar, is het Nederlandse rugby weer terug bij af. Wie of wat helpt de noodlijdende sport opnieuw op de been?

Het klonk zo mooi: aansluiting vinden met de wereldtop en in 2003 deelnemen aan het wereldkampioenschap in Australië en Nieuw-Zeeland. Aan ambities geen gebrek bij de Nederlandse rugbybond (NRB), maar twee jaar later is die droom als een zeepbel uiteengespat. Wie het rapport van de Nederlandse rugbyploeg bestudeert, kan niet anders dan constateren dat het nationale vijftiental is verdoemd tot de kleuterklas van het internationale rugby.

Na twee thuisnederlagen, tegen Georgië (3-32) en Rusland (20-41), was de rol van Nederland al uitgespeeld in het Zeslandentoernooi voor B-landen. Twee weken geleden onderstreepte koploper Roemenië de nederige status nog maar eens: 52-15. Op de wereldranglijst is de nationale ploeg, morgen op bezoek bij de vierde opponent (Portugal), afgezakt van de 23ste (april 1999) naar de 41ste plaats.

Illustratief voor de huidige malaise was de dreun die Jong Zuid-Afrika – een rugbynatie bij uitstek, dat wel – vorig najaar uitdeelde. In een oefenduel lieten de junioren (tot 23 jaar) geen spaan heel van de Nederlandse A-ploeg: 10-100. Om het geknakte zelfvertrouwen wat op te vijzelen mocht dinsdag het nietige Moldavië opdraven voor een veredeld oefenpotje in Sassenheim: 43-12.

Rugby is, met nog geen achtduizend beoefenaars, al jaren het stiefkindje van de Nederlandse sport. Met de komst van Geoff Old, een ex-international uit het rugbymaffe Nieuw-Zeeland, leek daar vijf jaar geleden verandering in te komen. Vanuit de gedachte dat Nederlanders (lang en sterk) zich bij uitstek lenen voor de krachtverslindende sport met de ovalen bal, ging de voormalige All Black geestdriftig aan slag.

Zijn internationals wilde Old omscholen tot `professionele amateurs', zo liet hij bij herhaling weten. Hoop gloorde toen Nederland ruim twee jaar geleden de strijd mocht aanbinden met grootmacht Engeland, in een manmoedige poging een plaats op het WK 1999 af te dwingen. De euforie was van korte duur. Met een monsterzege (110-0!) stuurden de Engelse profs hun uitdagers terug naar huis.

Achter de schermen liep de nurkse Nieuw-Zeelander zich ondertussen vast in de Nederlandse blubber, waar clubs zich als vanouds opstellen als vijanden van de bond en spelers slechts twee keer in de week trainen. Gedesillusioneerd nam de oud-politieagent in augustus afscheid, om kort daarop in dienst te treden als technisch directeur van de Amerikaanse rugbybond. In zijn voetspoor vertrokken ook de `buitenlandse' hulptroepen: (semi-)professionals met een Nederlands paspoort die van heinde en verre waren opgetrommeld om tenminste nog de schijn te wekken dat Nederland internationaal meetelde.

Lange tijd was onduidelijk wie de taken van Old zou overnemen. Uiteindelijk werd de Belg Luc Theunssens, een voormalig assistent van Old, bereid gevonden om de selectie tijdelijk onder zijn hoede te nemen. Ondertussen is de NRB met hulp van de internationale rugbybond IRB, die opdraait voor het salaris, op zoek naar een gelouterde coach die de lijn van Old kan en wil voortzetten.

Maar wat heeft de bond te bieden? ,,Een land dat gek is van sport en een sport die de weg van het professionalisme is ingeslagen'', zegt bondsvoorzitter Friso Teerink. Dat die weg een lange is, neemt de NRB-voorman voor lief. ,,Sponsors kijken de kat uit de boom, maar ik ben ervan overtuigd dat ze vroeg of laat over de brug komen.''

Oud-international Yves Kummer waagt dat te betwijfelen. Een heldere visie kan de 35-jarige directeur van een marketingbedrijf immers niet ontdekken. ,,Ze durven geen keuze te maken. Kies voor een model waarbij de competitie wordt ingekrompen en de nationale ploeg meer tijd en aandacht krijgt. Of kies voor een sterke competitie zodat de jeugd kan doorstromen. De bond doet geen van beide. Het is pappen en nathouden.''

Aanvoerder Tim Schumacher onderschrijft die mening. ,,Het is waanzin dat een aantal spelers de avond vóór vertrek naar Roemenië nog competitie moet spelen'', meent de 29-jarige speler van landskampioen Castricum. ,,De bond zou moeten streven naar een model waarbij de internationals tien tot twaalf weken de handen vrij hebben om zich gedegen voor te bereiden op het Zeslandentoernooi.''

Old treft geen blaam voor de misère, meent Kummer. ,,Het enige wat je hem zou kunnen verwijten is dat hij te veel buitenlandse jongens heeft geselecteerd. Maar veel keuze had hij niet, omdat het ontbrak aan een structuur om door te groeien. De bond heeft hem binnengehaald en aan zijn lot overgelaten, zo van: zoek het maar lekker uit.''

Vier voorwaarden noemt Kummer voor het bedrijven van toprugby: talentherkenning en -begeleiding, een gevarieerde leeftijdsopbouw (,,Met de juiste mensen op de juiste plaats, omdat rugby vooral draait om tactiek en strategie''), specifieke trainingsarbeid en leiderschap. Die kernpunten heeft hij onlangs op papier gezet ten behoeve van zijn voormalige club DIOK, ooit tien keer op rij kampioen van Nederland en dit seizoen strijdend tegen degradatie.

Het gebrek aan financiële armslag, door ingewijden al meermalen aangevoerd als reden van de vicieuze cirkel waarin het rugby verkeert, speelt volgens Kummer geen rol. ,,Kris Korzeniowski (oud-bondscoach van de Nederlandse roeiploeg, red.) heeft ooit gezegd dat Nederlanders altijd zeuren over een gebrek aan geld, maar nooit weten te vertellen waarvoor ze het nodig hebben. Zo is het in het rugby ook, want ze hebben én geen plan én geen fantasie.''

Als het aan Kummer ligt, nemen de rugbyers een voorbeeld aan de roeiers en de judoka's. ,,Die hebben ook geen geld, maar behoren wél tot de wereldtop. En waarom? Heel simpel: omdat ze bereid zijn om vijf dagen per week te trainen. Daar begint topsport mee. Alles wat nu verzonnen wordt, is zinloos zolang spelers niet bereid zijn om meer offers te brengen.''

Maar naar duels van de nationale ploeg gaat de voormalige voorganger in de scrum voorlopig niet meer. ,,Ik heb geen zin om getuige te zijn van een wedstrijd waarbij de enige vraag is of het 30-7 wordt of 70-20.''