PvdA juicht, joelt en rekent af

Dijksma werd getroost, Olij was woedend en de kersverse PvdA-voorzitter Koole zette zijn tanden alvast in de Zalm-norm: een zinderende eerste congresdag.

Tot het laatst is de spanning erin gebleven. Maar als om half acht 's avonds het Partijcongres van de PvdA in het Rotterdamse World Trade Centre de werkzaamheden hervat, is Sharon Dijksma in een zijzaaltje al getroost door fractieleider Ad Melkert, een van de vaders van haar jeugdige (29) kandidatuur als partijvoorzitter.

De Leidse politicoloog Ruud Koole, de laatst overgebleven tegenkandidaat op dit congres, die wordt het. En met onverwacht grote meerderheid (710 tegen 491). Gejuich, gejoel, Koole op de schouders. En dan, in het dankwoord van de kersverse voorzitter, meteen de verwijzing naar de zaak Marijke van Hees - de vorig jaar wegens vérgaande incompetentie op weinig charmante wijze door de partijleiding aan de kant gezette voorzitster.

De manier waarop dat was gegaan - achter de schermen en met een lasterlijk stukje in een weekblad - heeft in de PvdA-afdelingen veel kwaad bloed gezet. Aan het opspelen van die gevoelens lijkt Koole mede zijn verkiezing te danken hebben en daaraan doet hij recht: ,,Het was slecht voor de partij. Er moeten excuses worden gemaakt aan de leden, en aan Marijke van Hees'', roept Koole. Premier Kok, op de eerste rij van het congres aanwezig, is een van de weinigen die niet klapt.

Aan het zittende partijbestuur, en aan het congrespresidium, heeft het niet gelegen dat de door de partijleiding beoogde partijvoorzitter het niet heeft gehaald. Helemaal aan het begin al heeft waarnemend voorzitter Mariëtte Hamer met een bos bloemen voor Van Hees, deze angel uit de dag proberen te halen.

En wat uurtjes later worden bepaald bemoedigende resultaten behaald bij het demonteren van de tandem Koole-Bouwe Olij, dat aanvankelijk in hechte samenwerking had willen opgaan voor de functies van voorzitter en vice-voorzitter. Met een enorme omhaal aan inhoudelijke, procedurele en emotionele argumenten betogen de voorzitter van de selectiecomissie voor bestuurskandidaten, de waarnemend partijvoorzitter en het congrespresidium dat Olij niet verkiesbaar is voor het vice-voorzitterschap, omdat deze functie niet vacant is.

De beslissende slag aan de landelijke bestuurscarrière van Bouwe Olij, man van de Amsterdamse partijbasis, wordt toegebracht door vergadervoorzitter Hans Ouwerkerk. Die schermt met een brief van een notaris, waaruit zou blijken dat een ordemotie om het vice-voorzitterschap alsnog in afwijking van de statuten voor een nieuwe kandidaat open te stellen, op bezwaren stuit in het Burgerlijk Wetboek.

In hoeverre dit argument hout snijdt, is voor de Congresafgevaardigden moeilijk na te gaan: de notarisbrief schuift weliswaar af en toe over het videoscherm, maar blijft te kort staan om hem te lezen. Ook ontbreken op het document de vragen, waarop de notaris heeft geantwoord. Maar de congresafgevaardigden stemmen het ordevoorstel zonder aarzelen af.

Achter de schermen is Bouwe Olij, omstuwd door televisiecamera's, meer dan boos. ,,Er zijn hier daarnet hele andere argumenten gebruikt, dan ik de afgelopen weken had gehoord'', zegt hij roodaangelopen. Koole ondersteunt hem troostend. Outsider Bart Tromp heeft het Congres dan al gezegd, af te zien van zijn kandidaatuur voor het voorzitterschap, en opgeroepen om op Koole te stemmen.

Olij - formeel nog steeds kandidaat-voorzitter - mag hetzelfde doen. Wanneer de onfortuinlijke Amsterdammer in zijn woede (,,Koole mag wel, en ik mag niet'') het Congres onfatsoenlijk lang op zijn toespraakje laat wachten, bijt de vergadervoorzitter de afgeaardigden nog toe dat zij straks, als zij voor de overgebleven kandidaten Dijksma en Koole moeten stemmen, zich dit gedrag van het tandem maar goed moeten herinneren. Want Koole gaat door.

Het resultaat is enkele uren later duidelijk: net als in 1999, bij het duo Booij-Van Bruggen, wijst het partijcongres de door de partijtop beoogde voorzitter(s) van de hand. De gang van zaken in 1999 heeft indirect zelfs tot de déconfiture van Sharon Dijksma in 2001 geleid. Het verschil is alleen dat Koole een heel wat competenter verdediger van de gevoelens in de partijgelederen lijkt dan Van Hees.

Koole zegt na afloop in de wandelgangen dat hij weliswaar zijn werkzaamheden aan de Leidse universiteit tot nul zal reduceren, maar zijn formele dienstbetrekking zal behouden, om ,,de voeding'' van het academisch milieu niet te missen.

Hoor, hoe hij zich zelfverzekerd tot tolk maakt van de overweldigende meerderheid van congresgangers die op hun tweede dag in het WTC een krachtige uitspraak tegen de Zalm-norm wensen. En tegelijkertijd de mogelijkheden van de Haagse top van Kok en Melkert om hier op de rem te gaan staan, verkleint door de opmerking dat premier Kok natuurlijk geen PvdA-premier maar de Nederlandse premier is. Maar dat dit nog geen reden is waarom zijn partij niet een krachtig signaal zou mogen afgeven.

Na afloop likken de Haagse gelederen hun wonden. Heeft die Koole wel de nodige `hardheid' voor het partijwerk? PvdA-congressen zullen wel altijd het domein van `oude mannen' blijven, nu het partijvoorzitterschap aan de 29-jarige voorbij gaat. Maar het gemor blijft discreet: na een afrekening passen geen schrille tonen.