OPEC verlaagt olieproductie met 1 mln vaten

De olieministers van de OPEC hebben gisteren in Wenen informeel besloten de productie met één miljoen vaten olie per dag te verminderen, dat is 3,6 procent van de totale productie van het oliekartel (Irak niet meegerekend). Ze willen met de verlaging een olieprijsval voorkomen.

Vandaag zou formeel tot de precieze daling worden vastgesteld. Niet-OPEC-landen als Rusland, Mexico, Angola en Oman zouden hun olieproductie ook willen verlagen. Dat zou de totale productieverlaging op 1,5 miljoen vaten per dag brengen, zei gisteren de secretaris-generaal van de OPEC, Ali Rodriguez, in Wenen. Of Noorwegen, de op een na grootste olieproducent ter wereld ook meedoet, was gisteravond onduidelijk.

Doorgaans dalen de olieprijzen als in het Westen de lente aanbreekt, omdat dan de vraag afneemt. Door de productie te verlagen probeert de OPEC, die bijna 40 procent van de mondiale olieproductie voor haar rekening neemt, op die vraagafname te anticiperen. De productievermindering moet de prijzen hoog te houden.

De termijnmarkten in Londen en New York waren van het OPEC-voornemen niet onder de indruk. Gisteren sloot op de termijnmarkt van Londen de prijs van de toonaangevende Brent (olie uit de Noordzee voor levering in mei) op 25,03 dollar per vat (159 liter), 2 dollarcent lager dan de openingsprijs.In New York sloot de prijs van West Texas Intermediate (levering in april) gisteren 9 dollarcent lager op 26,65 dollar per vat.

De OPEC heeft steeds gezegd dat zij streeft naar een olieprijs van zo'n 25 dollar per vat. Daarbij gaat het om de gemiddelde prijs van zeven OPEC-oliesoorten, die doorgaans iets lager ligt dan die op de termijnmarkten in Londen en New York. Deze OPEC-prijs stond volgens de meest recente cijfers op 26,11 dollar in het eerste kwartaal.

Op 17 januari had de OPEC ook al tot een productievermindering besloten, toen met 1,5 miljoen vaten olie per dag. Een vermindering waar de leden van het oliekartel zich zelf niet aan hielden, want de feitelijke vermindering bleek vervolgens maar één miljoen vaten per dag te zijn.

Anders dan de regering-Clinton heeft de huidige Amerikaanse regering niet geprobeerd de OPEC (lees Saudi-Arabië, de grootste olieproducent ter wereld) onder druk te zetten om van de productievermindering af te zien. Ook Japan en de Europese Unie hebben dat niet gedaan.

De reden is duidelijk: de olieprijzen op de termijnmarkten – die toonaangevend zijn voor de wereldwijde olieprijzen – staan niet zo hoog dat ze een gevaar voor de wereldeconomie vormen, zeker niet nu de OPEC zich aan haar eigen afspraken niet houdt en meer olie oppompt dan haar officieel lief is.