`Nationale zielemoord'

Een aardige rubriek in het dagblad Trouw is de dagelijkse reprint van een bericht uit de eigen krant van 25 jaar geleden. Op 15 maart 1976 bracht de krant een alarmerend verslag van de jaarvergadering van het Gereformeerd Politiek Verbond onder de kop: `Rode acties tegen Oranje'.

`In sensatieartikelen van communistische journalisten wordt het Oranjehuis, bij velen geëerd en geliefd, bezwadderd. Men probeert van alles om het Koningshuis weg te krijgen. Het gaat al niet meer om de Lockheedzaak, men wil de rode republiek verwerkelijken. Wij geloven de Prins zonder meer.'

Zo begon het verslag van de toespraak van GPV-fractievoorzitter P. Jongeling over de Lockheedzaak, prins Bernhards onoorbare rol bij de aankoop van vliegtuigen. Het was een ook nu nog actuele redevoering. Want al bestaat het GPV niet meer en zijn communistische journalisten schaars geworden, tot op de dag van vandaag wordt het bij velen geëerde en geliefde koningshuis bezwadderd. De Jonge Socialisten doen het zelfs op het PvdA-congres.

Niet minder actueel dan zijn geloof-zonder-meer in de prins was het vervolg van de rede van Jongeling. Hij hield zijn gehoor voor dat de uitverkoop van geestelijke waarden en zedelijke normen doorgaat. `De zedelijkheidswetgeving is al voor een groot deel afgebroken. Het gebruik van marihuana zal straks in de praktijk niet meer worden bestraft. Legalisering van de abortus staat voor de deur: moord op het ongeboren kind als symptoom van nationale zielemoord.'

Het lijkt alsof Jongeling over profetische gaven beschikte, het is of hij Paars voorzag en zelfs al aan het werk had gezien en of hij de kritiek daarop van het CDA en de ChristenUnie voorvoelde. En wat is er in de tussentijd veranderd in Trouw? Weinig, want hoe instemmend zou Jongeling niet het recente hoofdredactionele commentaar hebben gelezen waarin over het Paarse regeerakkoord wordt gezegd dat het een `onzedelijk karakter' heeft en dat Paars daden `van democratische onzedelijkheid' begaat. Dat is in 25 jaar hoe dan ook hetzelfde gebleven: wat zedelijk is, dat weten de christenen en zij alleen.

Nu zijn er lezers van deze rubriek die mij, als ik zoiets opschrijf, van antichristelijke (soms: antipapistische) vooringenomenheid betichten. Hun verzeker ik dat ik niemand zijn geloof misgun. Wel heb ik bezwaar tegen confessionele politiek, dat wil zeggen tegen politici die God, van welke denominatie dan ook, aanroepen om hun beleid te verdedigen of, erger nog, dit door religie ingegeven beleid aan mensen met een andere levensovertuiging op te leggen. Daarom, ik geef het toe, ben ik geen voorstander van christelijke partijen, evenmin als van islamitische of andere godsdienstige partijen. Daarom ook ergert het me als een niet-confessionele partij zoals GroenLinks om de haverklap het katholicisme van haar fractieleider Rosenmöller etaleert, om maar te zwijgen van al die pandits en imams die andere Kamerleden van die oecumenische partij raadplegen.

Antipapist ben ik niet. Mij zul je niet horen zeggen dat katholieken niet deugen omdat een katholiek Willem van Oranje heeft vermoord, een katholieke veerman in 1672 de Fransen een doorwaardbare plaats heeft gewezen bij hun overtocht bij Lobith over de Rijn, door welk verraad een regiment protestantse Friezen in de pan is gehakt, of dat een katholieke bisschop (van Munster) de stad Groningen heeft laten beschieten. Dit soort argumenten, zo lees ik in het tweede deel van Fasseurs Wilhelmina-biografie, werd in de jaren dertig nog gebruikt door protestanten en sociaal-democraten die zich ergerden aan het feit dat de katholieke minderheid, dankzij haar betere organisatie en discipline, sinds 1918 in de Nederlandse politiek de eerste viool speelde.

Alleen al om het CDA en de ChristenUnie buiten de regering te houden, hoop ik dat Paars blijft. Het regeerakkoord mag dan volgens Trouw onzedelijk zijn, maar het is mij liever dan een akkoord dat de goedkeuring moet hebben van kardinaal Simonis of tegemoetkomt aan de religieuze lobby tegen de wettelijke regeling van euthanasie, het homohuwelijk, de opening van winkels op zondag en andere `symptomen van nationale zielemoord'.

Gerust ben ik er niet op. Het heeft er alle schijn van dat de PvdA bezig is het CDA weer in het zadel te helpen. Het gisteren en vandaag gehouden PvdA-congres staat, afgezien van personele kwesties, in het teken van kritiek op Paars. Dat is bij uitstek het recept voor de PvdA om de volgende verkiezingen te verliezen: afstand nemen van de eigen successen en afscheid nemen van Kok. Men geneert zich voor het gevoerde beleid, betreurt de daarover met de VVD gesloten compromissen en zoekt openlijk ruzie met Zalm over de begroting.

Leden van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer geven, liefst anoniem, te kennen dat het wat hen betreft welletjes is met Paars. Ook de voorzitterskandidaten die de afgelopen weken door het land reisden, hebben meer kritiek op dan waardering voor het gedurende twee regeringsperioden gevoerde kabinetsbeleid. De verpersoonlijking van dat beleid, minister-president Kok, krijgt van allerlei partijprominenten te horen dat hij alweer veel te lang op zijn plaats zit. Het lijkt waarachtig wel alsof de PvdA probeert Al Gore te imiteren. Die moest zich zo nodig distantiëren van Clinton en diens successen en slaagde er op die manier in de verkiezingen voor de Democraten te verknallen.

De veronderstelling van sommige PvdA'ers dat een kabinet met deelname van het CDA een socialer beleid zal voeren dan de huidige coalitie en meer investeringen zal doen in de zorgsector en het onderwijs, is natuurlijk volkomen onbewezen. Een andere veronderstelling ligt meer voor de hand: als de PvdA afstand neemt van Paars en van Kok, laat zij de oogst van het gevoerde beleid straks binnenhalen door de VVD.

Natuurlijk wordt de VVD zo de grootste partij. Die staat achter de eigen ministers, verveelt het publiek niet met eindeloos gehannes over de partijvoorzitter en, electoraal mooi meegenomen, moet niets hebben van het bezwadderen van het bij velen geëerde en geliefde koningshuis.