`Morgen praten we verder in Amsterdam'

Het gebeurde in een restaurant in Istanbuls Taksim-buurt, een week nadat Turkije de lira had laten zweven en de nationale munteenheid tot ongekende diepten was gezakt. Ik was van plan een stapel kranten door te nemen in het etablissement. Maar al na vijf minuten sprak de ober mij aan. ,,Ik word gek in dit land'', liet hij mij weten. ,,Je werkt je hier uit de naad, maar alles wordt met de dag duurder. Geloof maar niet dat je van al dat gezwoeg ook maar een cent wijzer wordt. Kun jij geen visum voor me regelen?'' Toen ik zei dat Europa tegenwoordig toch behoorlijk op slot zat, trok hij zich mokkend terug. Onmiddellijk daarop kwam ober nummer twee naar een visum informeren, gevolgd door nummer drie en vier. Nummer vijf was de wanhoop nabij. ,,Mijn opa heeft een tijd in Amerika gewoond, maar hij is weer teruggekomen. Wat een idioot.'' Hij beende weg terwijl hij met een getergd gebaar naar zijn hoofd greep.

Turken waren het er altijd al over eens: ,,Hayat çok zor'' – het leven is zwaar. Maar sinds de devaluatie is de situatie zo nijpend geworden dat veel mensen de stress bijna ondraaglijk vinden. Want veel prijzen in Turkije zijn direct verbonden aan de dollar, maar de meeste lonen worden uitbetaald in Turkse lira. En dus zitten veel Turken sinds de devaluatie behoorlijk in de tang: de uitgaven stijgen, maar de inkomsten blijven angstaanjagend gelijk. ,,Ik wilde zo graag een auto kopen'', jammerde een vriend van mij. ,,Maar dat kon alleen op afbetaling, in Duitse marken. Over drie weken moet ik weer een termijn aflossen. Nu de mark zo duur is geworden, weet ik niet waar ik het geld vandaan moet halen.''

Zelfs uit een gewone wandeling op straat blijkt hoe hoog de spanning is opgelopen. ,,Hé eikel'', roept een voetganger naar een passerende taxi. ,,Dit is een voetpad. Je moet hier stoppen.'' Als de taxichauffeur midden op het voetpad uitstapt en terug gaat schelden, escaleert de situatie zo snel dat de voetganger in blinde woede met zijn vuisten op de auto begint te timmeren. ,,Iedereen staat onder hoogspanning'', zei een vriend aan wie ik het incident vertelde. ,,Er hoeft maar iets te gebeuren of ze ontploffen.''

Het televisiejournaal maakt het er niet beter op. Iedere avond weer vult het scherm zich met nieuwe maatregelen, die er eigenlijk allemaal op neerkomen dat de broekriem strakker moet worden aangehaald. De prijs van benzine is inmiddels aan de koers van de dollar gebonden: elke volle tank is, bij de huidige valuta-ontwikkelingen, een grotere aanslag op de portemonnee. Als om de indruk te versterken dat het onmogelijk is Turkije te verlaten, heeft de regering een oud plan van stal gehaald dat bepaalt dat elke Turk bij vertrek naar het buitenland honderd dollar aan de douane moet betalen. ,,Turks geld wordt niet geaccepteerd'', zei de nieuwslezer met een zure trek om de mond toen hij het bericht bekend maakte.

Veel Turken veren alleen nog op als ze de naam van Kemal Dervis horen, de nieuwe `superminister' voor Economische Zaken die geacht wordt de Turkse economie uit het slop te trekken. Maar de aanvankelijke euforie over de benoeming van Dervis, die daarvoor een topfunctie bij de Wereldbank vervulde, begint bij sommigen al plaats te maken voor scepsis. ,,Het is een goede man en hij bedoelt het goed'', zei een kennis. ,,Maar kan hij wonderen verrichten in zijn eentje?''

De vijfde ober in mijn restaurant heeft inmiddels besloten om eigenhandig een wonder te verrichten. Waar zijn opa faalde, zal hij slagen, zo heeft hij me laten weten. ,,Ik ga eerst naar Nederland en vervolgens naar Amerika'', zei hij afgelopen maandag. ,,Maar je komt Nederland toch niet eens in?'', wierp ik nog zwakjes tegen. Waarop hij opnieuw wegbeende, net als eerder, maar de woede had nu plaatsgemaakt voor kille vastberadenheid. ,,Al moet het in het geniep'', zei hij, ,,Ik ga naar Nederland. Morgen praten we verder in Amsterdam.''