Marktaandeel

`Een meerderheid in de Tweede Kamer vindt dat bedreigde lerarenopleidingen open moeten blijven', berichtte deze krant vorige week. Zoals zo vaak is er ook in dit geval niets actueels aan deze actualiteit, althans wat die bedreigde positie betreft. De lerarenopleidingen gaan namelijk al jaar en dag gebukt onder een geringe belangstelling van studenten. Het gevolg is dat de opleidingen zich gedwongen zien om op de kosten te bezuinigen door bijvoorbeeld studenten modules te laten volgen die eigenlijk voor een andere doelgroep zijn ontwikkeld.

Logisch allemaal, want je kunt voor een handvol studenten niet een complete serieuze opleiding in stand houden, maar het heeft natuurlijk wel negatieve gevolgen gehad voor de kwaliteit van de opleidingen. Daar kwam nog bij dat hun overlevingsdrang de opleiders van leraren ertoe verleidde ook nog eens onverantwoorde concessies te doen met betrekking tot de eisen die werden gesteld aan de studenten. Met als gevolg: als je niks meer kunt, kun je altijd nog wel de lerarenopleiding volgen.

In de hoop op betere tijden, en uit vrees dat een andere hogeschool er met de buit vandoor zou gaan, werden de noodlijdende lerarenopleidingen met kunst- en vliegwerk in leven gehouden. Nu de hogescholen blijkbaar collectief betwijfelen of die betere tijden ooit zullen aanbreken, besluiten ze te gaan saneren. Iets wat ze, als ze hadden gehecht aan kwaliteit en niet alleen aan prestige en marktaandeel, al meer dan tien jaar geleden hadden moeten doen. Dan waren tenminste enkele kwalitatief goede opleidingen overgebleven.

Als het goed is weten Kamerleden dit alles al lang. Die Kamerleden hadden al jaren geleden aan de bel moeten trekken zoals ook de verantwoordelijke minister al even lang geleden met die opleidingen om de tafel had moeten gaan zitten. Om te overleggen bijvoorbeeld over de vraag of het zinvol was om al die opleidingen in stand te houden, en als de minister vond van wel dan diende hij daarvoor te betalen. Het is namelijk funest voor de kwaliteit van ook alle andere opleidingen van de hogescholen als die een winkel in stand houden waar onvoldoende belangstelling voor bestaat. Het personeel dat je op de ene plek te veel hebt, gaat namelijk ten koste van andere studierichtingen. Succesvolle opleidingen kampen met onderbezetting als besturen uit overwegingen van prestige noodlijdende voorzieningen overeind houden. Opleidingen die studenten in ons dicht behogeschoolde landje een half uur reizen verderop meestal ook kunnen volgen.

Dat de situatie inmiddels onhoudbaar is geworden hangt ook samen met het feit dat hogescholen meer bedrijfsmatig zijn gaan werken. Werden vroeger, zoals we zagen, de tekorten van de ene sector afgewenteld op de andere, nu moeten zij de benodigde middelen zien te vinden binnen de eigen begroting. Hiermee worden de gevolgen van de bestuurlijke keuzes gelegd op het bord van de desbetreffende sector. Wij, hogeschool, leiden leraren op in als het even kan alle vakken, en jullie moeten dat à raison van zo en zoveel per student maar zien te klaren. Anderhalve student natuurkunde, en een handvol voor de andere vakken. En dat ook nog eens verdeeld over dag- en avondopleiding. Als die medewerkers zeggen dat dit echt niet kan, heeft dit tot gevolg dat zij hun eigen baan opheffen. Dus ploeteren ze voort onder onmogelijke werkomstandigheden.

Dit is, en iedereen weet dit al lang, het klimaat waarin jonge mensen worden opgeleid die geacht worden in `iedere dag anders' een uitdaging te zien.

prick@nrc.nl