Landbouwcrisis

De uitbraken van dierziektes hebben de verwarring met betrekking tot de grondgebonden landbouw en veeteelt weer actueel gemaakt, zoals onder meer blijkt uit het hoofdartikel in deze krant van 28 februari. Deze rampen brengen de discussie over zin en onzin van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) onder de aandacht van een groter publiek en zullen bepaalde aanpassingen van het beleid mogelijkerwijze versnellen. In de Engelse en de Nederlandse randstedelijke pers heerst al sinds enkele decennia een hetze tegen het GLB. De auteur van het hoofdartikel meent zelfs dat het GLB het grootste obstakel is om boeren en consumenten tevreden te stellen. Met meer kracht van argumenten kan het omgekeerde worden beweerd.

Het is voor sommigen nog steeds niet vanzelfsprekend dat de landbouwsector een stevig beleid vraagt. Dat wil natuurlijk allerminst zeggen dat het GLB steeds foutloos is geweest, maar het heeft wel de concurrentie en het vrije verkeer in West-Europa mogelijk gemaakt. Aanpassingen van dit beleid worden doorgevoerd, weliswaar langzaam, maar dat is inherent aan een EU waar tenslotte 15 landen moeten meebeslissen.

Het ongemak bij landbouw is vaak dat buitenstaanders er niet goed raad mee weten, vandaar de voortdurende spraakverwarring. De kernvraag is: moet men deze maatschappelijke sector ondergeschikt maken aan de mondiale economische vrijhandelswetten of leent hij zich meer voor een vorm van plattelandsbeleid waar behalve agrarische productie, natuur, recreatie en ruimtelijke voorzieningen de boventoon voeren? Als men kiest voor de eerste optie dan zullen grote delen van de Europese landbouw wegkwijnen, omdat elders in de wereld goedkopere bulkproducten met soms verwoestende gevolgen voor natuur en milieu worden geproduceerd en het Europese platteland leegloopt. Kiest men voor de tweede optie, die de nieuwe Duitse minister van Landbouw blijkbaar voorstaat, dan zullen de kosten van het GLB wellicht nog hoger worden dan ze nu al zijn om de plattelanders voor hun inspanningen te compenseren.Het ligt om meerdere redenen voor de hand te zoeken naar een oplossing tussen beide uitersten, hetgeen kan worden gevonden in het concept van de multifunctionele landbouw.

In het hoofdartikel wordt de indruk gewekt dat de kant wordt gekozen van de nieuwe Groene minister in Duitsland, hetgeen een doorbraak in het denken zou kunnen inluiden. Immers, de afgelopen 55 jaar zijn de boeren steeds opgejaagd goedkoper te produceren en slechts selectief kwaliteitseisen na te streven om maar te kunnen overleven. Wellicht moet in de toekomst meer aandacht uitgaan naar kwaliteit in de meest brede zin, inclusief methoden van voortbrenging en degustatieve waarden van het voedsel. Dat zal Europa echter verder in conflict brengen met andere agrarische producenten in de wereld, speciaal de VS en de typische agrarische export landen van de zogeheten Cairns-groep, waar andere normen en waarden naar buiten worden gebracht met betrekking tot landbouwvoortbrengselen en plattelandsbeleid. De grondgebonden landbouw is een mengsel van enerzijds een economische sector met duidelijk meetbare parameters en anderzijds de cultuur van de groene ruimte waarvoor de marktwaarde niet is te bepalen. Europa zal niet moeten aarzelen zijn eigen landbouwmodel te kiezen.