Inflatiekampioen

NEDERLAND NEEMT andere landen van de Europese Unie geregeld de maat als het gaat om hun economische staat van dienst. Met enige gretigheid wordt gewaarschuwd voor te hoge inflatie, pensioengaten, financieringstekorten, torenhoge staatsschulden of pro-cyclisch begrotingsbeleid elders in de EU. Maar de afgelopen week kwam Nederland zélf met macro-economische cijfers die ronduit pijnlijk waren. Er werd in Den Haag dan ook zo min mogelijk aandacht op gericht: Nederland is de inflatiekampioen van euroland.

Nadat de prijsstijgingen in januari al uit de band sprongen, bleek de inflatie in februari nóg hoger te zijn uitgevallen: 4,5 procent volgens de Nederlandse definitie en 4,9 procent volgens de Europese maatstaf. Daarmee is de inflatie ongeveer het dubbele van het Europese gemiddelde en voldoet Nederland niet aan de criteria die indertijd golden voor toelating tot de monetaire unie.

Voor een deel is de hoge inflatie het gevolg van doelbewust kabinetsbeleid. Bij de belastingherziening die op 1 januari is ingegaan, hebben VVD, D66 en PvdA een akkoordje met elkaar gesloten: de VVD kreeg de lagere tarieven voor de inkomstenbelasting, D66 en vooral de PvdA haalden de `vergroening' (ecotax) en verschuiving van belasting op arbeid naar consumptie (BTW) binnen. De stijging van de BTW met anderhalf procentpunt werkt onmiddellijk door in de prijzen. Bovendien hebben, zo blijkt uit anekdotische gegevens, ondernemers van de gelegenheid gebruik gemaakt om hun prijzen vast aan te passen met het oog op de komst van de euro. Als prijzen `aardig' willen ogen na de euro-omwisseling, moeten ze nú al in guldens worden aangepast. Dat betekent verhoging naar bedragen die een handig resultaat geven na deling door 2,20371.

Er is ook een onderstroom van prijsdruk die veroorzaakt wordt door de aanhoudende economische groei in Nederland, met stijgende prijzen, schaarste op de arbeidsmarkt en hogere looneisen. De vakbonden lopen zich al warm om na jaren van matiging hun eisen op te schroeven en werkgevers zijn, gezien de moeite die ze hebben om aan personeel te komen, inschikkelijk. Nederland beleeft een klassieke periode van oververhitting. Alleen, de twee klassieke instrumenten ter afkoeling, renteverhoging en een sterkere munt, zijn niet beschikbaar. Ze zijn ingeleverd bij de Europese Centrale Bank in Frankfurt.

Deze week heeft de ECB besloten de rentetarieven ongewijzigd te laten, terwijl voor sommige landen een daling wenselijk geweest zou zijn en voor Nederland (en Ierland) een stijging. Verder zou een hogere koers van de euro ten opzichte van de dollar goed van pas komen, maar daarop heeft Nederland al helemaal geen invloed. De zwevende koers van de euro wordt op de internationale valutamarkten bepaald.

Bij oplopende inflatie moet de overheid naar andere instrumenten dan die uit de monetaire gereedschapskist grijpen: het begrotingsbeleid. Minister Zalm (Financiën) wees er deze week al op in Brussel, de inflatiecijfers sterken hem om grote terughoudendheid te bepleiten bij de begrotingsplannen voor volgend jaar. Hoe meer geld immers in de economie gepompt wordt, via belastingverlaging of via extra uitgaven, des te harder dit de inflatie zal aanwakkeren. Zalm zal er dus aan blijven vasthouden dat de miljardenmeevallers voor de schatkist gebruikt worden om de staatsschuld verder af te lossen.

Helaas heeft Zalm het politieke en maatschappelijke tij tegen. Doordat er zo lang is gehamerd op de wenselijkheid om extra inkomsten te besteden aan knelpunten in de zorg, het onderwijs en de openbare veiligheid, is het lastig om met een kille verwijzing naar de inflatiecijfers een uitgavenbonanza tegen te houden. Het congres van de PvdA zou zich vandaag uitspreken over loslating van de `Zalmnorm', dat wil zeggen méér en niet mínder bestedingen. Congressen bepalen weliswaar geen uitgavenkaders, maar een dergelijk signaal van een van de coalitiepartners heeft een sterk aanwakkerend effect. Ook het pleidooi van D66-voorman De Graaf om een nationale ramp in het onderwijs af te wenden, kost geld.

GEVANGEN tussen maatschappelijke wenselijkheden en krappe begrotingsnormen moet het kabinet lastige afwegingen maken. Nu knellen de gevolgen van de systematisch (te) laag ingeschatte economische groei waarop de ijklijn van de Zalmnorm voor inkomsten en uitgaven is gebaseerd. Onder de gegeven omstandigheden blijft het verstandig extra uitgaven waar mogelijk te betalen uit uitgavenmeevallers. De inkomstenmeevallers moeten deels voor schuldvermindering, deels voor terugdraaiing van prijsopdrijvende lastenverhogingen worden gebruikt. Tenslotte blijft bij afwezigheid van ruimte voor een eigen rentebeleid in tijden van oplopende inflatie een begrotingsoverschot voorgeschreven. De andere EU-lidstaten zullen Nederland daar anders wel vermanend aan herinneren.