Het publiek

Elke zondagmiddag staan ze er, de recreatiehockeyers die eerder op de dag hun wedstrijdje hebben gespeeld. Hand in de zak, buik vooruit en niet te vergeten: het onafscheidelijke pijpje bier. Naarmate de wedstrijd vordert, neemt hun studentikoze gebral in hevigheid toe. Niets of niemand wordt ontzien.

Vooral de scheidsrechters zijn een geliefd mikpunt. Hockeyers laten zich graag voorstaan op hun onberispelijke en geciviliseerde gedrag, maar doen in werkelijkheid niet of nauwelijks onder voor de gemiddelde voetbalsupporter. ,,Wat het publiek tegenwoordig roept, is ook niet zo fris meer'', verzuchtte toparbiter Peter von Reth vorig jaar bij zijn afscheid. Die ontboezeming volgde kort nadat de eens zo keurige sport met bal en stick was opgeschrikt door een hoop heisa in en rondom het play-offsduel tussen Amsterdam en Den Bosch. Een stick, een bierfles en een stortvloed aan verwensingen aan het adres van de scheidsrechters vlogen die inmiddels beruchte avond door de lucht in het Wagener-stadion, tot afgrijzen van de aanwezige bondsbestuurders. ,,Hockey heeft zijn onschuld verloren'', constateerde een trouwe volger daags erop. ,,In de top is sprake van een verzakelijking, waardoor spelers, coaches en bestuurders langzaam maar zeker de essentie, de spirit of sport, uit het oog verliezen.'' Zo was het maar net. Maar dat zal de dorstige recreant een zorg zijn. Als het traditionele biertje-na-afloop op zondag maar koud staat.

Dit is de 22ste aflevering van een serie over publiek