Gras, geld en grootheidswaan

De Amsterdam Arena zou hét voorbeeldstadion van de 21ste eeuw worden. Maar vijf jaar na de opening tekent zich een debacle af: gras kan er niet groeien, evenementen blijven uit en de gemeente zit voorlopig voor 130 miljoen in het schip. `De raad en B en W verneukten elkaar, en zichzelf.'

`Hier', zegt Coos van Meurs. Op zijn knie ligt een ordner – `Arena: Raad van Commissarissen' – die hij zoëven driftig heeft doorgebladerd. Deze bladzijde zocht hij. ,,Ik citeer letterlijk, hè? Vergadering van 15 september 1994, twéé jaar voor de opening.'' Hij articuleert: ,,`Zoals bekend garandeert Heidemij een goede grasmat'. Ik herhaal: garandeert.''

De vraag aan Van Meurs, al jaren hoofd Sport en Recreatie van de gemeente, was of de grondleggers van de Amsterdam Arena ooit hadden stilgestaan bij het wonder van grasgroei onder een dichtgeschoven dak. Ja dus. De Raad van Commissarissen (met mannen als burgemeester Ed. van Thijn – later Schelto Patijn, makelaar Cor van Zadelhoff en bestuurders van Ajax) boog zich vanaf begin jaren negentig menigmaal over dit technische hoogstandje. Van Meurs, ambtelijk vertegenwoordiger van Amsterdam, woonde alle vergaderingen bij. ,,De Heidemij'', zegt hij, ,,stuurde altijd van die rednecks die zeiden: met die mat komt alles goed.'' ,,Als je zulke garanties krijgt'', zegt Cor van Zadelhoff, destijds president-commissaris van de Arena, ,,moet je een zaak doen''.

Zelden is een nieuw stadion met zoveel zwier gepresenteerd als de Amsterdam Arena. `Schitterend' is het geworden, schrijft Van Zadelhoff in een boek voor de opening op 14 augustus 1996. `Een project van nationaal belang met een enorme uitstraling. Een multifunctioneel evenementenpaleis.' Ook andere mannen achter de Arena prijzen het resultaat. De eerste directeur van het stadion, Jan Tilmans, meent dat `een megatheater' is verrezen, hij citeert kenners van de Europese voetbalbond: dit wordt `hét voorbeeldstadion van de 21ste eeuw'.

En het is niet alléén een voetbalstadion. De Amsterdam Arena zal elk jaar zo'n tien evenementen van Europese allure organiseren – optredens van David Bowie of het Concertgebouworkest en voorts massa-evenementen als een concours hippique of de EO-jongerendag. En om de twee weken komt Ajax, de voetbalclub, een wedstrijd spelen.

Een prachtig en logisch plan, want voor een gemeente is een sportstadion altijd een verliespost. Alleen door geld te verdienen met evenementen die buiten de sport vallen, is er een kans quitte te spelen. Daarom stelt de gemeente een harde eis: er moet een uitschuifbaar dak op de Arena. Toenmalig wethouder Louis Genet: ,,Zonder dak geen stadion, zeiden wij.''

Vanaf een jaar voor de opening maakt de leiding van de Arena duidelijk dat de problemen van andere stadions in Amsterdam ondenkbaar zijn. Overal is aan gedacht, kosten noch moeite zijn gespaard om innovatieve kennis aan te wenden. Het dak bestaat uit `lexan', zegt Tilmans mei 1995 in de Volkskrant, een plasticsoort die licht doorlaat, zodat het gras doorgroeit als het dak dicht zit. Van gebrek aan zuurstof op de grond, waardoor het stadion van AC Milan slecht gras heeft, kan in de Arena evenmin sprake zijn. ,,In de vier hoekpunten, in het verlengde van de cornervlaggen, zijn luchtsluizen aangebracht.''

Achteraf wijt Tilmans zijn grote woorden aan Heidemij. ,,Ik geloofde ze'', zegt hij nu. En het is waar: de Heidemij bespeurt op dat moment geen vuiltje aan de lucht, zegt Rob de Heer. Hij is een jonge wetenschapper in de landinrichting als hij vanaf februari 1995 bij de Heidemij de Arena in zijn pakket krijgt. Alles lijkt in orde. De grootste en beste graszaadleverencier ter wereld, Barenbrug uit het Gelderse Oosterhout, had ,,het ideale graszaadmengsel voor de mat gevonden'', herinnert De Heer zich. En een bouwtechnisch bureau heeft onderzocht of het lexan genoeg licht doorlaat. Prima resultaten. ,,Niemand twijfelde.''

Daarom is het ,,onbegrijpelijk, niet uit te leggen, dom-dom-dóm'' dat die resultaten niet zijn geverifieerd, zegt De Heer. ,,Er had fundamenteel onderzoek gedaan moeten worden. Het onderzoek van dat bouwtechnisch bureau was te summier.'' De Heer vindt het ,,redelijk'' zijn toenmalige werkgever Heidemij (die heet inmiddels Arcadis en weigert commentaar) te verwijten dat zo'n onderzoek uitbleef, maar ook de Raad van Commissarissen, met kopstukken uit het bestuur en zakenleven, had op moeten letten. ,,Als die mensen zo op Heidemij vitten, denk ik: waarom heb je destijds niet om meer onderzoek gevraagd. Dat had iedere oplettende ondernemer in dit geval moeten doen.''

Taboe

Maar voorafgaand aan de opening hebben die ondernemers grotere problemen aan hun hoofd dan het gras: het geld. Alles draait om de bijdrage van de gemeente Amsterdam. Als die niet hoog genoeg is, komt er geen stadion. Het is water uit de rotsen slaan. ,,Iedere stuiver overheidsgeld voor het betaald voetbal was taboe'', zegt Coos van Meurs, het hoofd Sport en Recreatie van de gemeente.

Ajax is vanaf 1991 een goed renderende voetbalclub die moeiteloos deelneemt in de miljoenenhandel van spelers en hun salarissen. In die situatie, meent de Amsterdamse raad, is het raar een nieuw stadion voor Ajax te subsidiëren.

Toch weet toenmalig wethouder Genet de Amsterdamse raad in 1992 en 1993 te overreden zestig miljoen gulden en enkele aanvullende leningen vrij te maken. Hij doet dat door een schitterend vooruitzicht te schetsen. Het stadion wordt ,,een van de modernste en aantrekkelijkste van Europa''. Ajax blijft op afstand, de club is slechts huurder – en juist omdat de stad nu evenementen naast voetbal kan aantrekken is een investering van publiek geld verantwoord, aldus Genet.

De raad gaat akkoord – maar is, denkt men, ook streng: in een motie van VVD'er Ferry Houterman wordt de gemeentelijke bijdrage `gefixeerd' op een maximum van zestig miljoen gulden. Coos van Meurs: ,,Maar ik denk dat niet alle raadsleden begrepen hoe de financiering in elkaar stak. Dat denk ik niet alleen, dat weet ik wel zeker.''

Uiteindelijk zal de gemeente Amsterdam minimaal 130 miljoen gulden in het Arena-complex stoppen (zie kader). Maar in 1993 concentreert de discussie zich op zestig miljoen: of dat niet te veel is. Volgens de prognose gaat de bouw van het stadion ruim 200 miljoen gulden kosten. Het is een publiek-private samenwerking. Uit de markt, bij bedrijven en particulieren, wordt 110 miljoen gulden opgehaald. Het ministerie van Sport (dan nog WVC) is goed voor 12 miljoen. Ajax koopt stadionaandelen voor twintig miljoen en het stadsbestuur zelf neemt voor zestig miljoen aandelen in het stadion.

De laatste transacties roepen vragen op. Ajax claimt geld van de stad voor het verlies van de grond onder het oude stadion `De Meer'. De gemeente koopt die erfpacht af voor twintig miljoen gulden, en met dat gemeentelijke geld koopt de voetbalclub aandelen Arena. ,,De twintig miljoen'', zegt oud-burgemeester Van Thijn, ,,mag je bij de gemeentelijke bijdrage aan het stadion tellen.''

De gemeentelijke aandelenkoop van zestig miljoen zit nog ondoorzichtiger in elkaar. ,,Er waren raadsleden die dachten: we schenken de grond en daarvoor krijgen we voor zestig miljoen aandelen'', zegt Van Meurs. ,,Zo heb ik dat ook beleefd'', zegt – nu nog steeds – oud-burgemeester Van Thijn. Hij is niet de enige. Ook de cruciale figuur in 1993, ex-raadslid Klaas Veldman (75), heeft die herinnering. Hij vertegenwoordigt de PvdA, en zonder de steun van die fractie maakt het plan geen kans. Veldman zit lastig omdat prominente PvdA-fractieleden destijds geen stuiver aan het stadion wilden spenderen. Veldman: ,,Door de grond te ruilen voor de aandelen heeft de gemeente niets aan het stadion overgemaakt.''

Maar dat de werkelijkheid anders is, staat in de stukken die naar de raad gaan. De gemeente koopt eerst voor zestig miljoen aandelen en daarna krijgt de Stadion NV de grond voor een prijs ver onder de reële marktwaarde: vijf miljoen. In de herinnering van Van Thijn en Veldman was die grond getaxeerd op zestig miljoen – maar dát staat weer niet in de stukken. Zo blijft formeel onduidelijk hoe groot de gift is die de stad de Arena verstrekt. Vaststaat wel, bevestigt Van Meurs, dat de gemeente zestien miljoen betaalt om de weggegeven Arena-grond bouwrijp te maken.

Zo komt de steun van de gemeente aan het stadion (voorlopig) uit op 91 miljoen gulden, exclusief een grondgift van onbekende waarde. ,,Een correcte rekenformule'', zegt Rick ten Have, toen als wethouder verkeer bij de Arena betrokken. ,,Ik heb tegen de motie van Houterman gestemd. Die was onzinnig.'' Leo Platvoet (GroenLinks), raadslid in die tijd, zegt dat de ,,emotionele band met Ajax'' bij veel politici te groot was voor een nuchtere analyse. ,,Je kan niet zeggen dat B en W de raad hebben misleid. De raad en B en W verneukten elkaar, en zichzelf.'' (Detail: vijf dagen na de vergadering van de raad verkoopt Ajax de spelers Bergkamp en Jonk aan Inter Milaan, opbrengst: veertig miljoen.)

Truc

Maar de gang van zaken met de aandelen valt in het niet, zegt Platvoet, ,,bij de echt grote truc die is uitgehaald''. Dat zit zo. Niet lang voordat Louis Genet voor het eerst naar de raad gaat om steun voor het stadion te vragen, dreigt het plan alsnog te imploderen. De buurgemeente Ouder Amstel weigert medewerking (in het eerste plan staat een deel van het stadion op haar grond) en, van meer belang, er is nog stééds geld tekort, ook als de gemeente de grond bijna weggeeft en voor zestig miljoen aandelen koopt. Zelfs als wordt besloten de atletiekbaan uit het ontwerp te schrappen (waardoor de tribune stijl naast het veld komt te staan – voor de grasgroei een dramatische ingreep) komt men nog tekort. ,,Dat stadion'', zegt ex-wethouder Rick ten Have, ,,was onbetaalbaar.''

Daarom is zijn collega Genet ,,als een kind zo blij'' wanneer toch een oplossing wordt gevonden. We verplaatsen het stadion een paar honderd meter, is Genets gedachte. Dan zijn we van de zeurende buurgemeente af en ligt de Arena op Amsterdamse grond, en omdat daar, aan de Burgemeester Stramanweg, al een weg loopt die het stadion de lucht intilt, bouwen we er een parkeergarage onder. ,,Toen waren we in een klap uit de problemen'', zegt Genet.

Die parkeergarage voldoet in alle opzichten aan het imago van de Arena: modern en innovatief. Het wordt namelijk een transferium – een parkeergarage waarvoor het rijk subsidie geeft omdat zij automobilisten verleidt met het openbaar vervoer naar een stadshart door te reizen.

Maar het transferium heeft een paar nadelen. Het kost 63 miljoen, terwijl een normale parkeergarage met evenveel plaatsen (tweeduizend) in die tijd 20 tot hooguit 25 miljoen vergt, zegt deskundige Rien Hofstra. Ten Have: ,,We hebben het fundament van het stadion betaald uit het transferium. Zonder transferium was het stadion niet rond te krijgen, en een parkeergarage moesten we toch bouwen – maar die garage werd weer duurder omdat er een stadion bovenop moest.''

Wie wijst naar de `harde clausule' van de zestig miljoen, krijgt een origineel antwoord. Het transferium, zegt Genet, ,,moet je los zien van het stadion'', want het blijft gemeentelijk bezit. Ook Van Thijn en Van Zadelhoff benadrukken dit: het transferium, zeggen zij, was al gepland voordat het plan rees om het stadion erop te bouwen. ,,Die redenering'', zegt Platvoet, ,,was de grootste grap. Dan moet je de grasmat zeker ook los zien van het stadion?''

Het maakt allemaal weinig uit, zeggen Genet en Ten Have in 1993, want het transferium zal de gemeente nagenoeg niets kosten. Er wordt rijkssubsidie aangetrokken waardoor de gemeente slechts 58 miljoen krediet ter beschikking hoeft te stellen. Dat geld wordt de komende 25 jaar ruimschoots terugverdiend, dankzij opbrengsten van parkeergelden van ruim 4 miljoen per jaar, wordt de raad voorgehouden. Ook daarover is Platvoet in 1993 al sceptisch, omdat het transferium pas langs de route naar Amsterdam opdoemt als de files voorbij zijn – hij wordt weggehoond in de raad. ,,Maar ik geef toe'', zegt Van Thijn nu, ,,dat de locatie van het transferium ongelukkig is.''

Destijds gelooft ook Frank de Grave, nu minister van Defensie maar dan wethouder financiën in Amsterdam, er geen bal van, beaamt oud-collega Ten Have. De Grave vreest een structurele verliespost en eist compensatie als de exploitatie van de garage tegenvalt. ,,Frank is pas akkoord gegaan toen de Dienst Parkeerbeheer bereid was de mogelijke verliezen bij te passen'', zegt Houterman.

En de verliezen zijn gekomen. Al jaren staat de garage door de week goeddeels leeg. En de gemeente – Parkeerbeheer valt onder de gemeente – draait ervoor op. Gemiddeld ging het tot vorig jaar om een kleine vier miljoen verlies per jaar, in 2000 was het negatieve saldo twee miljoen.

Volgens de prognoses had de gemeente nu, na vijf jaar, al twintig miljoen van het transferiumkrediet terug moeten hebben – in plaats daarvan is het gat met nog eens een kleine twintig miljoen vergroot. En de hoop op een ommekeer is vrijwel vervlogen. ,,Wij zullen het transferiumgeld voorlopig niet terug verdienen'', zegt Houterman. Ten Have: ,,Het is geen verhaal om vrolijk van te worden.''

Slapeloze nachten

Als de financiering najaar 1995 definitief rond is, een jaar voor de opening, krijgt de Arena een nieuwe directie. Jan Tilmans ontbeert gevoel voor de wereld van Joop van den Ende, de `tweede peiler' waarop de exploitatie rust. Jan Gaasterland, afkomstig uit de platenbranche, wordt de nieuwe algemeen directeur – en Tilmans vertrekt.

Met zijn voorganger deelt Gaasterland het geloof in de genialiteit van het Arena-plan. Een van zijn eerste beleidsdaden is een verdere innovatie van de grasmat. Zijn ambitie is zoveel mogelijk megaconcerten te agenderen, en daarna mag er geen geduvel met het gras ontstaan. De redneck-mat wordt september 1995 door Gaasterland afgeblazen.

Vijf maanden voor de opening volgt spectaculair nieuws dat het vernieuwende imago van de Arena onderstreept. Het stadion krijgt een high tech-grasmat: vocht, temperatuur, luchtcirculatie en voedingstoestand worden per computer bijgehouden. PAT heet het, Prescription Atletic Turf, en de mannen van de Arena hebben het Joe Robbie Stadium in Miami bezocht om `dit voor Europa unieke systeem' aan te kopen.

Het kost ,,drie miljoen gulden, dacht ik'', zegt Henk Markerink, destijds co-directeur van Gaasterland, en na diens vertrek, vorig najaar, de enige Arena-directeur. Kern is dat dertig centimeter onder de mat een laag water ligt, waardoor de grasgroei extra wordt gestimuleerd. Rob de Heer, die voor Heidemij in de delegatie in Miami zat, is ,,zeer opgelucht'' na de vondst. ,,We begonnen 'm al te knijpen.''

De Arena maakt deze aankoop onmiddellijk onderdeel van de marketing: delegaties uit de hele wereld krijgen rondleidingen in het stadion, en het PAT-systeem wordt er uitgelicht. ,,Ik heb ook aan die groepen uitgelegd hoe ingenieus PAT was'', zegt Van Meurs. ,,En dat was het: pet.''

De maanden nadien heeft Rob de Heer buikpijn en slapeloze nachten – langzaam dringt tot hem door dat ,,we een flater van jewelste hebben begaan''. Het systeem kán hier niet werken, ziet hij. ,,PAT komt alleen tot leven in een subtropisch klimaat.'' Twee weken voor de opening, er is nog steeds nauwelijks een grasspriet te bekennen, komen de lui van Ajax, Arena en Heidemij geëmotioneerd bijeen en valt de beslissing: exit PAT. Rob de Heer: ,,Mijn vrouw zei: moet jij geen advocaat nemen?''

Inderhaast wordt een nieuwe mat gekocht maar die kan onmogelijk beklijven. Bij de openingsmatch Ajax-AC Milan vliegen de plaggen door de lucht, en Rob de Heer zal nooit vergeten hoe ,,de gifkikkers van Ajax'' tekeer gaan, zodat hij het feestje na afloop laat schieten.

De Arena en Heidemij nemen nu twee Wageningse graslanddeskundigen in de hand, Ad Schapendonk (specialisme: licht) en Aad van Wijk (bodem). Zij gaan alsnog het fundamentele onderzoek doen dat in de ontwerpfase van het stadion op zijn plaats was geweest. Het wordt een pijnlijke exercitie. Hun rapport wordt nooit publiek – er zijn alleen een paar genummerde kopieën van – maar ze concluderen, zegt Rob de Heer, ,,dat de Arena zoveel minpunten heeft'' dat de grasmat nooit zal `uitstoelen', zoals dat heet: het proces van herstel na beschadiging, waarbij essentieel is dat een mat voldoende lucht en licht krijgt. En die toestand doet zich in de Arena alleen voor in mei, juni en juli – de periode ,,dat er niet wordt gevoetbald en de mat afgedekt moet worden voor evenementen'', zegt Rob de Heer. ,,Het komt hierop neer: het gras in de Arena gaat altijd dood.''

Het stadion heeft het probleem te lang verdoezeld, denkt directeur Henk Markerink. ,,We hebben steeds gesuggereerd dat we dit wel even oplosten. Nu zeg ik met mijn volle verstand: het gras is a pain in the ass.'' De schade is navenant. ,,Toen we begonnen waren we state of the art. Als je dan zo in problemen komt slaat dat als een boemerang op je terug.'' Ook Coos van Meurs – die inmiddels zijn zesde wethouder inzake de Arena heeft ingewerkt – stelt dat het stadion een probleem voor de stad is geworden. ,,We zijn als gemeente gelieerd aan een stadion waar een smet op zit.''

En nu het beeld eenmaal is gekanteld, verergert het zich vanzelf. De media tellen de matten, inmiddels ligt nummer 24 in de Arena, en steeds melden ze de prijs erbij: weer twee à drie ton naar de maan. Maar de nieuwe matten zijn voor insiders allang geen nieuws meer. De enige manier om überhaupt nog voetbal mogelijk te maken is `herbezoding': om de drie maanden een nieuwe mat van een krachtig ras, zo goed mogelijk beheren, in de wetenschap dat het gras levenloos is. ,,Terug naar de rednecks, hè'', zegt Rob de Heer. Hij heeft inmiddels een eigen onderneming, Support in Zeewolde, en is dankzij zijn jarenlange getob in de Arena een van 's werelds grootste deskundigen inzake herbezoding. Of het nu in Amsterdam, Algerije, Manchester of Milaan is: hij is er adviseur. ,,Dankzij het Arena-debacle ben ik emergency-dokter in voetbalvelden geworden.''

Maar herbezoding blijft vol risico's, beaamt hij. Rond de jaarwisseling speelde Ajax, door plotseling gewijzigde weersomstandigheden, tweemaal op een glijbaan, en nadat het Nederlands elftal recentelijk een match afwerkte, zei aanvoerder Frank de Boer in Het Parool: ,,We moeten dit veld boycotten.'' Maar er blijft hoop, zegt Henk Markerink. Nog altijd financiert het stadion fundamenteel onderzoek, en nog altijd zit er vooruitgang in. ,,Maar dat zal ik niet meer van de daken schreeuwen.'' Doe maar niet, vindt Rob de Heer. De Arena beheert `nu al vijf jaar het grootste graslab ter wereld', zegt hij. ,,Als er een oplossing zou zijn, was die allang gevonden.'' Ook de hoop van de Arena-directie op kunstgras is ijdel, zegt hij. ,,Geloof me, bedrijven die daarin doen hebben geen idéé hoe ingewikkeld voetbalgras is.''

Verliespost

Alle somberheid kan niet wegwassen, zegt Van Zadelhoff, dat de Arena heeft gefunctioneerd als ,,een geweldige aanjager'' voor Amsterdam Zuid-Oost. De Bijlmer is een bink geworden. En het geld dat de gemeente uittrok boven de afgesproken zestig miljoen is ,,ruimschoots terugverdiend door de verdiensten van de stad op de grond in dat gebied'', zegt Van Thijn.

Het stadion zelf heeft tot nu toe alleen verlies geleden: de resultaten variëren van 182.000 gulden verlies vorig jaar tot 9,9 miljoen verlies het eerste boekjaar. Het stadion heeft nauwelijks leningen bij een bank uitstaan, dus kan wel tegen een stootje. Markerink heeft goede hoop dat de Arena dit jaar quitte speelt, maar betwijfelt inmiddels de zin van een `multifunctioneel evenementenpaleis'. Want de laatste jaren heeft het met de grote niet-sportevenementen ook tegengezeten. ,,Er zijn te weinig artiesten die een stadion aandurven.'' En ook de akoestiek, beaamt hij, is ,,niet al te best''. Daarom, zegt Henk Markerink, moet de Arena zijn plaats opnieuw bepalen. ,,Dit is gewoon het Ajax-stadion, dus noem het maar zo. Het Ajax-stadion waar soms een ander evenement plaatsvindt.'' Maar destijds is al die moeite met het dak gedaan om te vermijden dat het stadion een verliespost wordt. Ach, zegt Markerink, dat was een opgewonden voorstelling van zaken. Pas als Ajax ook de komende jaren niet Europees speelt en de toeschouwers wegblijven, ,,hebben we een groot probleem''. ,,Maar dat loopt wel los.''

Zo komt, acht jaar na dato, alsnog vast te staan dat het gemeentelijke geld voor het stadion een verkapte subsidie was voor de beursgenoteerde voetbalonderneming Ajax – precies wat de raad van Amsterdam destijds niet wilde. Maar wat een raad ook wil, zegt de eerste Arena-directeur, Jan Tilmans, in de moderne maatschappij wint het sentiment van het voetbal altijd van een of andere motie. En bij toekomstige verliezen is er maar één partij die ervoor opdraait: de gemeente.

Nee hoor, zegt raadslid Houterman, de man van de motie van zestig miljoen: na deze hele geschiedenis is het ,,uitgesloten'' dat de stad nog bijspringt. ,,Dan moeten we onze aandelen maar verkopen.'' Zijn die nog wat waard dan? ,,Op dit moment niet veel, denk ik.''