Fiscus helpt bij afwezigheid

Een baan opzeggen voor een wereldreis gaat wat ver. Met hulp van de fiscus kan het ook: sparen voor later verlof. Voor een reis, maar ook voor de zorg voor anderen.

De meeste werkgevers kennen al specifieke verlofregelingen. Doorgaans gaat het om zogenaamd geclausuleerd verlof. Voor een dergelijk verlof gelden specifieke voorwaarden. Het doorbetaalde zwangerschapsverlof en het meestal onbetaalde ouderschapsverlof zijn vormen van geclausuleerd verlof.

Deze verlofmogelijkheden worden gebundeld in de Wet Arbeid en Zorg waar de Tweede Kamer deze week over heeft vergaderd. Daar komt binnenkort adoptieverlof en zorgverlof bij. Op dit ogenblik bestaat al een weinig gebruikte mogelijkheid om de loopbaan voor maximaal zes maanden te onderbreken voor studie of stervensbegeleiding van naasten. Dat is onbetaald verlof, al kan men van de overheid 978 gulden per maand krijgen. De verruimde spaarregeling voor extra verlof staat los van dat alles, al kan men er ook voor studie en zorgtaken gebruik van maken.

Het klinkt paradoxaal, maar door de krappe arbeidsmarkt kennen veel werkgevers royale regelingen voor het opnemen van extra verlof. Bedrijven hebben er wel wat voor over om personeel te houden. Ondertussen wordt van de medewerkers menigmaal overwerk verwacht. De compensatie die ze daarvoor krijgen, zien veel mensen liever in tijd uitgekeerd dan in geld. Dat kan met het zogenoemde compensatieverlof: vrije dagen terwijl het salaris doorloopt. In beginsel moet men belasting betalen over de toekenning van zo'n doorbetaalde vrije dag, net zo goed als men belasting moet betalen over een uitbetaling in geld. Beide zijn immers voordeeltjes die uit de baan voortvloeien. Toch blijft belastingheffing achterwege als het totaal aantal opgebouwde dagen binnen bepaalde grenzen blijft. Voor een werknemer met een fulltime baan ligt de grens bij 250 dagen. Voor een parttimer geldt die grens naar evenredigheid. Zo kan makkelijk een stuwmeer aan verlofdagen ontstaan.

Sinds 1 januari 2001 bestaat een nieuwe regeling in de vorm van verlofsparen. Die wet geldt niet voor het op 31 december 2000 erkende stuwmeer aan vakantiedagen. Daarop blijven de oude regels van toepassing. De dagen die er al staan, kan men wel gebruiken als een mooie start met het aparte spaarpotje voor verlofsparen. Die nieuwe regeling maakt het makkelijker om voor een langdurig verlof te sparen. De werkgevers zijn evenwel niet verplicht deze regeling toe te passen. Het bedrijf en het personeel moeten daarover (bijvoorbeeld in de CAO) eerst afspraken maken. Die afspraken moeten aan een aantal eisen voldoen. Zo dient de regeling voor ten minste driekwart van het personeel open te staan. Overigens kan niemand verplicht worden aan de regeling deel te nemen. Bij het verlofsparen kan men zowel geld als dagen verzamelen; een combinatie van beide is ook mogelijk. De wet stelt echter twee grenzen. Allereerst mag men jaarlijks niet meer dan tien procent van het loon belastingvrij in tijd of geld in het spaarpotje storten. De belastingheffing wordt opgeschort tot het spaarpotje wordt aangesproken. De sociale-zekerheidspremies zoals de WW- en WAO-premies moet men wel meteen betalen in het jaar waarin men spaart. Het gespaarde bedrag moet veilig staan. Daarom boekt de werkgever het bruto bedrag minus de ingehouden premies over op een geblokkeerde rentedragende bankrekening. Over de rente moet de werknemer later belasting betalen. Bij het opnemen van het extra verlof moet de werkgever loonbelasting inhouden over zowel het uitbetaalde bedrag als de rente. De verlofspaarregeling kent een tweede grens. Aan het eind van een kalenderjaar mag men niet meer dan een vol jaar aan verlof tegoed hebben. Een groter stuwmeer aan vakantiedagen betekent niet dat de boventallige dagen vervallen, maar wel dat het belastinguitstel niet voor die extra dagen geldt. Dan is een belastingaanslag over die dagen onontkoombaar. Hoewel de nieuwe regeling al twee maanden geldt, zijn nog niet alle bepalingen bekend. Zo komen er nog regels voor het administreren van het opgebouwde verlof. Ook is nog niet duidelijk waar de werkgever de gespaarde bedragen moet storten. Het is alleen zeker dat de spaarsaldi niet in het bedrijf mogen blijven.

De nieuwe verlofspaarregeling biedt de werknemer de zekerheid dat hij na zijn verlof zijn oude baan terugkrijgt. Bij de oude regeling was dat ook al zo. De werknemer blijft tijdens de verlofperiode gewoon in de sociale verzekeringen. Als hij na afloop van het extra verlof ziek is, kan hij op de normale manier een ziektewetuitkering krijgen. De werkgever moet instemmen met het extra verlof, maar zelfs met zijn instemming mag dat niet langer dan 12 maanden duren. Verder moet het om extra verlof gaan, dus niet om de normale jaarlijkse vakantie. Het extra verlof mag bovendien niet vallen in het laatste jaar voor pensionering of vervroegde uittreding. Een geruisloze vervroeging van de pensioendatum is dus niet mogelijk.

Ten slotte de kleine lettertjes. De verlofregeling kan doorwerken op de secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals het pensioen, de dertiende maand, de winstuitkering, de vaste onkostenvergoeding en de bedrijfsauto. Die gevolgen kunnen per verlofspaarregeling verschillen. Bij een verandering van dienstbetrekking zijn problemen ingebakken. De nieuwe werkgever is namelijk niet gebonden aan de met de vorige baas gemaakte afspraken over verlofsparen. Een volgend addertje onder het gras is dat een gespaarde verlofdag meestal minder waard is dan de later opgenomen dag. Door een salarisverhoging kunnen vijftig gespaarde dagen overeenkomen met 45 verlofdagen. Een krappe arbeidsmarkt kan werkgevers inspireren tot een royaal gebaar. Zo gaat ABN Amro voor zijn werknemers het verschil tussen beide salarisniveaus bijpassen. Het sparen voor een vakantie wordt extra aantrekkelijk nu vanaf 1 januari 2001 vervroegde opname van spaartegoeden op bestaande bedrijfsspaarregelingen mogelijk is. Zo kan men met een terugkeergarantie zowel tijd als geld beschikbaar krijgen voor een wereldreis, verzekerd en wel. Tenminste, als het bedrijf zijn arbeidsvoorwaarden heeft aangepast en toestaat dat de betrokkene er op uit trekt.