Een dagje Holland

Even fijn een dagje in Nederland. De ene dag heen, de volgende dag besprekingen en 's avonds terug vliegen. Op de terugreis trakteer ik mezelf in Rotterdam op een kaartje eerste klas naar Schiphol. Binnen een paar minuten zoeft de intercity bijna geruisloos door het polderlandschap.

Maar bij het binnenrijden van Leiden klinkt er plotseling een zorgelijke stem uit de intercom: de bovenleiding is kapot op het baanvak naar Schiphol. De trein kan niet verder, maar voor het station staan al snelbussen klaar om de reizigers toch nog op tijd naar de vliegtuigen te brengen.

De reizigers voor Schiphol voor een groot deel buitenlanders stappen braaf uit en zeulen hun koffers van de trappen van station Leiden naar beneden. De eerste bus is meteen vol. De tweede bus komt ook snel maar sluit net de deuren als ik aan de beurt ben. Achter mij groeit de meute gestaag. ,,Wanneer komt de volgende bus?'', luidt de vraag aan een een man met een NS-pet. ,,Dat kan over een minuut zijn, maar ook over een half uur.'' Hij vindt zijn antwoord nogal geestig.

Om de paar seconden stelt iemand dezelfde vraag. ,,Of misschien wel morgen'', voert hij zijn grap nog verder op. De menigte wordt onrustig. Buitenlandse zakenlieden vormen een pool en besluiten een taxi te nemen. De NS-man vindt het niet nodig om ze uit te leggen waar de taxi's staan. Wel mompelt hij tegen een paar toevallige omstanders dat de bussen inmiddels allang niet meer naar Schiphol gaan maar naar Hoofddorp. ,,De hele grote weg is volgestroomd met file!'' De zakenlieden zullen dus stranden in het verkeer.

Een man van middelbare leeftijd uit Den Haag staat zich op te vreten. De vliegtuigen wachten niet. Hij wil weten waar hij aan toe is. ,,Ik zeg u, dat kunnen we niet weten'', zegt de NS-man nu enigszins in het nauw gedreven. ,,Maar iemand moet het toch weten, iemand is toch verantwoordelijk'', roept de man uit Den Haag vertwijfeld. ,,Nou, dat vind ik dus gelul'', blaft de NS-man terug en draait zich af.

Gelul? De man uit Den Haag staart in shock voor zich uit, alsof hij zojuist het laatste beetje beschaving uit zijn wereld heeft zien verdwijnen. Dan gaat er een mobieltje af in het uniform van de NS-man, die even later roept dat hij goed nieuws heeft. Over een paar minuten gaat er weer een trein rijden. Allang blij dat het vliegtuig misschien toch nog gehaald wordt, wurmt de koffermeute zich haastig weer de trappen van het station op.

Een paar uur later land ik in Boedapest. Hoofdstad van een land dat nog moet bewijzen dat het aan de Europese eisen kan voldoen. De douaneman begroet me met een vriendelijk `Csókolom'. Hongaars voor `Küss die Hand'.