DNA-voedsel 1

Op de opiniepagina van 10 maart komen vijf voors en evenzovele tegens van `DNA-voedsel' aan bod. Ik word het meest overtuigd door de tegens van Lucas Reijnders.

Ik moet aan de door hem genoemde gezondheidsrisico's nog een belangrijke toevoegen. Het valt namelijk 100 procent zeker te voorspellen dat een belangrijk deel van het gentechvoedsel niet gezond is. Op grond van epidemiologische- en experimentele onderzoekingen wordt aangenomen dat bij kanker 80 procent veroorzaakt wordt door omgevingsfactoren. Het blijkt dat van alle mogelijk carcinogene factoren, zoals alcohol, tabak, voedseladditieven, beroepsmatige blootstelling, luchtverontreiniging en voedseladditieven de grootste rol is weggelegd voor gewoon voedsel en gewone dranken, namelijk 35 procent. Nu is de Ames-test ontwikkeld, die het carcinogene effect van verschillende stoffen kan kwantificeren door de mutaties die de stof teweeg brengt op bacteriën te meten. Dit gaf opmerkelijke resultaten: veel natuurlijke plantaardige substanties in ons voedsel bleken een carcinogeen effect te hebben. Deze substanties waren de natuurlijke insecticiden, die de planten zelf maken om insectenvraat te vermijden. Nu wordt met behulp van genetische modificatietechnieken DNA-sequenties in gewassen die kwetsbaar zijn voor insectenvraat, ingebracht. Nu duurt het lang voor een dergelijk carcinogeen effect zichtbaar wordt. Wanneer de kankerklinieken overuren gaan draaien is inmiddels het `DNA-voedsel' alomtegenwoordig. Het enige moment waarop dit kan worden teruggedraaid is nu.

Een ander onderbelicht fenomeen uit de praktijk van de genetische modificatie is het feit dat er veel meer verontwaardiging is over een genetisch gemodificeerde stier dan over een dergelijke bacterie of virus.

Dat is emotioneel te snappen maar niet erg rationeel. Een kwaadaardig veranderd virus is vele malen gevaarlijker dan een kwaadaardige stier.