DNA-onderzoek

In de bijna veertig jaar gedurende welke ik met het rechterlijke bedrijf te maken heb gehad is, voor zover mij bekend, de wetenschappelijke standing van het Gerechtelijk Laboratorium nimmer in discussie geweest, integendeel. Het laboratorium heeft tot taak medisch en natuurwetenschappelijk onderzoek te doen aan de hand van het hem toegezonden materiaal. Het hoofdartikel van 5 maart schrijft naar aanleiding van strafrechtelijk DNA-onderzoek van materiaal waarvan, kort gezegd, de herkomst discutabel was, ,,Het is op zichzelf al een Kamerdebat waard of zo'n absolute ethische neutraliteit de justitiële onderzoeker past.

Zo ja, waarvoor kan dat lab dan niet nog meer worden gebruikt?'' Die laatste premisse moet inderdaad zonder aarzelen bevestigend luiden. En het antwoord op de retorische vraag moet zijn: `In elk geval niet voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de inzameling van het hem voorgelegde materiaal.' Daar zijn rechters voor. Dat neemt niet weg dat de onderzoekers best in privé een oordeel mogen hebben over die vraag, maar dat oordeel mag hen er niet van weerhouden het van hen gevraagde onderzoek met `absolute ethische neutraliteit' te verrichten. De strijd tegen `trucs' bij inwinnen van onderzoeksmateriaal moet gevoerd worden tegen hen die zich van die trucs bedienen en door hen die met het toezicht op die `goochelaars' zijn belast. Niet door de Rijswijkse onderzoekers.