De charme van ontluikende seksualiteit

Wie een overzicht wil geven van de beeldende kunst in de jaren negentig, heeft aan één museum niet genoeg. Het afgelopen decennium werd gekenmerkt door zo'n pluriform kunstaanbod dat het een haast onmogelijke opgave is om daar enkele representatieve voorbeelden uit te distilleren. Belangrijke ontwikkelingen als de populariteit van de nieuwe media en de opkomst van de niet-westerse kunst zouden aan bod moeten komen. Er zou plaats ingeruimd moeten worden voor de vele vormen van kruisbestuiving die de hedendaagse kunst kenmerken, terwijl ook de schilder- en beeldhouwkunst niet overgeslagen mogen worden. En hoe zou je de vele immateriële kunstprojecten buiten het museum in kaart moeten brengen? Een representatief beeld van de kunst van de jaren negentig is, kortom, niet in enkele museumzalen te vatten.

Toch heeft de Nederlandse kunstenaar Carel Balth een dappere poging ondernomen om in ieder geval één van de vele aspecten van de jaren-negentig-kunst uit te lichten. De door hem samengestelde tentoonstelling Lens and Paper the Beauty of Intimacy in het Haags Gemeentemuseum beperkt zich tot drie media (fotografie, tekenkunst en videokunst) en richt zich op één specifiek thema: intimiteit. Balth putte voor zijn tentoonstelling rijkelijk uit de collectie van de Nederlandse bankier George Loudon, die hij al jaren adviseert bij zijn kunstaankopen. Een kleine zestig kunstenaars uit achttien verschillende landen zijn op de tentoonstelling vertegenwoordigd.

Het intieme karakter van de kunstwerken wordt in de eerste plaats bepaald door de techniek. Een eenvoudige lijntekening op een A4'tje of een snapshot afgedrukt op tien bij vijftien centimeter kun je alleen goed bekijken als je er met je neus bovenop staat. Bij de priegelige tekeningetjes die Rosemarie Trockel op velletjes uit een kladblok maakte bijvoorbeeld, krijg je het idee dat je ongevraagd in iemands dagboek zit te snuffelen – een gevoel dat je bij het kijken naar een groot schilderij of beeldhouwwerk niet snel zal overvallen.

Toch kunnen ook werken op groot formaat een intiem karakter hebben, zo blijkt op de tentoonstelling. Rineke Dijkstra's foto's van meisjes in de puberteit zijn zo haarscherp en uitvergroot dat alle oneffenheden op de huid zichtbaar worden. De afgebeelde jongeren mogen dan hoog boven de toeschouwer uittorenen, hun onzekerheid weten ze nooit te verbergen. En ook de opgeblazen portretten die de Amerikaan Collier Schorr maakte van stoere jongens tonen vooral de kwetsbaarheid van de jeugd. Schrijnend is de foto van een knul die zojuist in elkaar geslagen lijkt te zijn. De kapotte lip en de angstige blik in zijn ogen spreken boekdelen.

Maar meer nog dan de techniek is het de onderwerpkeuze van de kunstenaars die hun werken zo intiem maakt. Balth had geen beter thema voor zijn tentoonstelling kunnen kiezen, want niet eerder in de geschiedenis hebben kunstenaars zich zo letterlijk en figuurlijk bloot gegeven als in de jaren negentig. Inspiratiebronnen werden dicht bij huis gezocht en persoonlijke problemen schaamteloos op tafel gegooid. Zo schotelt de Duitse kunstenaar Wolfgang Tillmans ons zijn kiekjes uit het familie-album voor en laat de Spaanse Alicia Framis in een fotoserie zien hoe ze haar eenzaamheid verdreef door de aanschaf van een mannelijke modepop.

Hoewel de tentoonstelling wat rommelig is ingericht, met werken in heel verschillende stijlen en technieken die veel te dicht op elkaar gehangen zijn, geeft Lenses en Paper een aardig tijdsbeeld van de jaren negentig. Vrijwel iedere kunstenaar die zich in het afgelopen decennium internationaal heeft geprofileerd, is van de partij: Pipilotti Rist, Damien Hirst, Chris Ofili, Douglas Gordon, Shirin Neshat, Raymond Pettibon en Luc Tuymans, om maar een paar grote namen te noemen.

Wanneer je zoveel vooraanstaande kunstenaars bij elkaar gepresenteerd ziet het voelt een beetje alsof je met een afstandsbediening door de recente kunstgeschiedenis zapt – vallen opeens een aantal opmerkelijke overeenkomsten op. Dat de meeste tekenaars zich bezighouden met de verbeelding van het menselijk lichaam bijvoorbeeld, en dat de fotografen zich vrijwel unaniem op portretten hebben gestort. Vooral de schoonheid van jonge meisjes lijkt een universele aantrekkingskracht op kunstenaars te hebben. Zowel Noritoshi Hirakawa (Japan), Eija-Lisa Ahtila (Finland), Sarah Jones (Engeland) als Hellen van Meene (Nederland) hebben hun oeuvre gewijd aan het vastleggen van besproete neuzen, schalkse blikken en ontluikende seksualiteit.

Tentoonstelling: Lens and Paper the Beauty of Intimacy. In: Haags Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag. T/m 16 april. Di-zo 11-17u. Catalogus ƒ 49,50.