CHAOS TUSSEN DE MIDDAG

Het overblijven op de basisscholen stelt bar weinig voor. Ouders betalen wel, maar scholen zuiveren met het overblijfgeld nogal eens hun tekort aan.

`De overblijfjuf wil niet praten. Die denkt: jullie hebben hier toch speelgoed, maar je kan niet eens kaarten want er is maar één pakje kaarten en een heleboel kinderen', aldus de 8-jarige Sabine. Een leeftijdgenote stoort zich vooral aan de herrie tijdens het overblijven. ``Als alle kleuters er bij zijn, dan is het zó druk. Je kan niemand meer verstaan.''

Niet alleen kinderen mopperen over het overblijven. Ook ouders hebben steeds meer kritiek. Ze zijn gewend aan de kwaliteit van de kinderdagverblijven en schrikken zich rot als hun oogappel, eenmaal op de basisschool, gaat `overblijven'. Op de internetsite van de Vereniging Openbaar Onderwijs klaagt een moeder: ``De kinderen van groep vijf tot en met acht die de hele week overblijven, moeten in één week naar drie verschillende locaties. Waanzin. Mijn kind is één maand, één keer per week naar de overblijf geweest. Drie van de vier keer had hij al z'n eten nog in zijn tas zitten. Hij vond het absoluut niet leuk. (...).''

Kinderen blijven vaker over, want steeds vaker hebben pappa èn mamma een baan. Per dag blijft ongeveer een derde van de basisschoolkinderen over, dat zijn meer dan een half miljoen kinderen. En omdat zoveel vrouwen werken, zijn er minder overblijfmoeders dan ooit. ``Dus krijg je situaties waarin vier overblijfkrachten met zeventig kinderen in één grote ruimte zitten'', weet directeur Ria Meijvogel van het Instituut voor Ontwikkeling van Schoolkinderopvang (IOS). Het IOS doet onderzoek naar de kwaliteit van tussenschoolse en naschoolse opvang en verzorgt bijscholingscursussen voor leidsters. Ook Meijvogel heeft heel wat aan te merken op het overblijven. Ze noemt de opvanglokalen waar meestal geen ruimte is om te spelen als het buiten regent en waar ook de akoestiek te wensen overlaat. En overblijfmoeders, die niet zijn getraind in het omgaan met grote groepen. ``Iedereen doet daar zo makkelijk over: als je zelf kinderen hebt opgevoed, zou je dit ook moeten kunnen. Maar het is natuurlijk heel wat anders of je met drie van je eigen kinderen om tafel zit of met een groep van dertig.'' Veel kleintjes geven aan dat ze tussen de middag gepest worden door de oudere leerlingen.

Zelfs met de hygiëne is het rond het middaguur slecht gesteld op de basisschool. ``Er zijn scholen die tussen de middag op één na alle wc's dichtdoen, anders wordt het zo'n geklier. Of ze verbieden de kinderen om in de buurt van de wasbak te komen, want dan komt er maar rotzooi op de grond.''

fabeltje

Dat er geen geld zou zijn om van het overblijven iets te maken, is volgens Meijvogel een fabeltje. Ouders betalen gemiddeld een rijksdaalder per kind per dag dat het overblijft. Op zichzelf genoeg voor een overblijfvoorziening van redelijke kwaliteit. ``Een beetje school heeft met een knaak per kind zo'n 50.000 tot een ton aan inkomsten per jaar. Als er zes overblijfkrachten zijn, trek je daar zes keer 1400 gulden van af, de maximale belastingvrije vrijwilligersbijdrage, en dan houd je nog aardig wat over. De vraag is: waar blijft dat bedrag?'' Meijvogel stelde die vraag aan overblijfkrachten en overblijfcoördinatoren en ontdekte tot haar verbazing dat veel scholen het overblijfgeld in eigen zak steken. ``Wat heel vaak gebeurt is dat het geld in de algemene middelen wordt gestort. Een heleboel scholen vinden dat natuurlijk wel makkelijk, een paar extra centen erbij, er is zo'n tekort in het onderwijs.''

Ed van Veen, adviseur tussenschoolse opvang, heeft het ook meegemaakt. Dat scholen die hij bezocht het overblijfgeld in eigen zak steken zonder er met een woord over te reppen in de medezeggenschapsraad. ``Ik ken een directeur die een videorecorder nodig had voor de school en dat met het geld van het overblijven financierde.''

Het gebeurt ja, zegt ook directeur Rob Limper van de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO). ``En soms gaat het om aanmerkelijke bedragen.'' Maar hij vindt het niet aan de vereniging om scholen tot de orde te roepen. ``Als de rijksoverheid scholen normaal zou bekostigen, zou het niet voorkomen'', doet Limper de zaak af.

Limper vindt dat ouders, die via de medezeggenschapsraad invloed kunnen uitoefenen op de financiële middelen, wel wat alerter mogen zijn. Steeds meer ouders zijn dat ook. De laatste paar jaar eisen ouders vaker openheid over de inkomsten en de uitgaven van de school, merkt adviseur Van Veen. Hij heeft de indruk dat op de scholen met een actieve oudergroep het overblijfgeld wèl wordt gebruikt waar het voor is bedoeld: scholing van overblijfkrachten, aanstelling van een coördinator, inrichting van een geschikte overblijfruimte en speelmogelijkheden voor de kinderen.

Maar waar ouders minder mondig zijn heeft niemand vat op de overblijfpot, die vanwege het toenemend aantal kinderen dat overblijft steeds beter is gevuld. De administratie is vaak niet op orde, omdat niemand zich opwerpt als verantwoordelijke. Vrijwilligers krijgen meer dan eens een snip toegestopt. En nog een. Zo verdwijnen er hele stapels, weet Limper. ``Ik ken scholen die ouders zeker vijfhonderd gulden zwart per week geven.''

IOS-directeur Meijer betreurt het forse zwarte circuit rondom de overblijfvoorziening. ``Met de bedragen die erin omgaan kun je ook mensen wit in dienst nemen. Op die manier bind je de overblijfkrachten aan je, ben je verzekerd van vervanging in geval van ziekte en kan je wellicht ook een opleiding voor ze betalen.''

De makke van het overblijven is dat de wet geen eisen stelt aan de kwaliteit ervan zoals dat wel gebeurt bij de kinderdagverblijven en de buitenschoolse opvang. De wetgever beschouwt overblijven niet eens als kinderopvang, want de overblijf is bij een onderwijswet ondergebracht: de Wet op het primaire onderwijs. Daar staat in dat de school verplicht is een ruimte beschikbaar te stellen en dat ze moet zorgen voor een verzekering. Verder is er niets geregeld. Geen woord over de opleiding die overblijfkrachten op z'n minst moeten hebben, hoeveel leidsters ten minste nodig zijn, waar een ruimte minimaal aan moet voldoen en hoe groot de groepen mogen zijn.

Zelfs de zaken die wel in de wet staan, zoals de plek die er op school moet zijn, zijn vaak nog slecht geregeld. Adviseur tussenschoolse opvang Van Veen: ``Sommige scholen denken: laat die overblijf maar zoals het is. Wij merken er toch niks van, we hebben pauze. Ik ben op een school geweest waar de kinderen tussen de middag op het toneel zitten. En op een basisschool in Den Haag kwam ik in een enorme zaal terecht. Honderd kinderen, met zeven ouders. De schoolleiding reageert dan: één leidster op veertien kinderen, dat is toch in orde? Maar zo'n zaal is natuurlijk te massaal. Het was er een complete chaos, niemand kon de ander verstaan.''

Op scholen waar kinderen met plezier overblijven, hebben de ouders doorgaans het heft in handen genomen. Er zijn professionele leidsters naast vrijwilligers, er is een overblijfcommissie, een coördinator èn een witte boekhouding. Maar Van Veen gelooft dat ook de schoolbesturen niet langer kunnen doen of hun neus bloedt. ``De organisatie van de overblijf straalt af op je school. Je ziet nu al ouders van scholen wisselen, omdat de ene school het overblijven veel beter regelt dan de andere. Die ontwikkeling zet zich onherroepelijk voort. Het is maar net waar je koopt hè? Bij Albert Heijn of de kruidenier.''

fabeltje

Op dit moment studeert een interdepartementale werkgroep op een nieuwe regeling voor het overblijven. Grote kans dat de voorziening straks toch nog onder de wet gaat vallen die de kinderopvang regelt. De vraag is alleen hoe. ``Als je dat in één keer zou doen, moet je in no time de kwaliteit gaan opvijzelen, omdat de overblijf dan opeens aan al die eisen moet voldoen. Dat kost je al snel ruim een half miljard en dat geld is er natuurlijk niet.'' In september komt de werkgroep met een rapport.

De Vereniging voor het Openbaar Onderwijs heeft de verbeteringen die volgens haar nodig zijn in de vorm van een manifest gegoten. Op vrijdag 23 maart wordt het manifest rond het middaguur aangeboden aan de betrokken staatssecretarissen. Rond die tijd opent de 8-jarige Sabine waarschijnlijk net haar broodtrommeltje. Zij heeft geen manifest nodig om kenbaar te maken wat er beter kan. Drie zinnen volstaan. ``Ik wil een eigen lokaal met leuke kastjes met spelletjes erin en dat je dan kan pakken en kan doen wat je wil. Gewoon een beetje gezellig. Net als thuis.''

De uitspraken van Sabine komen uit een onderzoek dat het IOS op dit moment verricht naar de kwaliteit van de tussenschoolse opvang.