Broodjes met ui mogen hinderlijk rieken

Overheden zien hardnekkig af van het handhaven van regels. Het gebeurde in Enschede en Volendam en het komt vaker voor. Een serie van vier voorbeelden. Deel 1: Nare luchten

De van 1905 daterende woning staat in het centrum van Leiden, aan de smalle Dullebakkersteeg op de hoek van de Haarlemmerstraat. Kunstschilder Fer Hakkaart huurt de bovenetages van het royale pand al 36 jaar. ,,Is het geen prachtig huis? Alleen die stank, die misselijkmakende stank.'

Vooral in de gang hangt een zoete, weeë lucht, afkomstig van Bakkerij Bart op de begane grond. ,,De ene dag is het erger dan de andere', zegt Hakkaart. ,,Maar we hebben er voortdurend last van.' Dat begon in 1989, toen de bakkerij openging. Hakkaart had in een huis-aan-huisblad gelezen dat er ,,een soort restaurantje' zou worden gevestigd, maar al ras bleek dat het een bakkersbedrijf betrof. Hakkaart zag dat er twee pijpen in de muur werden geboord en dat er ,,twee enorme ovens' naar binnen werden gesleept.

Hij klaagde bij B en W, waarna Bouw- en woningtoezicht kwam kijken. ,,Ze zeiden iets van: `Nee, ze gaan daar niet bakken'. Nou, het liep mooi anders. Bakkerij Bart begon gewoon te draaien, zonder toestemming.'

De gemeente heeft een ander verhaal. In zijn werkkamer op het stadhuis pakt wethouder Alexander Pechtold (Milieu) het dossier erbij. ,,Het bedrijf was niet vergunningplichtig, maar het moest wél voldoen aan de regels die in het Besluit Brood en Banketbakkerij Milieubeheer, een algemene maatregel van bestuur, staan opgesomd', aldus de D66'er die in 1997 aantrad.

Hakkaart merkt op dat Bakkerij Bart ,,hoe dan ook over de schreef ging'. ,,We hadden meteen last van irritante geuren - ze bakken ook broodjes met ui - en van een enorm lawaai. Méér dan 45 decibel, midden in de nacht, maar óók overdag. De gemeente kwam controleren. De bakker mocht van de gemeente niet meer vóór zeven uur 's ochtends aan de gang. Dat deed-ie toch, ik riep de politie erbij en die meldde het aan B en W. De gemeente gedoogde het.'

Hakkaart was het zat en begon in 1991 een bodemprocedure bij de Raad van State. De geschrokken gemeente dreigde daarop de bakkerij te sluiten, maar de Raad van State floot haar terug wegens procedurefouten. Leiden herstelde zijn misstap en nam zich, twee jaar later, opnieuw voor het bedrijf stil te leggen. Maar toen Bakkerij Bart beloofde dusdanige maatregelen te nemen dat geluid- en stankhinder niet meer zouden voorkomen, mocht de zaak openblijven. In zijn twee-hoog gelegen, geurvrije atelier zegt Hakkaart: ,,Bouwvakkers timmerden een extra plafond in de bakkerij en schuimden de tussenruimte dicht. Helaas, het hielp niets.'

De gemeente zat met de kwestie in haar maag, zeker toen de Commissie beroep en bezwaarschriften in juni 1995 concludeerde dat het nieuwe plafond weliswaar voldeed, maar dat er bij Hakkaart nog wel degelijk sprake was van geur- en geluidoverlast. Een onderzoek van de Stichting Bestuursdienst van de Raad van State wees uit dat het plafond niet deugde. Aan het einde van dat jaar greep de Raad van State in: ze legde Bakkerij Bart een dwangsom op van vijfhonderd gulden per keer dat het bedrijf de geluidsvoorschriften zou overtreden. De raad deed geen uitspraak over de stank – daar moest nieuw onderzoek naar worden gedaan.

Het bleef stinken. Hakkaart verweet de gemeente laksheid en hij was woedend dat er een (op verzoek van de gemeente gemaakt) onderzoeksrapport verscheen dat meldde dat Bakkerij Bart ,,al het mogelijke' had gedaan om geuroverlast te vermijden. Wethouder Pechtold: ,,Daarom trok de gemeente in 1997 een twee jaar eerder opgelegde dwangsom weer in. Het bedrijf voldeed weer aan de spelregels.'

Maar de overlast blééf, dat ervoer ook Pechtold. ,,Dat het in de woning van Hakkaart ruikt, is voor mij geen vraag. Ik was ooit om half zes 's ochtends bij hem. Er werd bij de bakkerij op dat moment tegen de regels in ook geladen en gelost, maar dat gebeurt nu niet meer.' Hij vindt dat de affaire ,,al veel te lang speelt' en dat dat ,,niet zou moeten kunnen'. ,,Als we er eerder iets aan hadden kunnen doen, hadden we dat gedaan', zegt hij. ,,De gemeente heeft weliswaar de nodige bevoegdheden, maar dit conflict is uiterst complex. Ik vind niet dat Leiden heeft gedoogd. Vanuit mijn verantwoordelijkheid voor het geheel zeg ik: als ik tegen de een optreed, hoe verhoudt zich dat tot de ander? Had ik tot sluiting van de bakkerij besloten, dan had Bakkerij Bart met dat besluit naar de Raad van State kunnen stappen en was ik onderuitgehaald.'

Hakkaart houdt vol dat de gemeente het laat afweten. Hij toont een schrijven van vorig jaar, waarin de Raad van State hem wat betreft de geuroverlast in het gelijk stelt. ,,De gemeente moet de bakkerij een dwangsom opleggen, maar ze doet niets', zegt hij.

Wethouder Pechtold kent de brief. ,,De Raad van State deed haar uitspraak op basis van het zogenoemde Besluit Brood en Banketbakkerij Milieubeheer. Sinds 1999 vallen bakkerijen onder het Besluit Detailhandel en Ambachtsbedrijven Milieubeheer, dat minder streng en minder gedetailleerd is als het om dampdichtheid van een bedrijfsruimte gaat. De zaak is anders komen te liggen, nóg ingewikkelder geworden.'

Dus komt er wéér een (onafhankelijk) onderzoek naar de vraag of Bakkerij Bart de lucht bij bovenbuur Hakkaart verziekt.

,,Als blijkt dat de bakker niet aan dat nieuwe besluit voldoet, legt de gemeente hem een dwangsom op. Heeft hij zijn zaken op orde, is zijn plafond oké en komen de luchtjes op een andere manier bij Hakkaart binnen, tja wat dan', vraagt Pechtold zich af.