Britten vinden het wel lekker als het tegenzit

Mond- en klauwzeer lijkt van Groot-Brittannië opnieuw ,,de melaatse van Europa'' te maken. Hoe reageren de Britten zelf op de zoveelste crisis in korte tijd? En bestaat er een verband tussen alle tegenslagen?

John McCleod van de Schotse vrije presbyteriaanse kerk weet het zeker. Foot and mouth, overstromingen en ontsporende treinen – het is allemaal de schuld van de Britse koningin Elizabeth, heeft hij haar deze week geschreven. De plagen van oudtestamentisch kaliber zijn Gods straf voor haar recente ontmoeting met de paus.

Times-columnist Jasper Gerard ziet het anders: niets aan de hand. ,,Naïef als ik ben, dacht ik dat dit een stabiel, welvarend, ja gelukkig land was'', schreef hij deze week cynisch. Maar hij wist dat het serieus mis was toen Turkije voedselpakketten begon te sturen en in Addis Abeba een benefietconcert werd gehouden onder de naam Cow Aid. Op de voorpagina van hetzelfde blad stond een cartoontje van twee schapen die de krant lezen en zeggen: ,,Laten we onszelf opvrolijken. Hoe is het met onze aandelen?''

Met reli-waan en zwarte humor reageren Britten op de seriële rampspoed van de laatste maanden. Niet met protestdemonstraties. En trouwens ook niet met de `dag van nederig gebed' die de Schotse presbyter eist. ,,Apathisch wil ik ze niet noemen'', zegt Bob Worcester, een toonaangevende opiniepeiler en Amerikaan van geboorte. ,,Dit volk gaat niet zomaar de straat op. Ze blijven relaxed.'' Het is nog sterker, gelooft BBC-presentator Jeremy Paxman en auteur van een boek over het Engelse volkskarakter: ,,Ze vinden het eigenlijk wel lekker als het tegenzit.''

Dat quasi-masochisme heet ook wel de Spirit of Dunkirk, naar het collectief improviseren en de stijve bovenlippen waarmee het verslagen Britse leger in 1940 van het Franse strand werd gered. Bij de drooggevallen benzinepompen van september vorig jaar, de wateroverlast van november en de totale ineenstorting van de spoorwegen rond kerst was er zeker iets van te merken. Of de mond- en klauwzeercrisis die `geest van Duinkerken' ook oproept, valt te bezien.

Tot gisteren waren meer dan 250 gevallen vastgesteld van de virusziekte die schapen, koeien, varkens en andere evenhoevige dieren zoals herten aantast. Het ministerie van Landbouw heeft aangekondigd in totaal meer dan een miljoen dieren te zullen slachten om de verspreiding in te dammen en de lucratieve export van virusvrij vee op termijn opnieuw mogelijk te maken. Boerderijen zijn geïsoleerd, de brandstapels roken, mogelijk wordt het leger ingezet. En toch is moeilijk vast te stellen of de epidemie een nationale crisis is.

De ziekte domineert de voorpagina's van de laatste week, maar er zijn ook dagen dat daar alleen is te lezen over de beurs, Big Brother of orgaandonatie. ,,Foot 'n mouth, waar hebben ze het toch over?'', vroeg deze week een oudere vrouw in het buurtpostkantoor, bloedserieus. ,,Dat is als je wakker wordt met je voet in je mond, love'', zei haar buurvrouw in de rij meteen snedig. Je voet in je mond doen betekent in het Engels iets doms doen.

Het maakt duidelijk dat de veeziekte voor veel Britten nog steeds ver van hun bed is. Veel stadsbewoners, negentig procent van de bevolking, merken er alleen iets van op de televisie. Of als blijkt dat ze geen weekend naar het Lake District kunnen omdat de wandelpaden en hotels daar zijn gesloten. De landkaart begint er misschien uit te zien als een patiënt met mazelen, buiten de brandhaarden van het virus in Devon (zuidwest), Dumfries en Cumbria (noordwest) is er ook in grote delen van het platteland weinig of niets van te merken. De countryside zít helemaal niet op slot, wordt de staatssecretaris voor Toerisme dezer dagen niet moe te verklaren.

Genoeg hartverscheurende gevallen. Zoals dat van Lottie Jones, een veertienjarig meisje uit Wales, dat afscheid moest nemen van de 228 stamboekkoeien op de boerderij van haar ouders. Ze kende ze allemaal bij naam en Darling was de liefste. Als je de stal binnenkwam en haar naam riep, stak ze haar kop omhoog en kwam op je af draven. Deze week kreeg Lottie schone kleren aan en werd op een speciale pas naar een boerderij verderop gebracht. Haar ouders mochten haar niet omhelzen of kussen, om het virus niet te verspreiden, noteerde een Times-verslaggever woensdag. Zodra ze was vertrokken, begon het knallen.

Anderen roepen op tot distantie. De Financial Times noemde de noodslacht in een hoofdartikel deze week ,,zinnig'' en ,,proportioneel'', omdat het om relatief kleine aantallen gaat. En politici moeten zeker niet toegeven aan degenen die ,,de crisis willen aangrijpen om de wereldvrijhandel te ondermijnen'' en die ,,door een roze bril naar lokale productie en consumptie kijken'', aldus de krant.

De Britse regering heeft de mond- en klauwzeercrisis tot nu toe precies zo behandeld: koel en als een zaak van vooral lokaal belang. De zaak is `onder controle' want alle nieuwe gevallen zijn tot oude te herleiden en stamping out zal vroeg of laat effect sorteren, was het devies. Maar de ziekte lijkt intussen toch Westminster te hebben aangestoken. Daar zijn twee redenen voor.

Ten eerste de schade aan het Britse imago in het buitenland. Het had misschien elk land kunnen overkomen, maar na BSE zadelt het Verenigd Koninkrijk zijn Europese buren op met een nieuwe landbouw- en voedselcrisis met ongekende economische, politieke en sociale gevolgen.

,,Donder op! Dit kwaad komt opnieuw uit jullie hoeren-Engeland'', vatte een Franse boer de sentimenten in het achterland van Duinkerken samen. Hugh Byrne, de Ierse minister voor Natuurlijke Hulpbronnen, was geen greintje diplomatieker toen hij het buureiland ,,de melaatse van Europa'' noemde wegens de vermeend slonzige aanpak van de crisis.

Dit zijn geen reacties waar Tony Blair op zit te wachten. Na jaren van Tory-isolationisme wil hij niets liever dan invloed en respect winnen in Europa, hoe moeilijk het ook is zolang de Britten niet in de euro stappen. De tijden van Cool Brittannia, een poging van Blair om het Britse imago wereldwijd op te frissen, lijken voorbij.

Zo krijgen al die tegenslagen samen toch de contouren van één `Engelse ziekte'. Staan ze trouwens wel los van elkaar? Het krakende onderwijsbestel, de hopeloze gezondheidszorg, het spoorwegnet dat met paperclips bijeen wordt gehouden zijn allemaal te wijten aan jarenlange systematische onderinvestering. Blair belooft die goed te maken met massale injecties in de openbare sector. In werkelijkheid kan ook hij nog steeds niet kiezen tussen een staatsinrichting naar Amerikaans model en een continentale verzorgingsstaat. ,,US-style taxes can't pay for German-style welfare'', kopte The Wall Street Journal vorige week.

Privatiseringen dienen de aandeelhouder, maar vijlen veiligheidsmarges weg, zoals is gebleken bij vier recente dodelijke ongelukken op het Britse spoornet. ,,Ach, als je ingenieurs hun gang laat gaan, ontwerpen ze alles voor extreme omstandigheden'', vertelde kortgeleden een bankier die Britse en buitenlandse nutsbedrijven adviseert. ,,Iets goedkoper is veilig genoeg, goldplating is nergens voor nodig.'' De mond- en klauwzeercrisis is moeilijk los te zien van de Britse eco-carrousel. De verspreiding van het virus ging juist hier zo snel omdat de Britten de meest intensieve veehouderij van Europa hebben en kriskras schapen en varkens door het land vervoeren. Goed voor de export, maar óók vragen om moeilijkheden.

De tweede reden dat Westminster niet langer immuun is voor de ziekte, is van binnenlandse aard. Voor 3 mei, zo wordt aangenomen, wil Blair verkiezingen uitschrijven. Dan zijn immers ook de gemeenteraadsverkiezingen en Labour staat momenteel 26 punten vóór op de Conservatieve oppositie. Maar intussen klinkt de roep om uitstel. Het platteland is niet in de stemming voor een campagne, en bovendien is het gevaarlijk om bijeenkomsten te beleggen en zelfs om deur aan deur pamfletten te gaan uitdelen, heet het.

Tot dusverre geeft de premier geen krimp. In de countryside zijn weliswaar weinig stemmen voor hem te winnen, maar het negeren van hun leed kan townie Blair ook in eigen kring duur te staan komen. ,,Het zouden vreugdeloze verkiezingen worden'', ook al zou Blair ze makkelijk winnen, schreef Hugo Young in de centrumlinkse Guardian. Hij vraagt om opportunisme niet van democratie te laten winnen en de verkiezingen uit te stellen, zoals een staatsman betaamt. Zo niet, dan lijkt Labour een ,,agent van hetzelfde cynisme dat het ooit van plan leek te overwinnen.''

Voor Blair dringt de tijd. Want de piek van de epidemie is nog niet in zicht, al kan het daarna binnen een paar weken afgelopen zijn. Temeer omdat dat virus slecht tegen licht en warmte kan. Mond- en klauwzeer is iets typisch voor Brits-klamme tijden, maar verdwijnt in de lente. Dit jaar helaas tegelijkertijd met de lammetjes.