Brazilië

Phileas Fogg deed het in 80 dagen, Pele met 80 trucs in zijn kicksen. De Achterpagina gaat in 80 hits de wereld rond. Vandaag de 38ste stop: Brazilië.

`Ze barsten van de koffie in Brazilië' zong de Ghanese groep Osibisa in de jaren zeventig. Dat mag zo zijn, maar het voornaamste product van het grootste land van Zuid-Amerika is muziek. Vanaf het begin van de vorige eeuw, toen zwarte muzikanten in Rio de Janeiro experimenteerden met de vermenging van polka's, habanera's en Afrikaanse ritmes, is de samba niet alleen de basis van het carnaval maar ook de belichaming van het Braziliaanse levensgevoel. Zelfs het op een na beroemdste exportartikel van Brazilië, het sambavoetbal, is naar de tot dansen dwingende vierkwartsmaat genoemd.

Van de samba kwam in de jaren vijftig de bossa nova, en het was die mengeling van Latijns-Amerikaanse ritmes en Noord-Amerikaanse jazz die de topografie van Brazilië over de wereld zou verspreiden. Want dankzij tekstschrijver Vinícius de Moraes en componist Antonio Carlos Jobim kent iedereen ten minste één van de stranden van Rio: Ipanema. Het door Astrud Gilberto in 1964 de hitparade ingezongen `The Girl From Ipanema' (met saxofoonbegeleiding van Stan Getz) werd alleen in de Verenigde Staten al twee miljoen keer verkocht, en doorliep daarna het doornige pad van de evergreen. Opgenomen door een honderdtal artiesten – onder wie Sinatra, Fitzgerald en Cliff Richard – behoort het inmiddels tot de meest gespeelde muzak in liften en lobby's.

Draaide `The Girl From Ipanema' om een onbereikbaar sexy meisje dat `loopt als een samba', de vijftien jaar jongere popsong `Copacabana' van de easy-tunepionier Barry Manilow vertelt over een professionele danseres in een nachtclub. In de jaren vijftig was deze Lola een gevierde ster, maar nadat haar minnaar Tony is neergeschoten door een rivaal in de liefde, is ze aan de drank en in de goot geraakt. Het is een pakkend verhaaltje dat door Manilow getoonzet is op een dito melodie die – zo blijkt uit een mini-opiniepeiling – op de raarste momenten in je hoofd gaat zitten om er pas een dag later weer uit te verdwijnen. Maar hoewel `Copacabana' verwijst naar het op een na beroemdste strand van Rio, speelt het zich ergens anders af; getuige het refrein (`At the Copa, Copacabana/ The hottest spot north of Havana') waarschijnlijk in een van de grote steden van de Verenigde Staten.

Het geeft niet, want de aantrekkingskracht van Rio de Janeiro heeft genoeg andere sporen in de popmuziek nagelaten. Behalve drie Nederlandse acts (The Blue Diamonds, The Dizzy Man's Band en Maywood), hebben onder meer Stones-bassist Bill Wyman en de jaren-tachtiggroep Duran Duran de badmetropool aan de Atlantische Oceaan vereeuwigd. Maar de aardigste hit met de titel `Rio' komt van de voormalige zanger-gitarist van The Monkees Michael Nesmith, die er in de zomer van 1977 een 24ste plaats mee haalde. De tekst, een ode aan de liefde met prachtige voorbeelden van synesthesie en alliteratie (`I'm hearing the light from the window/ I'm seeing the sound of the sea/ My feet have come loose from their moorings/ I'm feeling quite wonderfully free'), is vlot en poëtisch genoeg om uitgebreid te citeren; maar ik beperk me tot het refrein, dat begint met de regels: `I think I will travel to Rio/ Using the music for flight' en eindigt met: `I probably won't fly down to Rio/ But then again I just might.'

Rio betekent voor Michael Nesmith levensvreugde; het is een plaats die je eigenlijk niet hoeft te bezoeken, omdat ze nooit mooier kan zijn dan in je fantasie. `When my baby smiles at me I go to Rio' zong de eendagsvlieg Peter Allen een half jaar later in `I Go To Rio'; en ook hij bedoelde daar niks letterlijks mee. `Naar Rio gaan' is net zoiets als in de zevende hemel zijn of, zoals Allen in zijn derde couplet zegt, `jezelf Tarzan uit de jungle voelen'. Vanzelfsprekend kun je zo'n tekst alleen zingen als je er een vrolijk aanstekelijk melodietje onder zet – en daar was Allen in geslaagd, al kwam hij er niet verder mee dan een 27ste plaats.

Rio de Janeiro, de enige Braziliaanse stad die blijkens de Nederlandse Top 40 waard is om bezongen te worden, is meer dan een stad van stranden, samba's en sloppenwijken. Ze is de metafoor voor een goed humeur.