Begrijpen is een performance

Karakter is belangrijker dan intelligentie. Psycholoog Howard Gardner is tegenwoordig op zoek naar de context van intelligent gedrag.

Zeven intelligenties waren er ineens, toen in 1983 Howard Gardners boek Frames of mind verscheen. Niet alleen is er de logisch/mathematische en de taalkundige, maar er bestaat ook een muzikale intelligentie, en een `bewegingsintelligentie', enzovoorts. Samen met Stephen Jay Goulds The Mismeasure of man (1981) droeg Gardners werk sterk bij aan de relativering van het belang van het enkelvoudige Intelligentie Quotiënt (IQ), dat in zijn eentje de menselijke cognitieve vermogens zou weergeven.

En inmiddels zijn er al acht intelligenties en misschien wel een negende, zo blijkt uit Gardners' recentste boek Intelligence Reframed (1999), waarin hij de balans opmaakt van zijn invloedrijke intelligentietheorie (zie kader). Afgelopen week was Gardner te gast in Nederland. Hij gaf een lezing in het Paleis op de Dam, naar aanleiding van een ander recent boek The Disciplined Mind (1999), over de toepassing van de multiple intelligences in het onderwijs. De progressieve Harvard-professor in Cognitie en Onderwijs pleit voor meer diepgang. ``Opleiding is wat overblijft als je de feiten en de informatie wegdenkt'', zegt hij tijdens een vraaggesprek in de Haagse residentie van de Amerikaanse ambassadeur. Het is volgens hem belangrijker dat je je de denkwijze van zoveel mogelijk vakken (disciplines) eigen maakt, dan dat je veel feiten leert. In The Disciplined Mind beschrijft Gardner een paar diepgravende projecten rond de drie centrale thema's die volgens hem het fundament van goed onderwijs vormen: Waarheid, Schoonheid en Moraliteit (met als respectievelijke voorbeelden Evolutieleer, Mozarts opera Le Nozze de Figaro en de Holocaust).

In `Intelligence reframed' schrijft u dat u zich pas in 1997 realiseerde dat de theorie van Multiple Intelligences (MI) óók een typering is van de menselijke natuur en van de uniekheid van ieder menselijk individu. Wat bedoelt u daarmee?

Gardner: ``Recenter heb ik zelfs nog een derde betekenis van `intelligentie' bedacht! De eerste betekenis is dat de MI-theorie een goede beschrijving is van de mentale capaciteiten van de mens, tegenover de andere dieren. Ratten hebben misschien betere ruimtelijke intelligentie dan wij, en vogels zijn mogelijk muzikaler. Maar wij zijn de soort met deze acht of negen intelligenties, die ieder mens bezit tenzij hij of zij zeer ernstig gehandicapt is. En de tweede betekenis is dat het ook de uniekheid van individuen bepaalt: geen twee mensen hebben precies hetzelfde intelligentieprofiel. Zelfs eeneiïge tweelingen verwerken taal niet op precies dezelfde wijze.

``De laatste tijd ben ik veel bezig met een derde betekenis: wat betekent het als we zeggen dat iemand iets intelligent heeft gedaan? Bijvoorbeeld: `Alfred Brendel speelt deze Mozartsonate intelligent', `Dit huis is intelligent ingericht', `De overgang van de ene leider naar de andere is in die organisatie intelligent afgehandeld'. Mijn stelling is dat je zoiets alleen maar kunt zeggen als je thuis bent in die categorie van handelen, in het genre van het ontwerpen van een huis, het omgaan met leiderschap, etc. En óók alleen als je een bepaald waardesysteem hebt. Je kunt bijvoorbeeld vinden dat Glenn Gould die Mozartsonate veel intelligenter speelt. En als ik je waardesysteem ken, kan ik dat oordeel misschien begrijpen, ook al ben ik het er niet mee eens. De computers in je hoofd, die acht of negen intelligenties, zijn niet genoeg om die expertise te bereiken. Iedereen kent wel iemand die heel sterk is in taal of muziek, maar die geen idee heeft over hoe hij dat vermogen moet gebruiken, hoe vaak hij er op kan vertrouwen en wanneer hij er juist geen gebruik van moet maken.

``In mijn eerdere werk was ik helemaal niet met normen en waarden bezig. Maar nu ben ik samen met de psycholoog Csikszentmihalyi bezig met een groot project over `Goede Werken': werk dat uitstekend wordt uitgevoerd, dankzij de goedwerkende `computers' in je hoofd, maar dat ook verantwoordelijk is in een bredere maatschappelijke context.''

Sluit u daarom `The Disciplined Mind' af met de opmerking dat karakter belangrijker is dan intelligentie?

``Ja. Iedere dag denk ik daar vaker over na. In onze moderne samenleving bestaat er een overdreven nadruk op het stimuleren van een paar menselijke intelligenties.''

Een cynische commentator zou kunnen opmerken: Howard Gardner heeft eindelijk ontdekt dat er meer in het hoofd zit dan die acht of negen intelligenties.

``Dat zal best. De intelligenties zijn wel noodzakelijk voor dit soort beoordelingen, maar niet genoeg. Deze `computers in het hoofd' zijn een biologisch substraat. Maar waar ik het nu over heb heeft meer te maken met geschiedenis en cultuur. Het gaat niet om een aparte tiende intelligentie, het is iets anders. We kunnen Alfred Brendels uitvoering van Mozart niet beoordelen los van alle andere uitvoeringen van dat stuk of onafhankelijk van zijn persoon en zijn analyses van Mozart.

``Je moet eerst beslissen wat belangrijk is en wat je daarvoor nodig hebt en dan pas kun je de intelligenties gaan uitoefenen die je kennelijk nodig hebt.

``Deze visie is ook te beschouwen als een kritiek op de reductionistische opvattingen van het brein: zelfs als we zouden weten wat iedere neuron van onze biologische computers doet, dan nóg zouden we niet alles weten van ons denken. Mensen als Steven Pinker en Daniel Dennett zijn erg naïef in hun onderschatting van de invloed van historische en culturele omstandigheden. Hoe zou Alfred Brendel in 1780 hebben gespeeld? Dat is een zinloze vraag.''

U schrijft ook dat iedere intelligentie zijn eigen representatie, zijn eigen manier van afbeelden heeft in ons denken. Maar bijvoorbeeld in de muziek gebruikt iemand toch allerlei vermogens tegelijk: muzikaliteit, maar ook logica, lichamelijke intelligentie en zelfs interpersoonlijke intelligentie als je voor publiek speelt. Hoe zit dat?

``Het is hier van groot belang om een onderscheid te maken tussen de intelligentie en het domein. Een domein is een maatschappelijke activiteit waarin je een expertise kunt ontwikkelen. Dat kan van alles zijn: een kunstvorm, een academisch vak, fotograferen, het houden van lezingen, bloemschikken. Om daarin een expert te worden kun je verschillende intelligenties gebruiken. Sterker nog: twee experts in hetzelfde domein kunnen ook verschillende intelligenties gebruiken. De ene advocaat gebruikt vooral zijn taalkundige intelligentie, een ander vooral logica en een derde zijn interpersoonlijke intelligentie. Toch zijn het alledrie goede advocaten.

``Dat iedere intelligentie zijn eigen vorm van representatie heeft, is iets heel anders. Mijn hypothese is dat op het symbolisch niveau van ons denken niet alles wordt gereduceerd tot één lingua franca, zoals bijvoorbeeld Jerry Fodor beweert. Hij betoogt dat die ene taal zoiets als Engels moet zijn, een natuurlijke taal. Daar geloof ik dus niks van. Bij taal, muziek en logica is het gemakkelijk voor te stellen dat er aparte voorstellingsvermogens bestaan, omdat we in onze cultuur daar ook aparte symbooltalen voor hebben. Maar ik denk dat dat ook geldt voor interpersoonlijke intelligentie, lichamelijke intelligentie, enzovoorts. Een atleet heeft een gevoel voor hoe hij zich moet bewegen. Zoiets is het.''

Maar hoe gemakkelijk zijn die intelligenties van elkaar te scheiden? De MI-theorie is een welsprekend argument voor variatie, tegen de uniformiteit van het IQ. Maar wat is vervolgens de realiteit van deze inmiddels achtvoudige verdeling van ons denken?

``Ik zou nooit op het idee van de veelvoudige intelligenties zijn gekomen als ik niet twintig jaar lang op een neurologische afdeling had gewerkt, met patiënten die een beroerte hadden gehad. Die mensen blijken wel het ene maar niet het andere vermogen te verliezen. Dat iets gespaard wordt of juist beschadigd wordt, vormt voor mij het meest overtuigende bewijs dat dat als een aparte intelligentie kan worden beschouwd. Een hersenspecialist zal dan onmiddellijk tegenwerpen dat er veel gedetailleerdere onderscheidingen mogelijk zijn in vermogens dan de acht die ik nu onderscheid. Daar ben ik het mee eens. Maar als ik zou hebben gezegd dat er 437 verschillende intelligenties zijn, zou dit belangrijke wetenschappelijke idee iedere communicatieve kracht hebben verloren.''

Maar bent u het dan eens met uw leermeester, de psycholoog Jerome Bruner, die uw theorie een `nuttige fictie' noemde?

```Fictie' is een bedrieglijk woord, omdat veel postmodernisten, waaronder Bruner, beweren dat alles wat mensen maken fictie is, een verhaal. Dus ook wetenschap. Die opvatting deel ik niet. Maar dan nog, de cruciale vraag luidt: is deze fictie nuttiger dan andere ficties? Ik betoog van wel. Stel dat er inderdaad 437 verschillende computers in ons hoofd zitten, dan is de kwestie of die allemaal los van elkaar staan, of dat sommige meer bij elkaar horen dan anderen. Ik denk dat er samenhangende groepen bestaan, dat is een kwestie van statistische factoranalyse. Onderdelen van taalkundige intelligentie zijn bijvoorbeeld prosodie, fonologie en grammatica. Het is dus een nuttige fictie, ja. Maar wat is het alternatief? Dat de intelligenties een realistische materiële existentie hebben?''

Ja. Want u zegt toch heel vaak dat de intelligenties neuraal zijn vastgelegd in de hersenen, als een soort `hardware'.

``Jawel, maar niet alleen. Je moet wel ongelooflijk reductionistisch zijn om te menen dat er alleen maar neuronen en cultuur bestaan, zonder zoiets als een cognitief niveau dat daar tussenin ligt. En daarvan maken ook de intelligenties deel uit. Zonder nu pretentieus te willen zijn, wil ik toch wel zeggen dat mijn belangrijkste bijdrage aan de psychologische theorie is dat denken, geheugen en leren niet uit één fenomeen bestaan. Je hebt muzikaal geheugen, ruimtelijk geheugen, interpersoonlijk voorstellingsvermogen, logisch voorstellingsvermogen, logisch denken, lichamelijk denken, enzovoorts. Dat we veel van die capaciteiten tegelijk gebruiken in allerlei activiteiten, is weer iets anders.''

Ok. Dat is dan dus `denken'. Maar wat is dan `begrijpen', een concept dat centraal staat in uw boek over onderwijs `The Disciplined Mind'?

``Ik heb een spiel met `begrijpen'. Ik zie begrijpen als een performance, een voorstelling, iets dat een persoon in het openbaar doet. Een individu begrijpt iets wanneer hij iets nieuws kan plaatsen en verhelderen met gebruikmaking van eerdere interpretaties en kennis. Dit is geen definitie waar een filosoof blij mee is, maar in het onderwijs is het zeer nuttig. Het probleem met het huidige onderwijs, in ieder geval in Amerika, is dat de scholen geen groter begrip stimuleren. Scholieren en studenten wordt vooral gevraagd te reproduceren wat hen verteld is. Het meeste onderwijs is een test van het geheugen en van de mate waarin je erin slaagt te begrijpen wat de leraar wil horen.''

Begrijpen is dat je een context kunt geven voor iets nieuws?

``Dat is de vuurproef, ja. Echt begrip blijkt pas als je er iets mee doet. Veel te vaak wordt begrip gezien als iets wat zich afspeelt tussen onze oren. In werkelijkheid worden jij en ik daarin voortdurend misleid, als we ons begrip niet proberen `uit te voeren': aan iemand vertellen, of erover schrijven. Ik geef mijn studenten iedere week iets nieuws, wat ze moeten proberen te begrijpen. `Hoe kan ik iets uitleggen als ik het nog niet begrijp?' vroeg een student een keer wanhopig. Ik zei toen: `Je zult het nooit begrijpen als je het niet probeert uit te leggen'.

``Ik geef aan het einde van lessen ook een one minute paper. Studenten moeten daarin twee dingen opschrijven: wat ze wel hebben begrepen en wat niet. Dat is zeer verhelderend voor docenten. Als ik een boek heb gelezen of een lezing heb gehoord, stel ik ook mezelf altijd de vraag: ben ik hierdoor anders gaan denken of niet? Als dat niet het geval is zijn er twee mogelijkheden: of ik heb het niet begrepen of er was niks nieuws. Ik zie dat fenomeen erg socratisch: hoe meer je het gevoel hebt dat je iets niet begrepen hebt, des te waarschijnlijker is het dat je het begint te begrijpen. Wat is eigenlijk het belangrijkste dat u uit dit interview hebt opgestoken? Was er iets dat u nog niet wist?''