Afscheid van aftrekposten

Dezer dagen buigen heel wat mensen zich over hun aangiftebiljet over het jaar 2000. Dit is de laatste aangifte die gebaseerd is op het oude belastingstelsel. Laatste ronde voor enkele aftrekposten.

1

Lijfrentepremie

Even leek het erop dat de aftrekbaarheid van de lijfrentepremie verleden tijd zou worden, maar uiteindelijk is besloten dat iedereen jaarlijks recht blijft houden op een aftrek van 2.022 gulden. Alleen voor mensen die kunnen aantonen dat ze een pensioentekort hebben zijn er meer aftrekmogelijkheden. Wie echter nog een lijfrentepolis heeft afgesloten in 2000, mag 6.179 gulden aftrekken. Andere jaren was het ook mogelijk om tot 1 juli van het nieuwe jaar nog een lijfrente af te sluiten en de premie hiervoor in mindering te brengen op het aangiftebiljet van het jaar ervoor. Op 1 januari 2001 is echter het nieuwe belastingstelsel ingegaan en is er geen ruimte meer voor deze aftrekpost met terugwerkende kracht.

2

Beroepskosten

Voor de meeste particuliere belastingplichtigen vormen de beroepskosten, naast de hypotheekrenteaftrek, de belangrijkste aftrekpost. Beroepskosten zijn de kosten die u maakt om uw beroep goed te kunnen uitoefenen, zoals abonnementen op vakliteratuur en het bijwonen van congressen. Ook als deze kosten niet gemaakt worden, mag er een vast bedrag van 3.538 gulden afgetrokken worden. Wie meer kosten maakt, mag deze ook aftrekken, maar dat moet dan wel aangetoond kunnen worden. Het aangiftebiljet over 2000 is het laatste biljet waarop deze kosten nog afgetrokken kunnen worden. Het zogenaamde arbeidskostenforfait is namelijk afgeschaft. In plaats daarvan is er nu een arbeidskorting van 2.027 gulden. Voor degenen die in de praktijk meer beroepskosten maken, zit er niets anders op dan met de werkgever te overleggen over een onbelaste onkostenvergoeding.

3

Reiskosten

Ook het reiskostenforfait verdwijnt. Op de aangifte over 2000 mag nog een vast bedrag afgetrokken worden. In het nieuwe stelsel is alleen een zogenaamde reisaftrek voor mensen die met het openbaar vervoer naar hun werk reizen. Wel kan de werkgever nog steeds een onbelaste kilometervergoeding geven aan werknemers die hun auto gebruiken.

4

Rente en dividend

Het jaar 2000 is het laatste jaar waarin belasting betaald moet worden over rente en dividend. In beide gevallen is er een vrijstelling. Zowel op rente- als op dividendinkomsten mag 1.000 gulden in mindering gebracht worden. In 2001 geldt de vermogensrendementsheffing. Dan wordt er uitgegaan van een fictief rendement van 4 procent, waarover u 30 procent belasting betaalt. Er is wel een vernogensvrijstelling van 38.785 gulden. Dat bedrag komt ongeveer overeen met de inkomsten over dat deel van het vermogen waarvoor op het 2000-biljet nog de rente- en dividendvrijstelling geldt.

5

Consumptief krediet

De rente over consumptief krediet, zoals rood staan bij de credit-cardorganisatie of een lening voor een auto of een boot, mag straks niet meer afgetrokken worden. Deze aftrekpost werd al sinds 1997 in etappes afgebroken. In 2000 was het laatste restje aan de beurt. Op dit aangiftebiljet is het nog mogelijk om maximaal 5.291 gulden per persoon aan rente af te trekken. Bij de belastingaangifte over 2001 wordt dit soort schulden in mindering gebracht op het vermogen dat met de vermogensrendementsheffing wordt belast.

6

Tweede huis

Wie een tweede huis met hypotheek heeft, kan voor het laatst de hypotheekrente aftrekken. Ook andere kosten, zoals onroerende zaakbelasting, verzekeringen en onderhoud, mogen op het aangiftebiljet over 2000 voor de laatste keer afgetrokken worden. Als u volgend jaar het biljet over 2001 invult, bent u dus een paar forse aftrekposten kwijt, maar daar staat tegenover dat u het huurwaardeforfait of huurinkomsten niet meer bij uw inkomen hoeft op te tellen. Het tweede huis verhuist dan naar box 3 en dat betekent dat u over de waarde hiervan vermogensrendementsheffing betaalt.