Absoluut rendement

Als je voor de lange termijn belegt, moet je in aandelen zitten en de koersfluctuaties voor lief nemen. Maar na een tijdje in een dip lokt de zekerheid. Vermogensbeheerders lanceren `alternative investments'.

Sommige banken hebben het over `absolute return'-producten, andere gebruiken liever het wat bredere begrip 'alternative investments' maar in grote lijnen hebben ze het over hetzelfde: beleggingsvormen die een goed rendement kunnen bieden los van wat de aandelenkoersen doen. Banken en vermogensbeheerders signaleren een groeiende behoefte aan producten die een zekere immuniteit voor negatief beurssentiment kunnen bieden.

ING-bestuurder Alexander Rinnooy Kan was een maand geleden de eerste die aankondigde dat de afdeling waarvoor hij binnen de groep verantwoordelijk is, ING Asset Management (vermogensbeheer), het productenpalet binnenkort gaat uitbreiden met dergelijke beleggingsvormen. En als voorbeelden noemde hij hedgefunds, private equity (beleggingen in kansrijke niet-genoteerde bedrijven) en onroerendgoedfondsen.

Weinig later liet de directeur Vermogensbeheer van de Amsterdamse bank Kempen & Co, Evert Greup, weten dat het eerstvolgende beleggingsfonds dat zijn bank wil introduceren een `absolute return'-product wordt. En hij bedoelde daarmee dat de prestaties van zo'n fonds niet worden beoordeeld in relatieve termen (dus: beter of slechter dan een bepaalde index) maar dat het streeft naar een zo stabiel mogelijk absoluut rendement (gestreefd wordt naar ten minste 7,5 procent per jaar. Lancering wordt pas later dit jaar verwacht, maar de Kempen-directeur licht toch een tip van de sluier op door te zeggen het om een fonds gaat dat in andere hedgefunds zal beleggen.

Afgelopen week meldde de woordvoerder van de Robeco Groep dat zijn bestuursvoorzitter, Pieter Korteweg, de komende week zal aankondigen dat een assortiment van alternative Investments dat reeds wordt aangeboden op de Amerikaanse markt via Robeco-dochter Weiss, Peck & Greer, binnenkort ook voor Nederlandse beleggers beschikbaar komt. En volgens de website van ook die dochter vallen onder alternative investments: hedgefunds, private equity en venture capital (beleggingen in startende ondernemingen). Drie vergelijkbare aankondigingen in een maand, dat is geen toeval, dat is een trend.

Een Amsterdamse bankier zei onlangs al eufemistisch dat het hem opviel dat veel beleggers, als puntje bij paaltje komt toch een dubbele benchmark (ijkpunt voor beleggingsprestaties) hebben: als aandelenkoersen stijgen vergelijken ze hun portefeuille met een aandelenindex; als ze dalen kijken ze naar de waardeontwikkeling van een deposito. Wat dat betreft hoeft het dus niet te verbazen dat vermogensbeheerders nu met beleggingsproducten komen die de mogelijkheid bieden om marktrisico's te beperken.

Als het gaat over hedgefunds (fondsen die proberen te verdienen aan niet rationeel verklaarbare verschillen in de koers van vergelijkbare vermogenstitels; ondermeer door tegelijkertijd long- en short-posities aan te houden en met geleend geld te werken), of investeringen in starters en andere niet-genoteerde bedrijven is `risico's beperken' niet de eerste associatie. De beperking van het risico is deels optisch; immers de waarde van een niet genoteerd hedgefund of een venture capital maatschappij wordt niet continue door vraag en aanbod van beleggers bepaald, dus koerswinsten of -verliezen blijven onzichtbaar. De risicodemping zit in essentie in de diversificatie binnen een portefeuille.

Ivar Roeleven is directeur Beleggingsfondsen Nederland bij ING Investment Management in Den Haag. Hij is belast met het uitvoeren van Rinnooy Kan's plannen en wil graag eerst het misverstand uit de weg ruim dat `alternative investments' nu naar voren geschoven worden als dé oplossing voor particuliere beleggers die de koersdalingen van de laatste maanden beu zijn. `Voor die beleggers hebben we andere, meer geschikte producten. Bijvoorbeeld onze beursgenoteerde klikfondsen.' Volgens Roelevan passen de producten die in juni gelanceerd worden eigenlijk meer in portefeuilles van kleine instituten en vermogende particulieren met een lange beleggingshorizon. Concreet gaat het over twee nieuwe fondsen: een fonds dat in diverse hedgefunds gaat beleggen, en een fonds dat in diverse venture capitalfondsen belegt. `Hoewel beide fondsen dus binnen hun segment gespreid beleggen, kennen ze een hoog risicoprofiel, althans vanuit een kortetermijn-perspectief gezien.'

De genoemde `alternatives' lijken nieuw voor de Nederlandse markt, maar zijn dat niet helemaal. Fondsen die in meerdere hegdefunds beleggen waren (sporadisch) wel te koop. Het langst al bij MeesPierson, dat Leveraged Capital Holdings, European Capital Holdings en Asian Capital Holdings (geen `absolute return' - wel gedempte correlatie met beurzen) aanbiedt, bij Bank Insinger De Beaufort met zijn Zeus Fonds, en sinds een klein jaar ook bij ABN Amro, dat in Londen een klein aanbod van hedgefunds voert, namelijk het Multi Strategy Fund en het Europe Neutral Fund.

En wat venture capital fondsen betreft: de Amsterdamse Beurs kende tot vorig jaar twee genoteerde venture capitalists, Alpinvest en NPM, maar beide zijn (achteraf net te vroeg?) weer teruggekeerd in een besloten circuit van institutionele aandeelhouders.

Opvallend is dat hedgefunds en venture capital-fondsen in Nederland nooit een grote schare van fans aan zich heeft kunnen binden. Overigens valt te betwijfelen of dat in de nabije toekomst wel zal gebeuren, zelfs als er spontaan grote vraag naar zou ontstaan.

Het probleem met hedgefunds is namelijk hun succes sterk afhankelijk is van individuele managers, en dat succesvol gebleken managers hun fondsen niet al te groot willen laten worden omdat ze anders hun beweeglijkheid in de markt kwijtraken. Bovendien: winst maken met arbitrage lukt slecht op voorwaarde dat er niet al te veel partijen actief zijn. Het arbitreren zelf zorgt er namelijk voor dat irrationele prijsverschillen verdwijnen. Hedgefunds leven van de kruimels die van de tafel vallen die kapitaalmarkt heet.

En voor venture capital-fondsen geldt in zekere zin hetzelfde: als er meer geld naar startende en andere niet-genoteerde bedrijven stroomt dan waaraan structureel behoefte is, dan zullen de venture capitalfondsen hun geld in tweederangs bedrijven stoppen waardoor de gemiddelde kwaliteit van de investeringen zal dalen. Voor alle betrokkenen lijkt het dus beter als Alternative Investments een alternatief voor een klein publiek blijven.