Voetbalcrisis

PSV, DE MOGELIJK nieuwe kampioen van Nederland, is gisteravond in de tweede divisie van een Europese voetbalcompetitie uitgeschakeld door FC Kaiserslautern, een club die in Duitsland vooralsnog genoegen moet nemen met een vijfde plaats op de ranglijst. Dat is jammer voor de Philips-sportvereniging en het hele Nederlandse voetbal. De nederlaag van PSV illustreert namelijk dat de populairste aller sporten in Nederland minder om het lijf heeft dan het nationale Oranjegemoed vaak veronderstelt. En dat aan de vooravond van twee cruciale interlands van het Nederlands elftal dat nu alles moet winnen om nog een kans te maken op deelname aan het wereldkampioenschap over anderhalf jaar in Japan en Zuid Korea.

De voetbalbestuurders wekken de indruk met grote en zakelijke plannen bezig te zijn in de hoop weer `aansluiting' bij de Europese top te krijgen. Maar op de keper beschouwd blijkt dat een misverstand. Ze zijn amateurs, zoals bij PSV waar de leiding zelfs niet in staat is de reglementen van de UEFA adequaat te interpreteren, zodat een paar spelers niet kon worden opgesteld. Of bluffers, zoals bij Vitesse dat in een paar maanden tijd al zijn ambities in rook heeft zien opgaan.

De uittocht van talent naar het buitenland, waar beter wordt gevoetbald en nog beter wordt betaald, zal dan ook weer een extra impuls krijgen door de nederlaag van gisteren. Dat zijn vervelende maar geen onoverkomelijke problemen.

VEEL VERVELENDER voor het Nederlandse voetbal is de wijze waarop een groep supporters van PSV gisteravond haar frustraties over de uitschakeling van de club heeft botgevierd. Door eerst het veld te bestormen tijdens de wedstrijd en daarna buiten het stadion nog eens slaags te raken met de politie, hebben deze aanhangers van PSV, een club die zich er ten onrechte op beroemt amper last te hebben van vandalisme, grote schade aangericht. Hun club kan ingrijpende sancties tegemoet zien, mede omdat het grasveld heilig is en het betreden ervan dus een doodzonde.

Anders dan de begripvolle doelman Waterreus, schamen de vooraanstaande PSV'ers zich daarover. Maar dat is het verhaal van het verdronken kalf en de put. De leiding van de club zou eens bij zichzelf te rade moeten gaan en vervolgens zelfstandig stevige maatregelen durven nemen tegen de supporters, die niet alleen PSV maar ook de sport hebben gedupeerd.

Als de managers en bestuurders in het voetbal serieus genomen willen worden, zullen ze zich allereerst zelf serieus moeten gedragen. Wie in eigen huis geen orde op zaken kan stellen, verliest het recht om van de maatschappij allerhande voorzieningen te eisen. De incidenten in Eindhoven hebben weer eens duidelijk gemaakt dat geweld op en rond de voetbalvelden niet in de eerste plaats de verantwoordelijkheid is van de overheid, maar van de clubs.