Soldaten Congo trekken zich terug

Na Rwanda en Oeganda zijn gisteren ook het Congolese leger en door Oeganda gesteunde rebellen begonnen met het terugroepen van soldaten aan de frontlinie in Democratisch Congo. Met de terugtrekking lijken de belangrijkste strijdende partijen te voldoen aan de oproep van de VN-veiligheidsraad om zich de komende twee weken ten minste 15 kilometer van de frontlinie te verwijderen.

Twee weken geleden maakten Oeganda en Rwanda als eerste een begin met de terugtrekking van militairen, een stap die het in 1999 gesloten vredesakkoord van Lusaka weer betekenis gaf. Een woordvoerder van de Verenigde Naties zei gisteren dat de terugtrekking goed verloopt en dat Rwandese soldaten de oostelijke grensstad Pweto hebben verlaten. Door Rwanda gesteunde rebellen zouden zich nu ook opmaken om uit Pweto te vertekken. Daarnaast kondigde rebellenleider Jean-Pierre Bemba gisteren aan dat hij zijn soldaten van de frontlinie had teruggeroepen. Bemba houdt met de hulp van Oeganda een gebied van zo'n 900.000 vierkante kilometer bezet in het noorden van Democratisch Congo. In de oorlog, die nu ruim tweeëneenhalf jaar duurt, staan Oeganda en Rwanda tegenover het Congolese leger.

Langs de frontlinie moet een bufferzone komen die bewaakt gaat worden door een VN-vredesmacht. De VN toonden zich gisteren optimistisch over het verloop van de terugtrekking. ,,Iedereen is het erover eens dat het moment nog nooit zo gunstig is geweest voor het inzetten (van VN-soldaten)'', zei het hoofd van de VN-missie in Democratisch Congo, Kamel Morjane. De VN hebben toegezegd aan het einde van de maand een troepenmacht van 2.500 soldaten te sturen, ter versterking van 500 waarnemers. Volgens critici is dit veel te weinig.