`Sociale dumping' ernstig in transport

Ontduiking van Europese arbeidsvoorwaarden in de transportsector neemt onrustbarende vormen aan, aldus een rapport.

Het Willi Betz-verschijnsel, heet het in het jargon van wegvervoerders. De uitdrukking staat voor de praktijk van transportbedrijven om met behulp van `brievenbusdochters' in verschillende Europese landen wetten te ontduiken en chauffeurs uit lagelonenlanden in dienst te nemen.

Sociale dumping heet hetzelfde verschijnsel in het jargon van Europese ambtenaren. Volgens een onderzoek van de studiedienst van het Europees Parlement neemt het onrustbarende vormen aan.

De Europese Commissie wil dat er snel tegen het illegale gebruik van Oost-Europese en Turkse chauffeurs wordt opgetreden. Zij heeft voorgesteld om alle vrachtwagenchauffeurs in de EU eenzelfde document te geven waaruit blijkt dat ze volgens de regels werken. Maar dit voorstel stuit op verzet van Groot-Brittannië en Ierland, die vinden dat hieraan te hoge administratiekosten zijn verbonden.

Deze landen menen dat het voldoende is om paspoorten van chauffeurs te controleren. Daar kunnen chauffeurs met een Oost-Europese nationaliteit die legaal in de EU werken echter problemen door krijgen.

Willi Betz is een Duitse transportonderneming met 8.000 werknemers, 8.000 vrachtwagens, vier veerboten voor vrachtverkeer voor binnenwateren en twee zulke veerboten die zeewaardig zijn, grote opslagplaatsen en een omzet van 750 miljoen euro per jaar.

Betz heeft buiten Duitsland onder andere vestigingen in Bulgarije, Rusland, Polen, Hongarije Scandinavië, Frankrijk, Spanje en Italië. De meeste vrachtwagens van Betz zijn in Oost-Europa geregistreerd. Van het personeel is 65 procent in dienst van de Oost-Europese dochters, maar werkt meestal in de Europese Unie. Daarbij worden wetgevingen omzeild en ontdoken.

De Franse nationale federatie van wegtransporteurs heeft berekend dat Betz bruto per maand voor een vrachtwagenchauffeur 11.500 Franse francs betaalt. Een Franse chauffeur kost 25.000 francs per maand. Oost-Europese chauffeurs werken bovendien twintig procent langer dan Franse chauffeurs.

Betz geniet bovendien het voordeel dat belastingen voor een transportondernemer in een land als Bulgarije belangrijk lager zijn dan in Frankrijk. De Duitse ondernemer is met zijn lage kosten een geduchte concurrent op de transportmarkt van de EU.

Volgens het rapport van het Europees Parlement zijn illegale praktijken in de transportsector aan de orde van de dag. Sociale dumping kan nog toenemen als de EU zich uitbreidt met nieuwe lidstaten in Oost-Europa.

De gevolgen van het verschijnsel zijn niet alleen schadelijk voor vervoerders in de EU die zich wel aan de regels houden. Ook chauffeurs in de EU die met gebruikelijke arbeidsvoorwaarden willen werken, kunnen hierdoor moeilijker banen vinden. Daarnaast kunnen slecht betaalde Oost-Europese chauffeurs een gevaar voor de verkeersveiligheid vormen als ze te vermoeid zijn en te slecht eten.

Willi Betz is de opvallendste, maar lang niet enige Europese transportondernemer die met goedkope Oost-Europese chauffeurs werkt. Het rapport noemt het geval van een niet met name genoemd bedrijf in Dordrecht, dat vorig jaar betrapt werd op het illegaal werken met 28 Poolse chauffeurs. De chauffeurs waren officieel in dienst van de Poolse dochter van het Nederlandse transportbedrijf. Die Poolse dochteronderneming was echter niet meer dan een brievenbusmaatschappij.

Duitse wegvervoerders zetten gefingeerde kantoren op in landen als Wit-Rusland, Bulgarije, maar ook Oostenrijk of Nederland om van goedkope arbeidskrachten gebruik te kunnen maken. Tranporteurs vervalsen dikwijls Europese vergunningen voor goederentransport. Ze laten illegaal chauffeurs uit landen buiten de EU met in de EU geregistreerde vrachtwagens rijden.

Ook helpen ze met illegale immigratie en ontduiking van belastingen en premies voor sociale zekerheid. Bij een controle in 1999 in Neurenberg werden 48 in de EU geregistreerde vrachtwagens aangehouden met chauffeurs van buiten de EU. Geen van de chauffeurs beschikte over een werkvergunning. De meesten (37) waren de EU met een toeristenvisum binnengekomen. Negen van hen hadden noch een visum noch een werkvergunning.

In Nederland zijn volgens het Europese rapport sinds 1997 1.100 gevallen vastgesteld van niet-EU chauffeurs die in EU-vrachtwagens reden. Hierbij waren totaal 85 wegvervoerders betrokken. Van hen bleek negentig procent sociale of vervoerswetgeving te overtreden. In Duitsland is een wegvervoerder ontdekt die met 160 Slowaakse chauffeurs werkte. Hij had de Slowaken officieel niet als werknemers ingeschreven, maar ze allemaal de status van directeur van een in België gevestigde dochter gegeven. Het Belgische bedrijf was niet meer dan een brievenbus.