Polleke krijgt een eigen perspectief

Ha! Er is een nieuwe Polleke. Sinds Guus Kuijer, na een lange stilte, in 1999 ineens terug was met een boek over een meisje in de grote stad, verschijnen haar avonturen in sneltreinvaart. Het pas verschenen Met de wind mee naar de zee is alweer het vierde deel. Polleke, haar familieleden, haar vriend Mimoen en haar kalf, inmiddels een koe, zijn goede bekenden geworden.

Spiek, Polleke's vader, is van de drugs af, heeft een nieuwe vriendin en een nieuw doel in het leven. Op zijn bekende, afstandelijke, ironische toon schrijft Kuijer, bij monde van Polleke, over Spieks spirituele ontwikkeling: `Mijn vader zegt dat hij in Nepal zichzelf heeft gevonden. Zichzelf! Als ik ergens ben, vind ik mooie stenen of zo, maar mezelf? Mijn moeder zegt: ,,Ik hoopte dat Spiek iemand anders zou worden, maar nu hij zichzelf is geworden hou ik mijn hart vast.' Heel kattig, maar je weet hoe gescheiden mensen zijn.'

Voor Kuijers eerste boek over Polleke, Voor altijd samen, amen, kreeg hij vorig jaar de Gouden Griffel. Wat stijl betreft, zijn de boeken onveranderd. Kuijer schrijft zijn kenmerkende korte, geestige zinnen. Kritiek op de eerdere boeken heeft hij op een grappige manier `geïncorporeerd': in het nieuwe boek komt een oude taart voor die Polleke's gedichten `ouwelijk' noemt. Dat vond, onder andere, ook deze recensent. In dit vierde deel zijn de versjes iets overtuigender van Polleke zelf.

Kuijer is wars van lange beschrijvingen en laat veel aan de verbeelding van zijn lezer over. Toch is Met de wind mee naar de zee een wat `voller' boek dan de drie andere. En dat is positief. Omdat het perspectief bij Polleke ligt, krijgt de lezer een beperkt (maar meeslepend) beeld van haar leefwereld. Tot voor kort had haar vader eenvoudigweg ruzie met haar grootouders, die op het platteland wonen en mild gelovig zijn. Polleke hoopte altijd op betere tijden, maar een echte confrontatie bleef uit. Nu is dat anders. Opa moet naar het ziekenhuis, zoon Spiek bezoekt hem. De dialogen tussen beiden geven dit Polleke-deel extra diepte, wekken ontroering. Niet alleen Polleke's machteloosheid is ditmaal sterk invoelbaar, ook die van haar vader en grootvader.

,,Here God', bidt opa vanuit zijn ziekenhuisbed, hardop. ,,Groot en Hemels Bewustzijn, ik dank u dat u Gerrit tot geloof heeft gebracht en dat hij nu bij ons is. [...] En het geeft niet hoe een mens zich kleedt. Per slot liep de Here Jezus ook rond in een soort jurk en daar keek niemand van op.' [...] `Het bleef even stil, toen zei Spiek: ,,Ik ga maar weer es'.' Met wapperend gewaad en klepperende sandalen verlaat hij de kamer, Polleke rent hem vertwijfeld achterna. Dat was toch lief gezegd van opa? Of niet?

Guus Kuijer bewijst weer eens dat `literair verantwoorde' en `toegankelijke' kinderboeken niet twee gescheiden eenheden zijn. Helder als glas zijn de verhalen van Polleke, en toch genuanceerd, humoristisch en verrassend. Wat kan die man schrijven.

Guus Kuijer: Met de wind mee naar de zee. Met illustraties van Alice Hoogstad. Querido. Vanaf 9 jaar. ƒ25,-