`Plagiaat Brouwers zal wel waar zijn'

De voormalige uitgeefster Angèle Manteau noemt de commotie over het vermeende plagiaat van schrijver Jeroen Brouwers overdreven, maar denkt wel dat de beschuldigingen op waarheid berusten.

,,Ze maken het toch wel weer erg bont, die schrijvers onder elkaar'', zegt barones Angèle Manteau (90) over de ophef die is ontstaan omtrent de vermeende plagiaataffaire rond Jeroen Brouwers.

Hij wordt ervan beschuldigd zijn debuutroman Joris Ockeloen en het wachten te hebben geïnspireerd op een nooit gepubliceerd manuscript van de Vlaamse auteur Dirk de Witte. Brouwers bestrijdt dit.

Angèle Manteau: ,,Ik heb zulke ruzies al vaak meegemaakt in die literaire wereld, dat houdt blijkbaar niet op.'' Toch kan ze de berichtgeving van gisteren in zowel de Vlaamse krant De Standaard als in deze krant niet ontkennen. ,,Er zijn argumenten genoeg voor de verdachtmaking, dus het zal wel waar zijn'', oppert de voormalige uitgeefster. Brouwers werkte destijds bij uitgeverij Manteau en wees met een mederedacteur De Wittes manuscript af.

Angèle Manteau bevestigt de rapporten met de afwijzing van het manuscript van Dirk De Witte te hebben gelezen en vindt ze verantwoord. Toch noemt ze de huidige commotie overdreven. Ze toont ook medelijden met de belaagde Jeroen Brouwers: ,,Die arme man, dat zal hem vast erg pijn doen wat er nu allemaal gezegd wordt, maar ja, hij is ook nooit mild geweest voor zijn collega-schrijvers.''

Toch denkt Manteau dat voor het artikel in De Standaard slechts in beperkte kring belangstelling zal bestaan. ,,Het stuk is zo technisch en wat droog geschreven, het zullen toch alleen maar de mensen zijn die al in die literaire wereld zitten die de finesses begrijpen''.

Jeroen Brouwers ontkent het plagiaat ten stelligste: ,,Het verhaal is zo oud als de baard van Sinterklaas. Om de tien jaar steekt het de kop op, als het monster van Loch Ness. Trouwens, die vraag of het plagiaat zou zijn wordt in het hele artikel niet beantwoord.'' Brouwers verwijst naar een brief die hij kreeg van Dirk de Witte van 18 december 1967, die begint met ,,We weten allebei van mekaar dat we volkomen onafhankelijk geschreven hebben, niet eens vanuit een gemeenschappelijke beïnvloeding.'' Ook praktisch gezien zou er geen sprake van plagiaat kunnen zijn omdat de productie van boeken destijds lang duurde, aldus Brouwers gisteravond in het Belgische tv-programma Ter Zake: ,,Toen duurde het minstens een half jaar eer een boek gezet kon worden, dat werkte toen nog met lood. De eerste brief van Dirk de Witte kreeg ik, uit mijn hoofd, in augustus 1967. Mijn debuut verscheen in oktober, dus dat is niet mogelijk dat ik dat zou hebben overgeschreven. Trouwens, het manuscript van Dirk de Witte is weg. Om te kunnen spreken over plagiaat moet je kunnen vergelijken en moet je dus twee documenten hebben.''

Angèle Manteau, woonachtig te Aalst, was jarenlang een boegbeeld van de Nederlandstalige literaire wereld. Van 1932 tot 1970 leidde ze de uitgeverij die haar naam droeg. In 1971 stapte ze over naar het Nederlandse Elsevier. Voor haar beslissing, twee jaar geleden, om een groot deel van haar documenten aan de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag te schenken geeft Angèle Manteau een praktische reden: ,,Mijn archief van 1932 tot 1970 heb ik aan het AMVC (Archief en Museum voor Vlaams Cultuurleven) geschonken. Daarna heb ik bij Elsevier gewerkt, dus was het logisch dat al die documenten van Godfried Bomans en Gerard Reve naar Nederland gingen. Daar hoort het ook. Men heeft mij zelfs verteld dat al die boeken pas in september volledig voor het publiek ontsloten zullen zijn. Tsja, natuurlijk is niet alles heel erg belangrijk, er zitten ook gewone boeken bij, het is zo'n hoop als je het allemaal bij elkaar ziet. En die KB is ook wel goed hoor. Ik kan je daar nog wel wat interessants over vertellen: weet je dat je daar alleen met een potlood binnen mag? Ik weet niet of ze het heel precies controleren, maar dat is omdat je dan geen kostbare stukken kapot kan maken. Ik heb er echt bewondering voor hoe ze hun werk daar doen.''

Over antiquariaat-eigenaar Piet van Winden, die nu een deel van de Manteau-collectie te koop aanbiedt, herinnert Manteau zich hoe hij ,,met zo'n klein vrachtwagentje helemaal uit Nederland kwam gereden.''

Van Winden zelf onderstreept het belang van de vraag of de papieren authentiek zijn of niet: ,,Alleen authentieke brieven komen op de veiling. Van de brief van Manteau-redacteur Julien Weverbergh aan Georges Wildemeersch hadden we alleen een kopie, dus die gaat naar Den Haag.''