Pensioenfondsen moeten interen

De pensioenfondsen boekten vorig jaar hun laagste rendement sinds 1994. Zij moeten interen op hun buffers uit de vette jaren, want de verplichtingen stijgen gewoon door.

,,Dit hebben wij een tijdje niet gezien'', zegt analist L. Blom van adviesbureau FDA.

Het rendement van de Nederlandse pensioenfondsen is vorig jaar als gevolg van zware koersverliezen op de aandelenmarkten verschraald tot 2,6 procent. Dat is ver onder het gemiddelde van de laatste tien jaar (11,6 procent) en van 1999 (15,3 procent).

Het adviesbureau WM Company becijfert jaarlijks het rendement op basis van de beleggingsportefeuilles van een groot aantal (201) pensioenfondsen, die samen 500 miljard gulden vermogen bezitten. Vanwege hun omvang zitten de pensioengiganten PGGM en ABP, die samen meer dan 40 procent van het pensioenvermogen beheren, niet in de WM-cijfers.

Het rendement op de beleggingen is de belangrijkse inkomstenbron van de Nederlandse pensioenfondsen, die eind vorig jaar samen 978 miljard gulden beheerden. Negen van de tien werknemers bouwt bij zijn werkgever een pensioen op.

De premies die werknemers en werkgevers jaarlijks betalen (zo'n 20 miljard gulden) zijn ongeveer voldoende om de uitkeringen te betalen aan de gepensioneerden.

Het verschraalde rendement betekent dat de pensioenfondsen voor het eerst sinds 1994 onvoldoende geld hebben verdiend om de stijging van hun pensioenverplichtingen te financieren, zo concludeert Blom. De stijging van de verplichtingen voor de toekomstige gepensioneerden vloeit voort uit het minimale rendement (4 procent) dat zij moeten halen, de loonstijging van vorig jaar alsmede de gestegen inflatie van 2,6 procent.

Blom becijfert deze kostenpost op 50 à 60 miljard gulden. ,,Het saldo van de beleggingsopbrengsten en van de stijging van de verplichtingen is negatief, maar het is verschillend hoe dat per individueel pensioenfonds uitpakt.'' De individuele fondsen komen waarschijnlijk begin april in een gezamenlijke publicatie met hun rendementscijfers.

De kosten van de gestegen pensioenverplichtingen moeten als gevolg van de lagere beleggingsinkomsten nu worden gefinancierd uit de buffers van de pensioenfondsen, die de afgelopen jaren zijn gespekt door de ongewoon hoge rendementen. ,,Er is geen reden voor paniek'', vindt Blom. Hij verwacht onder meer dat ondernemingen nu minder korting op hun pensioenpremies zullen krijgen, zeker als de pensioenverplichtingen dit jaar verder stijgen doordat hogere loonstijgingen in de cao's worden afgesproken.

De pensioenfondsen boekten vorig jaar volgens de cijfers van WM Company een negatief rendement op hun aandelenbeleggingen, maar zijn dankzij de opbrengsten op hun nog immer omvangrijke portefeuille met effecten met een vaste rente (obligaties, leningen) op een positief resultaat uitgekomen. Op aandelen was het negatief rendement 5,2 procent, op effecten met een vaste rente verdienden zij 7,8 procent, op vastgoed 18,9 procent.

Opmerkelijk is dat de 201 pensioenfondsen in de WM-databank eind dit jaar nog maar 7 procent van hun vermogen in Nederlandse aandelen hadden belegd.

Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hadden pensioenfondsen eind 2000 47,9 procent van hun vermogen in aandelen belegd, een daling met bijna drie procentpunt ten opzichte van eind 1999.

Het percentage beleggingen in obligaties was eind 2000 34,3 procent, een groei van 5 procentpunt ten opzichte van een jaar eerder. De beleggingen in leningen werden echter verder gereduceerd tot 6,8 procent, tegenover 9,4 procent eind 1999.