Onderzoek geboden naar brandvertragers

Hoe schadelijk zijn broomhoudende brandvertragers en organotinverbindingen in stof? Ofwel: hoe gevaarlijk zijn Europese parlementen?

Nee, stelt prof.dr. Willem Seinen, hoogleraar toxicologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht, bij zijn weten is nooit eerder de inhoud van stofzuigerzakken onderzocht op broomhoudende brandvertragers en organotinverbindingen. Greenpreace overhandigde deze week aan minister Pronk (VROM) een onderzoek naar stof uit parlementsgebouwen van acht Europese landen. Daaruit bleek dat hierin ,,verontrustend hoge concentraties'' zitten van de moeilijk afbreekbare chemische stoffen. Brandvertragers worden veel gebruikt in televisies, computers en kleding, en organotinverbindingen zijn verwerkt in plastic en in aangroeiwerende verf voor schepen.

Het gaat de toxicoloog Seinen te ver om uit dat onderzoek de conclusie te trekken dat de volksgezondheid gevaar loopt. Seinen: ,,Ik vind het niet verbazingwekkend dat ze in het stof zijn aangetroffen. Waar het om gaat, is te onderzoeken in welke mate de mensen aan die stoffen worden blootgesteld. Het is belangrijk om te weten hoeveel van die stoffen er in de lucht zit. Als je bedenkt dat je in een achturige werkdag ongeveer tien kubieke meter lucht inademt, dan wil je weten hoeveel van die stoffen er in de lucht zit en inhaleerbaar is. Daar is bij mijn weten geen onderzoek naar gedaan, evenmin als naar de mate waarin deze stoffen in het bloed worden opgenomen.''

Het is volgens toxicologen, actievoerders en politici een uitgemaakte zaak dat het goed is om niet of nauwelijks afbreekbare stoffen te verbieden als er alternatieven beschikbaar zijn. ,,Zulke persistente stoffen moeten we uitfaseren'', zegt Seinen. Toxicoloog prof.dr. Kees van Leeuwen van het Rijksinsituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Bilthoven: ,,Organotinverbindingen zijn waanzinnig giftig. In de Noordzee is aangetoond dat ze inposex veroorzaken, geslachtsveranderingen bij zeeslakken zoals de wulk, een effect dat bovendien is gerelateerd aan scheepvaartroutes.''

Over risico's voor de mens is minder gemakkelijk iets te zeggen, aldus Van Leeuwen, die er wel op wijst dat resten van de in ,,enorme volumina'' gebruikte broomhoudende brandvertragers zijn aangetroffen in moedermelk. De stoffen worden vooral aangetroffen in poolgebieden, meren in de hoge Alpen en op afgelegen plaatsen op aarde, omdat de deeltjes pas in zeer koude luchtlagen neerslaan. Zo zijn er resten van broomhoudende brandvertragers en organotinverbindingen aangetoond in het vet van walvissen en ijsberen.

Hoe groot de druk moet zijn om deze stoffen te verbieden, is aan de politiek. Van Leeuwen: ,,De giftige werking is de keerzijde van een nuttig gebruik.'' Hij wijst op energiebesparende effecten. ,,Organotinverbidingen houden de scheepshuid glad en zonder aangroei verbruiken schepen minder brandstof.'' Seinen wijst op het nut van broom voor de brandpreventie. Seinen: ,,Zonder broomhoudende brandvertragers in textiel zal het aantal slachtoffers bij een brand toenemen. Ook in televisies en computers heb je brandvertragers nodig, omdat ze anders bij verhitting en zelfs in de stand-by modus in brand vliegen. We moeten dus wachten op de platte beeldschermen, die zulke brandvertragers niet nodig hebben. Tot die tijd moeten we een afweging maken tussen brandpreventie en milieueffecten. Het is goed dat Greenpeace voor dat laatste actie voert.''

Van Leeuwen: ,,We weten van negentig procent van alle gebruikte stoffen vrijwel niets. Het wordt hoog tijd dat we de risico's in kaart gaan brengen.'' De recente publicatie door de Europese Commissie van een witboek over gevaarlijke stoffen is daarvoor ,,een start'', aldus Van Leeuwen.