NAVO sust zorg over geweld Tetovo

De escalatie van het geweld in Macedonië wordt internationaal met bezorgdheid gevolgd. Maar de NAVO maakte gisteren duidelijk dat de ernst van de situatie niet moet worden overdreven.

Een woordvoerder van de NAVO zei gisteren in Brussel dat het geweld in Macedonië vooralsnog beperkt is, dat de Albanese strijders die erbij betrokken zijn klein in aantal zijn en dat de Macedonische autoriteiten de zaak in de hand hebben. De Albanese strijders zijn bovendien ,,politiek geïsoleerd'', zo zei hij. De NAVO beschikt volgens hem niet over aanwijzingen dat er nauwe militaire banden bestaan tussen de Albanezen die de afgelopen twee dagen in Tetovo strijd hebben geleverd en de Albanezen die in Zuid-Servië strijden voor de aansluiting bij Kosovo. ,,Er lijkt geen meesterbrein te bestaan'', zo zei hij.

Het geweld in en rond Tetovo is gisteren veroordeeld door de Albanese regering, die bij monde van minister van Buitenlandse Zaken Paskal Milo liet weten de Macedonische soevereiniteit te steunen en de Albanezen in Macedonië opriep een dialoog met de regering in Skopje aan te gaan over hun eisen en klachten. De Albanese premier Ilir Meta zei dat ,,daden van geweld onacceptabel zijn, onacceptabel en veroordelingswaardig''.

Ook de drie belangrijkste politieke partijen van de Albanezen in Kosovo veroordeelden gisteren het geweld van hun volksgenoten in Macedonië.

De beschuldiging als zou het gaan om ,,vanuit Kosovo geëxporteerd geweld'', werd unaniem van de hand gewezen. De Macedonische regering werd gevraagd zich meer te bekommeren om de klachten van de Albanese minderheid als beste manier om de problemen op te lossen. De belangrijkste leider van de Kosovo-Albanezen, Ibrahim Rugova, zei in Berlijn: ,,Als de problemen van de Albanezen sneller worden opgelost, hebben de extremisten minder mogelijkheden geweld te gebruiken.''