Literatuur en e-mail

Ter gelegenheid van de Boekenweek wordt hier opnieuw de vraag gesteld: welke invloed heeft het schrijfgereedschap op het werk van de schrijver? Of als we het algemener stellen: het communicatiegereedschap op de verhoudingen in staat en maatschappij? Om met het laatste te beginnen: W.F.Hermans heeft de stelling verdedigd, dat de combinatie van draagbare schrijfmachine en fiets ten grondslag ligt aan de emancipatie van de vrouw.

Ze bond haar portable op de bagagedrager en fietste van werkgever naar werkgever, verdiende zonder de knellende verplichtingen van de loondienst, in vrije deeltijd haar eigen geld. Alleen wat ze opschreef werd haar door her Master's Voice nog gedicteerd. Dat was een noodzakelijke tussenfase. De tijd dat de vrouw wordt gedicteerd, is voorbij. De bekroning van deze ontwikkeling kunnen we bijvoorbeeld zien in Sylvia Toth.

Andere theorie: zonder de uitvindingen van microfoon en radio met versterker en luidspreker was Hitler niet mogelijk geweest. Het draadloos-audio tijdperk heeft daarna het aanzien gegeven aan ongetelde redenaars. Hun voordeel, bleek later, was dat het volk ze niet kon zien. Toen de televisie kwam, waren er pessimisten die voorspelden dat daarmee voor de demagogen het hek definitief van de dam was. Maar in meer en meer gevallen bleek het tegendeel.

Wie alleen of met een paar mensen in de huiskamer langer dan een kwartier naar het gezicht van een demagoog in close-up zit te kijken, gaat zappen - tenzij de spreker op een belangrijk historisch ogenblik beslissende woorden spreekt. Ik herinner me Mario Cuomo, toen gouverneur van de staat New York, in zijn requisitoir tegen Ronald Reagan, en de eerste rede van Gorbatsjov. Ik versta geen Russisch; ik bleef luisteren en kijken. Daaruit blijkt dat begaafde demagogen een sterk vermoeden of zelfs een overtuiging kunnen vestigen, zonder dat ze door de betekenis van hun woorden worden begrepen.

We moeten er natuurlijk geen gewoonte van maken ons op zo'n manier te laten betoveren, zeg ik er voor alle zekerheid bij, hoewel dat risico in Nederland niet groot is. En trouwens, kijk je hier en daar in het buitenland, dan zie je dat de televisie de demagoog eerder voorzichtiger heeft gemaakt, of op de grens van bang of sukkelig. Denk aan Al Gore en George W.Bush. Of hij wordt het slachtoffer van zijn eigen inflatie. John F.Kennedy levert iedere maand een redevoering af, zoals Winston Churchill er twee in zijn hele loopbaan heeft gehouden, zei Harry Mulisch. En het is waar: oratorisch gezien leeft hij voort in één soundbite: `Ich bin ein Berliner.'

En nu het andere vraagstuk: de verhouding van de schrijver tot zijn gereedschap en het daaruit voortkomende resultaat.

Was Madame Bovary anders uitgevallen als Flaubert met een computer had geschreven? Zoals uit de manuscripten blijkt, waren alle Franse romanciers uit de negentiende eeuw hartstochtelijke correctors van hun eigen teksten. Zouden ze dat minder zijn geweest met een computer? Vast en zeker niet. Een tekstverwerker met het programma WordPerfect of Word biedt met geringer lichamelijke inspanning oneindig veel meer mogelijkheden tot vervolmaking. In de ogen van de schrijvers zelf waren hun romans waarschijnlijk beter geweest.

Wij weten dat niet, omdat we niet kunnen vergelijken.

Intussen is er weer een elektronische ontwikkeling: de e-mail. Het zou kunnen zijn dat die op het schrijven van brieven een ander effect heeft dan de computer als tekstverwerker op het schrijven van romans of essays. Stelt u zich voor hoe u nog maar een paar jaar geleden een brief schreef. De epistolaire prestatie bestond uit een reeks van omslachtige handelingen: vel in de schrijfmachine draaien, of als u het met de hand deed, met reserve uw ongeoefend handschrift bekijkend; dan naar een envelop zoeken, postzegel, brievenbus - een halve dagtaak.

Deze investering in tijd droeg er opzichzelf al toe bij, dat u grote zorg aan uw woordkeus en zinsbouw besteedde. De ontvanger begreep dat intuïtief. Uw brief werd bewaard en zorgvuldig beantwoord. Zo zijn de verzamelde correspondenties ontstaan, niet alleen in de literatuur, ook tussen familieleden, vrienden, enz. Historische documenten.

Nu zet u uw computer aan. Ting! U hebt e-mail. De verzamelde e-mail bestaat ieder jaar voor een groter deel uit kattebelletjes in telegramstijl.

,,Zonder enige taalkundige bemoeienis heeft de e-mail een eigen grammatica gekregen, waarin woordgebruik en zinsbouw zijn gecomprimeerd tot de essentialia,'' schrijft Henk van Gelder in de verzamelbundel Beeld en taal (Nederlandse Taalunie, 2000). Is dat slecht? Goed? Onbelangrijk? Dat kunnen we niet zeggen. Wel is het zeker dat de beschikbaarheid van e-mail veel briefschrijven vervangt en de communicatie doet accelereren. Daarmee, dat is mijn ervaring, neemt ook de lust af om je in mooie volzinnen uit te drukken. E-mail is de geschreven vorm van fast food.

Ik heb er de selectie brieven van Flaubert in vertaling, Haat is een deugd, op nageslagen. Had hij e-mail gehad, dan is het niet uitgesloten dat de uitgever met een brochure had kunnen volstaan, en die was het uitgeven niet waard geweest. Welke correspondenties blijven nu ongeschreven? Dat kan een thema voor de volgende Boekenweek zijn.