`Kunstsector moet beter gehonoreerd'

Het kabinet moet het budget voor de kunsten met 29 miljoen gulden per jaar verhogen om de arbeidsvoorwaarden van kunstenaars te kunnen verbeteren. Bovendien is eenmalig 68 miljoen nodig.

Dat blijkt uit een onderzoek van Cap Gemini Ernst en Young in opdracht van staatssecretaris van Cultuur F. van der Ploeg, FNV-KIEM en de Vereniging van Werkgevers in de Kunsten. Het onderzoeksrapport is vanmorgen aan Van der Ploeg aangeboden.

De onderzoekers hebben in vergelijking met andere gesubsidieerde sectoren en de markt `aanzienlijke achterstanden' geconstateerd op het gebied van de arbeidsvoorwaarden in de kunsten. Ook ontbreken er nog tal van sociale voorzieningen die in de rest van de samenleving normaal zijn.

In de eerste plaats moeten de achterstanden op het gebied van salariëring worden ingelopen. Hierbij wordt met name gedacht aan de salarissen van acteurs en theatertechnici. In de theater- en danswereld en bij de orkesten moet de zakelijke leiding worden hergewaardeerd door professionalisering en betere beloning. Invallers op het podium moeten in plaats van 70 procent van het salaris van de vaste bezetting straks 85 procent krijgen.

Werknemers met kortlopende dienstverbanden behoeven `dringend' verbeteringen ten aanzien van sociale zekerheid en pensioen. Het budget van het Fonds van de Podiumkunsten moet daarom met anderhalf miljoen omhoog. Ook moet er een pensioenvoorziening voor zelfstandige kunstenaars komen, moet de subsidieregeling worden gewijzigd, dient de omscholing van dansers en musici beter te worden geregeld en moeten de gevolgen van de afschaffing van de beroepskostenaftrek ongedaan worden gemaakt. In de hele kunstensector moet verder een begin worden gemaakt met kinderopvang en ouderschapsverlof.

Staatssecretaris Van der Ploeg geeft de kwestie hoge prioriteit. Hij hoopt nog iets te bereiken bij de voorjaarsnota.