Klagen dat toch nooit klagerig overkomt

Remco Campert is 71 en schrijft al vijftig jaar, maar hij lijkt sinds zijn debuut niet noemenswaard verouderd te zijn, als schrijver. Misschien was hij ook niet piepjong toen hij debuteerde, al was hij dat in werkelijkheid natuurlijk wel. Zijn absolute leeftijd lijkt mij ergens tussen jong en bejaard in te liggen, rond de veertig. In Alle verhalen, een omvangrijke verzamelbundel, verschenen ter gelegenheid van zijn gouden jubileum, valt op hoezeer hij in al die jaren dezelfde is gebleven: een onvermoeibaar vastlegger van overwegend treurige levens, maar altijd op een lichte en vrolijk stemmende manier. Met veel smaak schrijft hij over de ellende van het dagelijks leven: over verveling die altijd op de loer ligt, over de akelige leegte van de meeste mensenlevens, over de zinloosheid van het bestaan, over angst voor de dood en over de liefde waarnaar door zijn verhaalfiguren onveranderlijk wordt gedorst en gesmacht, maar die in de praktijk vaak tot nieuwe rampspoed leidt. Treurige verhalen welbeschouwd, zonder uitzicht op vooruitgang, vervulling of desnoods hiernamaals. `Al die verdomde dingen', zo heet het in Alle dagen feest (1954), `je bracht er je hele leven mee zoet. Het eindeloze tandenpoetsen en toch brokkelde de rommel gestaag af en had je er elke verjaardag een gaping bijgekregen.'

Het bijzondere van Camperts geklaag over het leven is dat het nooit klagerig overkomt. Met onverwoestbare vitaliteit schrijft hij over gebrek aan levenslust, handenwrijvend over de vele ongemakken die een mens dagelijks moet trotseren. Geanimeerd maakt hij gewag van leegte en uitzichtloosheid. Ronduit hilarisch is nog altijd de Harm en Miepje Kurk Story (1983) over huwelijksbedrog, verbroken relaties en geworstel met depressieve gevoelens. Zijn toon is niet hoekig of cynisch maar houdt altijd iets rondborstigs, zijn observaties zijn eerder onthecht te noemen dan vlijmscherp. In die onthechting schuilt vermoedelijk veel van de onweerstaanbare charme van Camperts verhalen. Hij is er wel en ook niet bij, als het ware: hij inventariseert, hij oppert, hij signaleert, geeft commentaar, maar laat meestal het oordeel achterwege en dus ook de veroordeling. Dat schept een weldadige ruimte voor de lezer die voor de verandering eens geen partij hoeft te kiezen voor iets of iemand, maar zich eenvoudig kan laten verpozen door het gebodene.

Geen stichting, maar vermaak. Dat is wat Campert volop te bieden heeft, ook in zijn nieuwe verhalen: een bundeling van zijn Kneupma-columns uit de Volkskrant en de novelle Beschreven blad, een speciale Boekenweekuitgave van de Bijenkorf. Beschreven blad gaat over een man van 35, Herman Hansen, die door het verongelukken van zijn ouders al op jonge leeftijd in het verlammende bezit is gekomen van veel geld. Terwijl zijn zus maar blijft treuren om het verlies van haar dierbaren, leeft hij er zonder doel of richting maar wat op los, omdat hij de al even verlammende mening is toegedaan dat toch eigenlijk niets ertoe doet. Hij rommelt wat met vriendinnen (`met Frieda, die ik zo af en toe zag, onderhield ik een soort bed-and-breakfast relatie'), zet af en toe een handtekening onder paperassen van zijn boekhouder en vult de rest van zijn tijd met het verrichten van hand- en spandiensten voor vrienden, zonder daar veel vreugde aan te beleven. Zo zien we hem onder meer, in een erg komische episode, in actie in een stadje genaamd Maaldrecht, om het kunstwerk van een bevriende kunstenaar te verdedigen tegen de agressie van omwonende bejaarden. Vanuit hun tehuis kijken zij uit op een muurschildering waar `met enige moeite' een naakte vrouw in te ontdekken valt. `De bejaarden hadden die moeite ook genomen', staat er dan droogjes, `en waren tegen het kunstwerk in opstand gekomen.' Herman wil uitleggen dat het hier in de eerste plaats een spel van vorm en kleur betreft, maar daar trappen ze niet in. Zij zien `een naakt wijf', en niets anders.

Op zeker moment krijgt onze held genoeg van het wassen van andermans varkentjes en besluit hij iets te gaan doen voor zichzelf, al weet hij nog niet meteen wat. Toevallig kruist dan een regisseur zijn pad, aan wie hij plompverloren een filmscenario belooft. In één klap – Campert is er de schrijver niet naar om een en ander psychologisch te begeleiden – zien we hem van een besluiteloze rentenier, een onbeschreven blad zogezegd, schrijver worden. De novelle eindigt onbeslist: we weten niet hoe de regisseur zal reageren op het voortvarend in elkaar geflanste, voorlopige filmscript. Maar we hebben er alle vertrouwen in, want schrijven is het enige dat veel van Camperts verhaalfiguren goed kunnen, of ze nu Snoekie Pantalon, Erik Mondy, Alfred Hast of Romke Terkamp heten.

Opvallend ongeletterd daarentegen is het Swiebertje-achtige collectief dat geportretteerd wordt in De familie Kneupma. Het moderne leven sijpelt mondjesmaat door in de afgelegen boerenhoeve. Zoon Gerrit-Jan studeert weliswaar polotologie, politologiegie of pokolotologie in de stad, maar veel greep op die studie krijgen vader en moeder Kneupma niet. Dochter Mieke-Kee is na een periode van `asseltiviteit' weer teruggekeerd in de hoeve en krijgt algauw weer begrip voor de noden van mannen met lentekriebels. Terwijl moeder de koffie van gisteren opwarmt en in de zoveelste brijpot roert, melken vader en dochter `het koebeest' of zijn ze hooi aan het opstapelen in de schuur. Veldwachter Bonkjes komt regelmatig langs om te controleren of de ziekte van `Kreupel-Jakops' nog niet heeft toegeslagen en of er geen verboden varkens worden gehouden, want maar al te vaak hoort hij verdacht gesnuif, gehijg en geslurp als hij toevallig langs komt fietsen. Dan prikt hij altijd een vorkje mee. Maar tenslotte wordt hij, in het nieuwe `mildellium' tegen zijn zin overgeplaatst naar de stad om daar `de criminele misdaad' te gaan bestrijden. Zijn afscheid van de familie Kneupma wordt in stijl gevierd: in de bedstee. Zo eindigt deze kleine, maar groteske familiekroniek, waar de moraal, zoals meestal bij Campert, aangenaam ver te zoeken is.

Remco Campert: Alle verhalen. De Bezige Bij, 880 blz. ƒ75,- De familie Kneupma. De Bezige Bij, 56 blz. ƒ19,90 Beschreven blad. De Bijenkorf, 72 blz. ƒ7,50