Huilen in een Marokkaanse cel

Een Nederlandse tweeling werd deze week in Marokko tot tien jaar veroordeeld wegens doodslag. Ze zitten klem in een Nederlands-Marokkaans conflict.

Eigenlijk had de zestienjarige tweeling Touafik en Omar uit Leidschendam er geen zin in, maar uiteindelijk had hun vader Ahmed hen kunnen overhalen om vorig jaar augustus mee te gaan naar Marokko. Zo zouden ze iets meer kunnen leren van het land en de stad noord-Marokkaanse stad Taza waar de familie Hasnaoui oorspronkelijk vandaan komt. Deze week zijn ze er tot tien jaar cel veroordeeld wegens doodslag.

De minderjarige jongens, inmiddels zeventien geworden, zitten sinds hun arrestatie in augustus onder barre omstandigheden vast in de gevangenis van Taza. ,,Als je iemand het ergste wilt toewensen dan moet je hem hier in de gevangenis stoppen'', aldus hun zuster Nezha (22) in een rollende Leidschendamse tongval. Naar eigen zeggen hebben de jongens part noch deel aan hetgeen hun verweten wordt.

De kwestie begon met een vrijdagmiddagwandelingetje van Nezha en haar Marokkaanse nichtje in het drukbezochte stadspark van Taza. De meisjes werden lastiggevallen door een jongen. ,,Hij zei de hele tijd vieze woorden en ging niet weg'', aldus Nezha. De jongen had een fles kapotgeslagen en een steen opgeraapt, zegt ze. De tweeling zou toen voor haar zijn opgekomen. De hele familie bezweert dat er niet gevochten is, en dat ze gewoon naar hun logeeradres terugkeerden. Een vervelende schermutseling, meer was het niet.

Maar later op de middag stond de politie voor de deur en werden broers en zus gearresteerd. De jongen die hun zus had lastiggevallen, had de broers aangewezen als de aanstichters van een vreemd ongeval dat die middag in het stadspark had plaatsgevonden. Daarbij was een vijftienjarige jongen ten val gekomen in een droogstaande fontein en op weg naar het ziekenhuis overleden. De tweelingbroers werden er nu van beschuldigd de jongen te hebben doodgeslagen. Zij ontkennen dat ten stelligste.

Volgens de bewijzen die de afgelopen maanden door hun advocaten ter verdediging werden aangevoerd, lijkt de beschuldiging tegen de tweeling eerder op een uit de hand gelopen wraakoefening. Volgens het autopsierapport zijn er geen sporen van geweld aangetroffen op het lichaam van de overleden jongen, die bovendien hartpatiënt was. Niets wees op een vechtpartij, waarvan volgens de getuige sprake zou zijn geweest. Ook bleek de jongen die de tweeling had beschuldigd, zich op het moment van het ongeval op een plek te bevinden waar hij onmogelijk het voorval gezien kon hebben.

De argumenten van de verdediging vonden echter geen weerklank bij de rechter. Ook de aanhoudende aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de Nederlandse ambassade bij de hoorzittingen mocht niet baten. De tweeling werd tot tien jaar cel veroordeeld. ,,Het is nog steeds niet echt tot ze doorgedrongen'', aldus Nezha, ,,En zelf kan ik het ook niet geloven.''

Hun vader stortte na het horen van het vonnis, afgelopen maandag, geestelijk in. Omar en Touafik zelf zijn er niet minder slecht aan toe. Volgens Nezha zitten de jongens voortdurend te huilen en hebben ze vreemde uitslag gekregen ten gevolge van hun verblijf in de cel.

De tweeling zat de afgelopen maanden in voorarrest in een ruimte van vier bij vier meter, waar gemiddeld vijftig gevangenen in verbleven. Bedden zijn er niet. Slapen is alleen bij toerbeurt mogelijk op de tegels, er is geen enkele afleiding, afgegeven boeken en spelletjes hebben de broers nooit bereikt, medicijnen kwamen pas met grote vertraging aan. Warm water om te wassen ontbreekt en het ongedierte heeft vrij spel in de cellen. De jongens, die alleen Nederlands en een beetje Berbers spreken, kunnen met de meeste Marokkaans-sprekende gevangenen en bewaarders niet communiceren.

Sinds de arrestatie van haar broers besloot Nezha samen met haar vader in Taza te blijven. Twee maal dagelijks brengt ze haar broertjes eten, ook doet zij hun was.

Haar vader Ahmed, die ruim dertig jaar geleden naar Nederland kwam, is na het horen van het vonnis geestelijk in de war geraakt. Alle zeven kinderen van het gezin Hasnaoui zijn in Nederland geboren en hebben de Nederlandse nationaliteit. De Nederlandse ambassade heeft volgens de familie alle mogelijke bijstand verleend. Het is evenwel niet uit te sluiten dat de zaak een slepende kwestie kan worden. Op dit moment wordt bestudeerd of er hoger beroep danwel cassatie tegen de uitspraak zal worden aangetekend.

Dat laatste ligt juridisch niet eenvoudig, gezien het lopende verdrag tussen Nederland en Marokko over het uitleveren van gevangenen, opdat deze hun straf in eigen land kunnen uitzitten. Een lopend cassatie-verzoek heeft evenwel een opschortende werking bij de uitlevering.

Deze zaak speelt bovendien op een voor de jongens uiterst ongelukkig moment. Marokko heeft bezwaar aangetekend tegen de praktische uitwerking van het verdrag. Vooral het feit dat gevangenen die tot nog toe naar Nederland werden teruggestuurd, vrijwel onmiddellijk op vrije voeten kwamen, zint de Marokkaanse justitie niet.

Dit is het gevolg van de toepassing van de aanzienlijk mildere strafmaat op de delicten (zonder uitzondering smokkel van hasj) die Nederland hanteert. Marokko is van mening dat in Nederland de Marokkaanse straf uitgezeten moet worden. Het meningsverschil, dat bij het bezoek van minister Korthals van justitie afgelopen januari aan de orde kwam, heeft geleid tot de voorlopige stopzetting van de uitleveringsprocedures.

Nezha Hasnaoui heeft besloten haar woonplaats Leidschendam te verruilen voor Taza zolang haar broertjes is de cel zitten. ,,Ik blijf hier, ik kan ze niet in de steek laten'', aldus Nezha. ,,Als ik er niet was geweest waren ze al lang gek geworden.''