Erfpuin

De beeldhouwstijl van de vijftien eeuwen oude boeddha's van Bamiyan, afgelopen week door de Talibaan vernield, verraadt Grieks-Romeinse en Indiase invloeden.

Foto's die de Amerikaanse nieuwszender CNN dinsdag op zijn website publiceerde bevestigden wat al gevreesd werd afgelopen week. 's Werelds grootste boeddhabeelden in Afghanistan zijn door het fundamentalistische islamitische Talibaan-bewind vernield. Er resten slechts brokstukken van de twee vijftien eeuwen oude beelden, die 55 en 36 meter hoog waren.

Wereldwijde protesten, zelfs van islamitische landen zoals Egypte, mochten niet baten. ,,Wij willen de geschiedenis ingaan als vernietigers van afgoden, niet als verkopers van afgoden,'' heeft Talibaan-leider Mohammed Omar een grote verzameling Afghanen in een gebed voorgehouden, aldus CNN.

De Talibaan is al langer bezig `on-islamitisch erfgoed' in het land te vernietigen. Het is een proces dat gaande is sinds de Russen zich in 1989 terugtrokken uit Afghanistan, en de Talibaan meer en meer macht kregen in het land. Vanaf 1992 is ondermeer het hoofdstedelijk museum in Kaboel gezuiverd van on-islamitisch erfgoed.

Al eerder, in 1997 en 1999 dreigden de moslimleiders de twee staande boeddhabeelden uit de vijfde eeuw, die in een rotswand stonden bij de stad Bamiyan, te vernielen.

De boeddha's van Bamiyan hebben het rigide Afghaanse moslimfundamentalisme niet overleefd. En dat terwijl hun oorsprong getuigt van een verlicht denken uit de tijd dat de Afghaanse regio nog een smeltkroes was van ontmoetingen tussen verschillende religies, denkers en kunststromingen.

De stad Bamiyan werd in centraal Afghanistan gesticht langs een handelsroute die de stad verbond met de rivier de Oxus en steden als Taxila en Kandahar, de laatste vernoemd naar Alexander de Grote die in de derde eeuw v.Chr. zijn legers tot in Centraal Azië bracht. De naam Alexander werd verbasterd tot Kandhahar, en de stad is nog altijd een van de belangrijkste steden in Afghanistan.

In Bamiyan ontwikkelde zich binnen het Kushan rijk vanaf het begin van de westerse jaartelling een oorspronkelijk boeddhisme en een cultuur die zich Gupta-Indiase maar ook Grieks-Romeinse invloeden eigen wist te maken.

Manes, grondlegger van het Manicheïsme, vestigde zich in de derde eeuw in Bamiyan, waar hij zijn volgelingen onderwees in een dualistisch geloof dat later moeiteloos en haast vanzelfsprekend christelijk en boeddhistisch gedachtegoed verenigde. Zijn passie voor de schilderkunst moet aan de bloei van de fresco's die in Bamiyan vooralsnog bewaard zijn gebleven, hebben bijgedragen.

Voetzolen

Alexanders legers droegen een Griekse beeldhouwkunst met zich mee die uiteindelijk Boeddha letterlijk zou belichamen. Voor de komst van de Griekse legers in Gandara, waarvan het westelijke gedeelte in het huidige Afghanistan ligt, werd Boeddha alleen in symbolen en door zijn attributen uitgedrukt. De boeddha kreeg vorm in het ruiterloze paard waarmee hij als prins Gautama het paleis uitvluchtte of in de afdruk van zijn voetzolen die in de rots bleven staan nadat hij verlicht werd. Na de komst van de Grieken in Centraal Azië wordt de boeddha afgebeeld in een menselijk - of goddelijk - lichaam, waar de Talibaan nu zo'n aanstoot aan neemt. Die afkeer is mede gebaseerd op het ook in de Bijbel opgenomen oudtestamentische verbod om beelden te maken.

De eerste boeddhabeelden in Gandara lijken dan ook rechtstreeks uit Grieks Macedonië te komen. De realistische gelaatsuitdrukkingen, kleding en houding zijn een versmelting van Indiase, Griekse en uiteindelijk Romeinse iconografie, die later Hellenistisch zal worden genoemd.

De ronde zonneschijf rond het gelaat van Boeddha is volgens Engelse kunsthistorici, die vanaf het begin van de eeuw de regio bezochten, ontleend aan de stralenkrans van de Griekse God Apollo.

Maar de klassieke iconografie komt in de eerste plaats tot uitdrukking in de kledij van de Boeddha die nu een toga draagt. Zoals door de eeuwen heen de Romeinen toga's van zijde prefereerden, die via Centraal-Aziatische handelsroutes uiteindelijk Rome bereikten, brachten diezelfde wegen het gewaad terug naar de Centraal Aziatische Boeddha, die vervolgens in eenzelfde toga werd afgebeeld.

Hoewel het centrum van Gandara zich ten oosten van Bamiyan bevindt, zijn de Hellenistische en Indiase invloeden tot in de achtste eeuw in Afghanistan te vinden, voordat mohammedaanse veroveringen deze wonderbaarlijke samensmelting van iconografie vervangen.

De boeddhabeelden in de vallei van Bamiyan zijn tot die tijd een centrum van pelgrimage en gebed en in zekere zin zijn zij dat nog, na de verontwaardiging en het gebed van Boeddhisten in landen als Sri Lanka en Thailand die op de aankondigingen van de Talibaan volgden.

Koperen maskers

Oorspronkelijk moeten de beelden koperen maskers hebben gedragen en lokale legenden verhalen van het goud waarmee zij bedekt waren. Tot vorig weekeinde stond een van de gezichtloze beelden zwaar beschadigd in de geperforeerde rotswand, vernield door wapens die moeiteloos bediend kunnen worden en waar een strijder van de Talibaan zijn directe toegang tot de hemel aan ontleendt.

Rond de beelden werden in de rotswand tientallen kleinere cellen uitgehakt, waar monniken zich in terug konden trekken en waarin, vijftien eeuwen later, Afghaanse families een onderkomen zoeken.

De cellen werden door de Boeddhistische monniken rijkelijk met fresco's en miniaturen van Bodhisattva's versiert die, in tegenstelling tot Gandara, in Bamiyans droge klimaat bewaard zijn gebleven. In de loop der eeuwen werden ondermeer Perzische invloeden aan de fresco's toegevoegd, die een samenvoeging van oosterse en westerse werelden in zich dragen.

De Boeddha's zelf staan als een baken in de vallei waarin zij, omringd door wandschilderingen en gedetailleerd beeldhouwwerk, van kilometers ver te zien zijn. Het is treffend en onontkoombaar dat de grootste van de twee Boeddha's van Bamiyan in `Locaterra', als Meester van de Wereld, wordt uitgebeeld, in een formaat en pose die de weelde en beloftes van het Hinayana boeddhisme moet bevestigen.

De houding van de beelden breekt met de traditionele meditatieve en bescheiden pose zoals de Boeddha in India of meer oostelijk gelegen gebieden wordt vorm gegeven. Ook zat de Boeddha in Bamiyan niet in een teruggetrokken lotus houding, maar stond hij kolossaal in een houding waarbij een van de armen werd uitgestrekt.

Het is deze pose die de geestesgesteldheid van de mensen in het Kushan rijk van twee duizend jaar geleden uitdrukt, en die de Talibaan niet is ontgaan. Een pose die ontleend werd aan de Griekse soldaten en Indiase pelgrims die millennia geleden door Centraal Azië trokken en een verschijning die de Boeddha's van Afghanistan vijftien eeuwen later noodlottig werd.

Tjalling Halbertsma is bestuurslid van het Living Heritage Centre in Mongolië en The International Da Qin Project in China en schrijft regelmatig over raakvlakken tussen Azië en Europa voor de `South China Morning Post' in Hong Kong. tjalling@icorec.nwnet.co.uk