Eerst even wandelen, denkt de kanselier

Wat doe je als je als bondskanselier in de Franse hoofdstad bent en je hebt even een moment vrij? Je gaat wandelen. In de tuin van het Palais Royal schop je tegen een bal die je richting uitkomt en, nu je toch in de buurt bent, loop je meteen even door naar het Louvre. Roller-skaters doorkruisen zoevend je pad. Parijse automobilisten rijden je bijna van de sokken. Gewoon, zoals ze met iedereen doen.

Gisteren was bondskanselier Gerhard Schröder even in Parijs, om met president Jacques Chirac de Salon du Livre te openen. De beurs staat in het teken van Duitse literatuur onder de noemer: `À la découverte de l'Allemagne'. Vijftig Duitse schrijvers zijn het middelpunt van een afgeladen debattenprogramma.

Maar eerst wilde hij wandelen, kennelijk. Met slechts nerveuze lijfwachten om zich heen, twee cameraploegen, drie fotografen, en een tiental ambtenaren. De lijfwachten spelen voor politieagent en dwingen zo goed en zo kwaad als het gaat het verkeer in rue de Rivoli tot stilstand. De bondskanselier kuiert in de richting van Pei's piramide in de cour van het Louvre. Ha, daar komt net Pierre Rosenberg, directeur van het museum, met zijn onafscheidelijke rode sjaal om zijn nek, naar buiten. Hij geeft uitleg over de piramide – die er al bijna tien jaar staat. Zou Schröder het glazen ,,grand travail'' van wijlen president François Mitterrand echt nooit gezien hebben?

Niemand kijkt op of om. De Cour Carrée is zo goed als leeg. Op aanwijzing van Rosenberg kijkt Schröder beleefd zijn ogen uit. Voorwaarts maar weer: quai du Louvre, Pont des Arts. Beetje mijmerend over de reling hangen. ,,Schön'', zegt de bondskanselier. Dan keert hij op zijn schreden terug, naar de quai. Daar staat zomaar een stoet glanzende limousines klaar. Ineens ook is overal politie en beginnen er sirenes te loeien. Voetgangers staan stil, iedereen vergaapt zich, het verkeer loopt hopeloos vast.

Alles is weer zoals het hoort bij hoog bezoek.