Dun? Hoezo dun?

,,We wilden niet in sleur vervallen', zei de Asterix-tekenaar Albert Uderzo precies een jaar geleden in een interview met deze krant; ,,daarom hebben René Goscinny en ik al ten tijde van De ronde van Gallia afgesproken dat we om en om een binnenlands avontuur en een buitenlandse reis zouden verzinnen. Dat stramien volg ik nog steeds. Over het nieuwe album wil ik dan ook alleen zeggen dat het zich afspeelt in het hart van Gallië.'

Het hart van Frankrijk zit links, zo blijkt uit de eergisteren uitgekomen strip Asterix en Latraviata, die behalve in het Armoricaanse `dorpje dat wij zo goed kennen' speelt in de Romeinse hoofdstad van Bretagne, Condatum (Rennes). Het 31ste Asterix-album – en het zevende dat Uderzo maakte zonder de in 1977 gestorven scenarist Goscinny – is als vanouds perfect getekend en ingekleurd, maar is verder even zielloos als eerdere missers als De roos en het zwaard en De broedertwist. Het feest van herkenning dat iedere Asterix biedt – naamgrappen, everzwijngelagen, `wie is hier dik?', `rare jongens die Romeinen' – wordt bedorven door magere grappen en een dunne plot.

Latraviata heeft niets met de honderd jaar dode Verdi te maken, maar is de naam van een Romeinse toneelspeelster die door (de uit de geschiedenisboekjes bekende) generaal Pompejus wordt ingezet om bij de onoverwinnelijke Galliërs zijn verkwanselde zwaard en helm terug te halen; worden die niet gevonden dan zou Caesar erachter kunnen komen dat zijn rivaal in Gallië een opstand voorbereidt. De pogingen van Latraviata om in de gedaante van Walhalla (Obelix' geliefde uit Het eerste legioen) de Gallische helden te paaien worden afgewisseld met die van de moeders van Asterix en Obelix om hun zonen aan de vrouw te krijgen. Sic transit gloria mundi imaginationis!

De eigenwijsheid van Uderzo, die zichzelf in het beeldmerk van zijn uitgeverij niet toevallig afbeeldt als Obelix, begint pathologische vormen aan te nemen. Waarom gaat hij niet te rade bij een scriptdokter die hem kan behoeden voor doodlopende verhaallijnen en uit de toon vallende plotwendingen? Uderzo's eigen antwoord is dat hij het aan zijn overleden vriend en scenarist verplicht is om ,,zelf de hele verantwoordelijkheid te nemen.' Maar vanuit de Elyzeese Velden moet Goscinny machteloos toezien hoe de succesvolste stripfiguur uit de geschiedenis zijn toverkracht kwijtraakt.

Is dan heel Asterix en Latraviata waardeloos? Nee, één bladzijde herinnert vagelijk aan de grote dagen van Goscinny: die waarop twee Romeinse patrouilles met elkaar slaags raken, via de volgende woordenwisseling: `Jij met ons afrekenen? Je bent krankjorum!' `Wat je zegt ben je zelf, rare kwiebus' `Je moet jezelf 'ns zien, met je bolle ponum!' `Hoor wie het zegt, spichtige grasmus!' Waarna in een nootje vermeld wordt: `Er is geen woord Latijn bij deze dialoog.'

Het is te weinig voor een nieuwe Asterix. De rest van het verhaal is zo kinderlijk dat alleen jongens en meisjes onder de vijf er nog mee gezien willen worden. Die kijken gewoon naar de plaatjes en verzinnen hun eigen verhaal.

Albert Uderzo: Asterix en Latraviata. Uit het Frans vertaald door Frits van der Heide en Margreet van Muijlwijk. Les Éditions Albert René, 48 blz. ƒ13,20