De taaie strijd Brussel-Den Haag 2

Hoe moet de Kamer nog invloed houden op Europees beleid, als de minister zich in Brussel al vooraf `committeert'? Het parlement zet zich schrap.

De irritatie liep vorig jaar oktober flink op, toen de Tweede Kamer zich niet kon uitspreken over een beperking van het verschoningsrecht voor advocaten. Tijdens een overleg met minister Korthals (Justitie) en staatssecretaris Bos (Financiën), voorafgaand aan een gecombineerde raad van Europese ministers van Binnenlandse Zaken, Justitie en Financiën in Luxemburg over de aanpak van het `witwassen' van crimineel geld, bleek dat de Kamer inmiddels het nakijken had. Minister Zalm (Financiën) had zich voor Nederland in Europees verband al `gecommitteerd'.

De Kamerleden wilden met minister Korthals in debat over de Europese richtlijn, die dat verschoningsrecht van advocaten inperkt, maar tot stomme verbazing van de Kamer deed de mening van het nationale parlement helemaal niet meer terzake. ,,Dan kunnen we wel naar huis'', vatte PvdA-woordvoerder Crone de situatie knorrig samen.

Ruim een maand later was het weer `crisis'. Korthals werd het mandaat onthouden om met voorstellen van Brussel akkoord te gaan. Eerste en Tweede Kamer hadden besloten ,,een ernstig signaal richting Europese Commissie'' af te geven, door een voorbehoud te maken ten aanzien van alle agendapunten waarover de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken moesten vergaderen. Aanleiding was het feit dat Brussel de onderliggende stukken zó laat had gestuurd dat de senatoren die pas één werkdag voor het overleg met de bewindslieden kregen.

Volgens een vier jaar geleden aangenomen motie van PvdA-senator Jurgens moeten die stukken minimaal vijftien dagen van tevoren aankomen. De Eerste en Tweede Kamer achtten het daarom niet verantwoord in te stemmen met ,,een pakket van een kilo aan voorstellen.'' Omdat over die voorstellen met unanimiteit moet worden besloten, betekende dat voorbehoud feitelijk dat Korthals zijn veto over alle punten moest uitspreken. Senator Jurgens wees er toen op ,,dat geen regering in Europa het in zijn hoofd haalt zó met het parlement om te gaan.''

De interesse voor de Brusselse besluitvorming kan Korthals en zijn kort geleden aangetreden staatssecretaris Kalsbeek dus bepaald niet hebben overvallen. Het kan niemand zijn ontgaan dat vorig jaar al vanuit de Kamer een krachtige roep klonk om in de nieuwe structuur van Europese besluitvorming de eigen positie te versterken. Bijvoorbeeld door de instelling van een Europese Senaat, bestaande uit afgevaardigden uit de nationale parlementen. Zo zou Europa een soort driekamerstelsel krijgt: een Raad, een Parlement én een Senaat. De kortstondige discussie hierover mondde uit in de conclusie dat de Tweede Kamer de controle op het opereren van de eigen bewindslieden in Brussel zou moeten vergroten en zich niet meer zou moeten laten verrassen door Europese ontwikkelingen.

Toch volgde ook daarna nog een mooi voorbeeld van hoe het niet moest: de heisa rond het Europees Handvest voor Grondrechten. Voorafgaand aan een informele top in het Franse Biarritz ontstond grote verwarring in de Tweede Kamer, doordat de Raad van State in een advies aan de regering voorspelde dat het Handvest de rechtspraak in Nederland zou beïnvloeden. De Kamer voelde zich overvallen en nam een motie aan die de regering dwong om in Biarritz, en later tijdens de formele top in Nice, tegen de tekst te stemmen.

In het overleg in de Tweede Kamer wordt ministers voor hun reis naar Brussel doorgaans niet meer dan een soort `inspanningsverplichting' opgelegd. Men komt later vrijwel nooit terug op hetgeen in Brussel is overeengekomen. De vrijheid die de ministers in de Brusselse Raad nemen, is zo groot als hun nationaal parlement toelaat.