Bill Broady goochelt met metershoge graffiti

In Bill Broady's In This Block There Lives A Slag komen veel zieke geesten en kansloze verliezers voor. De twaalf verhalen verkennen vooral de zelfkant van de samenleving, het perspectief wordt gekleurd door drank en paranoia.

Een mooi voorbeeld is de hoofdpersoon van het verhaal `Tony Harrison'. Hijzelf danst het liefst op de muziek van Haydn en heeft weinig begrip voor zijn buurman die slechts één plaat lijkt te hebben: Neil Diamonds Greatest Hits. Of voor `De Kluizenaar', die zijn bestaansrecht ontleent aan een opmerkelijke routine: iedere ochtend werpt hij welgemikt de drol van z'n hond naar een niets vermoedende voorbijganger.

De stijl is al net zo opmerkelijk als de verhalen: op een chique manier goochelt Broady met de taal. Dat blijkt ook uit het titelverhaal, dat over een uitzonderlijk stuk graffiti gaat. In drie meter hoge letters staat op een gevel: In this block there lives a slag, she's hurt Him and now she has to pay. Behalve de vraag over wie dit gaat en wat ze op haar geweten heeft, komen ook de achtergronden van het woord slag (slet) aan de orde.

Het is een belangrijke kwestie voor hem want taal is macht, heeft hij van zijn vader geleerd: `Als je een woord kent, kan het je geen pijn meer doen' en zo hoopt hij het woord slag onschadelijk te maken. Hij blijft de regels maniakaal herhalen totdat ze op zijn netvlies gebrand zijn.

Liefhebbers van Rembrandt kunnen dit verhaal overigens misschien beter overslaan. De hoofdpersoon herkent in Belsazar op het schilderij `Het feestmaal van Belsazar' een ex-prof van Nottingham Forrest die door een struikelende kluns door de benen wordt gespeeld. Wanneer je deze passage eenmaal gelezen hebt, zal Rembrandts meesterwerk nooit meer hetzelfde zijn. Het is een prestatie om van een geschokte koning met een simpel grapje voor eens en voor altijd een beteuterde verdediger te maken.

Bill Broady: In This Block There Lives A Slag. Flamingo, 242 blz. ƒ46,90