Voorspellen kan wel, voorkomen nog niet

Pakistan kan de jongste stroom aan Afghaanse vluchtelingen nauwelijks aan. Palestijnse vluchtelingen zijn een belangrijke factor bij de vredesbesprekingen in het Midden-Oosten. Europese asielprocedures slibben steeds verder dicht. Krijgt de wereld de vluchtelingenstromen ooit onder controle?

Vluchten is zo oud als de mensheid. Soms voor geweld, soms voor de natuur. Een wereldwijde democratie kan de stroom vluchtelingen remmen. Maar dat is toekomstmuziek.

ER IS VOOR ZOVER IK WEET geen tak van wetenschap die de oorzaken van vluchtelingenstromen onderzoekt en het verschijnsel probeert te voorspellen. Maar we weten dat vluchten geen vrijwillige activiteit is. Mensen vluchten voor gevaar; daar kunnen we zonder diepgaand onderzoek van uitgaan. Er zijn twee oorzaken van gevaar: de mens en de natuur. De eerste oorzaak bestaat per definitie even lang als de mensheid. De tweede oorzaak was er al eerder. Het vluchten moet dus wel zo oud als de mensheid zijn.

Vluchten is overleven. Dat laatste willen wij zelf ook en daarom hebben vluchtelingen in beginsel onze sympathie. Zeker zolang zij geen beroep doen op ons dak, onze ruimte en onze voedselvoorraad of ons eigen overleven bedreigen. Wij bieden hulp omdat wij beseffen dat vluchtelingen iets is overkomen dat ons ook zou kunnen treffen. Of we denken: ,,Ieder voor zich'' en bieden geen hulp. Daar komt het zo ongeveer op neer. Maar wij kunnen ons niet onttrekken aan de fascinatie die van vluchtelingen uitgaat. Het interessante is dat daarin geen vermindering is opgetreden naarmate we vaker met het verschijnsel worden geconfronteerd. Integendeel, de fascinatie lijkt alleen maar toe te nemen.

In de eeuwen voorafgaand aan de twintigste, werden mensen alleen met vluchtelingen geconfronteerd als die daadwerkelijk hun streek bezochten. Doorgaans kwamen die vluchtelingen toen ook niet van zo heel ver. De hugenoten kwamen uit Frankrijk, de Portugese joden uit Portugal, en op hun beurt gingen de Nederlandse patriotten niet verder dan Noord-Frankrijk. Maar de sterk toegenomen mobiliteit van mensen, goederen, geld en informatie heeft daarin verandering gebracht. Tegenwoordig komen vluchtelingen uit alle wereldstreken en zijn wij van hun lot op de hoogte, óók als zij ons niet bezoeken.

Er is genoeg kennis beschikbaar voor een tak van wetenschap die vluchtelingenstromen zou bestuderen. We weten van alle landen in de wereld in hoeverre de rechten van de mens daar worden gerespecteerd of geschonden. In het jaarboek 2000 van Amnesty International staan 144 landen vermeld waar de situatie van de rechten van de mens zorgwekkend is. Aan die kennis kunnen tot op zekere hoogte voorspellingen worden verbonden. Politiek gezien is er aan zo'n wetenschap vermoedelijk wel behoefte. De Raad van de Europese Unie heeft enige jaren geleden op Nederlands initiatief een High Level Working Group ingesteld die – in het kader van het asielbeleid – oorzaken van vluchtelingenstromen onderzoekt en die politieke maatregelen kan voorstellen om te voorkomen dat die stromen zich op Europa richten. In discussies over vluchtelingenbeleid wordt regelmatig aangedrongen op een comprehensive approach die ook aandacht besteedt aan de root causes. En ook natuurrampen, zoals aardbevingen, vulkanische erupties en overstromingen kunnen in zekere mate worden voorspeld.

Maar voorspellen is iets anders dan voorkomen. Onze kennis is niet zover gevorderd dat vluchtelingenstromen er wezenlijk door worden verminderd. Daarvoor zou het vermogen nodig zijn om in elk land rust en respect voor de rechten van de mens af te dwingen en tevens overal waar mensen wonen de gevolgen van aardschokken, erupties en overstromingen te verzachten.

Maar het ontstaan van vluchtelingenstromen zou theoretisch wel door mensen kunnen worden gekeerd. Dat zou een mondiaal geordende samenleving vergen, met een wezenlijk democratisch gehalte, waarin internationale politiemachten effectief kunnen optreden. Daar zijn wij nog lang niet aan toe. Er zijn echter wel tekenen die er op wijzen dat de situatie aan het eind van deze eeuw iets meer in die richting kan zijn opgeschoven.

Het zijn de vluchtelingen die als eersten een beroep hebben gedaan op de mondiale verantwoordelijkheid van mensen voor elkaar, eenvoudig door wereldwijd te reizen. Dat past bij het karakter van de vluchteling als pionier, die noodgedwongen nieuwe mogelijkheden tot overleven onderzoekt. Hoewel, misschien is dit te veel eer voor de vluchteling. De eerste grensoverschrijdende pioniers waren immers vertegenwoordigers van expansie zoekende staten, die de mondiale verantwoordelijkheid in negatieve zin aan de orde stelden door grote gebieden te koloniseren en aan zich te onderwerpen, door oorlogen te voeren en door bevolkingen te deporteren, te vermoorden of als slaven te verhandelen.

Zij hebben daarmee tegenkrachten opgeroepen die leidden tot het formuleren van rechten van volkeren op zelfbeschikking, tot afschaffing van slavernij, en – na de Tweede Wereldoorlog – tot het sluiten van belangrijke verdragen voor de rechten van de mens. Te noemen zijn het vluchtelingenverdrag (1951), het Europees verdrag van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (1950), en een reeks VN-verdragen, waaronder het internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (1966), het verdrag ter bestrijding van racisme (1965), het verdrag tegen vrouwendiscriminatie (1979), en het verdrag tegen foltering (1984). De rechten van de mens zijn een realiteit geworden waar staten niet meer omheen kunnen.

Staten die dit soort rechten schenden kunnen er niet meer op rekenen dat de internationale gemeenschap hen ongemoeid laat. Slachtoffers kunnen klachten indienen bij supranationale instanties. Daders kunnen voor een internationaal tribunaal worden gedaagd. Verder probeert men ervaring op te doen met het uitoefenen van internationale politietaken. Dat gaat nog heel onbeholpen en het middel is soms erger dan de kwaal. Toch is het tekenend dat Kosovo door de NAVO werd gebombardeerd om schending van de rechten van de mens te voorkomen. Dat dit wellicht niet de werkelijke of de belangrijkste reden was, en dat kan worden betwijfeld of de hele luchtoorlog wel zo'n gelukkige stap was, neemt niet weg dat er een verschuiving in de internationale verhoudingen plaatsheeft waarin humanitaire interventie steeds meer tot de serieuze mogelijkheden behoort.

De soevereiniteit van een staat gaat niet meer zo ver dat het schenden van de rechten van de mens van de eigen bevolking als een puur interne aangelegenheid wordt aangemerkt. Andere staten mogen zich daar tot op zekere hoogte mee bemoeien. Het optreden van Nederlandse militairen in het kader van een VN-macht ter beveiliging van de bevolking van Srebrenica wordt niet gekritiseerd omdat Nederlandse militairen met hun aanwezigheid de territoriale onschendbaarheid van een andere staat schonden, maar omdat Nederland in die bescherming jammerlijk heeft gefaald. Dat was een eeuw geleden moeilijk in te denken.

Er verschuift dus van alles. Waarheen die verschuivingen ons zullen leiden is natuurlijk onzeker. Het enige dat wij weten, is dat we grootschaliger moeten denken. Mondialisering hoeft niet per se te leiden tot een werelddemocratie. Ook wereldoorlogen en werelddictaturen behoren tot de mogelijkheden.

Toch is er reden om te geloven in de uiteindelijke overwinning van de rechten van de mens, omdat die na voedsel en onderdak het meest wezenlijke zijn waarbij mensen een gemeenschappelijk belang hebben. Het is dus niet ondenkbaar dat het beteugelen van de menselijke oorzaken van vluchtelingenstromen ooit tot de mogelijkheden zal behoren. Het is op zijn ergst nog een kwestie van eeuwen.

Prof.mr. P. Boeles is hoogleraar immigratierecht aan de Universiteit Leiden