Vluchtelingen zijn hun ergste eigen vijand

Niet alleen Westerse hulpverleners maar ook Afrikaanse regeringen zijn de Afrikaanse vluchtelingen steeds vaker zat.

DE CONCURRENTIE IS meedogenloos, en Afrika het zwakste jongetje van de klas. Hulporganisaties in Afrika zullen dan ook een zucht van verlichting hebben geslaakt toen het conflict in Kosovo weer voorbij was. De overweldigende aandacht voor Kosovo in 1999 en de stroom internationale hulp voor gevluchte Albanezen ging onder meer ten koste van honderdduizenden Eritrese vluchtelingen die gestrand waren in Ethiopië. De ene vluchteling is nu eenmaal interessanter dan de andere.

Zeg `Afrikaanse vluchteling' en veel mensen denken aan uitgeteerde kindjes met vliegen in een mondhoek, vrouwen met jerrycans die uren in de rij staan voor een haastig gebouwde pomp en overwerkte Westerse hulpverleners die de nood bij lange na niet kunnen lenigen. Is het echt zo slecht gesteld met de ruim zes miljoen Afrikanen die zich ooit gedwongen zagen hun dorpen te verlaten, in Sierra Leone, Rwanda, of Angola, en in geïmproviseerde onderkomens wachten tot ze weer terugkunnen?

Het goede nieuws is dat vluchtelingen soms met succes gerepatrieerd worden. Vorig jaar bijvoorbeeld konden naar schatting 40.000 Rwandese vluchtelingen in kampen in de Democratische Republiek Congo, in de oostelijke regio Kivu, terug naar huis. Beter gezegd: hun geboortegrond, want hun huis staat nog zelden overeind. Maar er slaan jaarlijks nog altijd meer Afrikanen op de vlucht dan dat er terug naar huis gaan, en dat zal voorlopig zo blijven.

Het continent kan bogen op de langstlopende en meest uitzichtloze conflicten ter wereld, waaronder de schier oneindige burgeroorlog in Angola en de gevechten in stuurloos Somalië. Het heeft landen die op de rand van de afgrond balanceren vanwege onderlinge etnische haat (Burundi) en terreurcampagnes die door puur economische motieven worden aangewakkerd (Sierra Leone). In de Democratische Republiek Congo woekert een conflict voort dat vergeleken wordt met `onze' Wereldoorlog, en waarin zes regeringen en ten minste evenveel rebellenbewegingen betrokken zijn. Toch kan het Westen er maar weinig belangstelling voor opbrengen.

Dertig procent van 's werelds vluchtelingenpopulatie bevindt zich in Afrika. Westerse donoren beginnen er een beetje genoeg van te krijgen, zei Ilunga Ngandu, de nieuwe UNHCR-chef voor zuidelijk Afrika, vorige maand. Afrika komt steeds lager op de prioriteitenlijst te staan, zei ze zorgelijk. Het medeleven waarop vluchtelingen twintig jaar geleden als vanzelfsprekend konden rekenen, is omgeslagen in cynisme. Als je sympathie en betrokkenheid in cijfers uitgedrukt wil uitdrukken, kom je uit op de volgende vergelijking. Een Afrikaanse vluchteling kost de UNHCR net geen kwartje per dag. Op het hoogtepunt van de Kosovo-crisis werd aan een vluchteling in de Balkan bijna tien keer zoveel besteed, ofwel 2,50 gulden. Vluchtelingenkampen in Afrika zijn snel tien keer zo groot als in het Westen. Kampen waar 300.000 tot een half miljoen vluchtelingen samenscholen, zijn in Afrika niet uitzonderlijk. Tijdens de Kosovo-crisis constateerde een hulpverlener die uit Somalië was overgevlogen tot haar verbazing dat Albanese vluchtelingen in Macedonië een speciaal dieet voor diabetici konden vragen. ,,In Afrikaanse kampen zijn geen diabetici'', zei ze op televisie. ,,Daar gaan ze gewoon dood.''

Ook veel Afrikaanse regeringen zien de vluchtelingenstromen steeds vaker met tegenzin tegemoet. Kenia weigerde onlangs de VN-vluchtelingenorganisatie toestemming om een kamp in te richten voor 2.000 Tanzanianen. Zambia zit met vluchtelingen uit Angola in zijn maag. Oeganda kijkt met lede ogen toe hoe de Soedanezen blijven komen. Vluchtelingen hebben namelijk één ,,vreselijk machtsmiddel'', zoals een krant in Burkina Faso schreef: dat van de destabilisatie. Ze vormen de kwaadaardige uitzaaiingen van de kanker die oorlog heet. Zonder daarop aan te sturen, zijn ze door hun aanwezigheid al in staat nieuwe conflicten te veroorzaken.

Die dreiging is sterk aanwezig in het grensgebied van Guinee met Sierra Leone en Liberia, waar de UNHCR vorige maand met de retoriek die hulporganisaties eigen is geworden de ,,grootste vluchtelingencrisis ter wereld'' uitriep. Gewapende rebellen voeren er een macabere stoelendans uit rond enkele honderdduizenden vluchtelingen uit Liberia en Sierra Leone, die zijn vastgelopen in het regenwoud van Guinee. De drie buurlanden beschuldigen elkaar over en weer van het bewapenen van rebellen, die de kampen als uitvalsbasis zouden gebruiken.

Volgens Guinee heeft de komst van de vluchtelingen het land uit balans gebracht. Nee, het is een vicieuze cirkel, zegt Millicent Mutuli, woordvoerder van de UNHCR in Genève. ,,Guinee wankelt boven de ravijn en ja, de vluchtelingen hebben politieke onrust gebracht. Maar wat was er het eerst in de regio: de instabiliteit of de vluchtelingen? Daar is geen pasklaar antwoord op.''

Zeker is dat vluchtelingen de lont in het vuur van smeulende conflicthaarden kunnen zijn. De aanleiding voor de oorlog in Democratisch Congo wordt vaak gezocht in de exodus uit buurland Rwanda toen radicale Hutu's daar in 1994 aan het moorden sloegen. Een miljoen Rwandezen vluchtte de grens over, naar wat toen nog Zaïre heette. De Tutsi-regering die na de genocide in Rwanda de macht overnam, viel daarop Zaïre binnen om de gevluchte Hutu-extremisten alsnog een kop kleiner te maken. Veel extremisten hadden zich onder burgerbevolking gemengd om te ontsnappen. Rwanda wilde dat ze teruggestuurd werden. Maar de Verenigde Naties stonden machteloos: repatriëring gebeurt alleen op vrijwillige basis.

Soms gaat het wel goed. Dan vangt de autochtone bevolking de ontheemde buren op zonder morren en krijgen de vluchtelingen de gelegenheid een nieuw leven op te bouwen. Dat kon in het rijke Ivoorkust, waar 200.000 gevluchte Liberianen speciale identiteitskaarten kregen bij wijze van nieuw paspoort. De meeste Afrikaanse vluchtelingen treffen het slechter.