Vervoersverbod komt op slechtste moment

Het vervoersverbod in verband met het dreigende gevaar van mond- en klauwzeer brengt tal van boeren in grote problemen.

Elders schijnt vanochtend een waterig lentezonnetje, maar in het Twentse dorp Buurlo hangt een hardnekkige mist. Bernard Hilderink en zijn zoon Bart kunnen daar wel mee leven. De schapenhandelaren proberen zo goed en zo kwaad als het kan te waken over het welzijn van de ruim tweehonderd rammen op hun erf. ,,Het heeft vannacht gevroren, de dieren zijn nu rustig'', zegt Hilderink senoir in een als noodstal ingerichte schuur. ,,Er is hier geen ventilatie. Als het zoals afgelopen weekend buiten een graad of twaalf, dertien is, staan de rammen hier te dampen.'' De kans dat er dan besmettelijke ziektes uitbreken, neemt dan sterk toe.

Het vervoersverbod voor schapen had voor hen niet op een slechter moment kunnen komen. De stallen stonden vol met rammen voor het Offerfeest, de islamitische feestdag waarbij traditioneel een schaap geslacht wordt. De dieren waren allemaal al voor een goede prijs verkocht. Ze hoefden alleen nog maar naar het slachthuis in Haaksbergen vervoerd te worden, vijf kilometer verderop.

,,Ik kan nog steeds niet begrijpen waarom de Rijksdienst voor Vee en Vlees ons op 5 maart geen ontheffing heeft gegeven'', zegt zoon Bart. ,,Natuurlijk moet je voorzichtig zijn, maar een vrachtwagenlading, onder politiebegeleiding, dat had toch mogelijk moeten zijn.''

De RVV wilde daar echter niet aan. Ook particuliere schapenhouders zouden dan nog een keer de weg op hebben gemogen, met alle risico's vandien. Hilderink beschouwt zijn bedrijf echter als een soort verzamelstation. Zijn rammen komen van zeker 25 schapenhouders uit de omgeving. Voor dergelijke bedrijven had de RVV volgens hem een uitzondering moeten maken. ,,Het zijn er niet meer dan vijftig in heel Nederland. Dan waren ze van deze lastige meneer afgeweest.''

Minister Brinkhorst van Landbouw is voor de schapenhandelaren de kwaaie pier ,,Roomser dan de paus'', noemt Bernard Hilderink hem. Hij heeft twee stuks topkwaliteit Iers rundvlees liggen. Gisteren ontvangen. Hardop vraagt hij zich af hoe het transport Engeland en Frankrijk heeft kunnen omzeilen. En er is meer: ,,In andere Europese landen, België, zelfs Engeland, zijn de slachthuizen gewoon open, alleen in Nederland niet.'' Ook de opmerking van de minister dat een vervoersverbod wegens dreigend mond- en klauwzeer tot het bedrijfsrisico hoort, is slecht gevallen.

Bernhard Hilderink beschouwt de maatregelen als zwaar overtrokken. ,,Alle uit Engeland afkomstige schapen zijn al getraceerd en preventief geruimd.'' Wel geeft Hilderink toe dat het voor schapen gehanteerde registratiesysteem tekortschiet. ,,Dieren verdwijnen uit het zicht. Boeren zijn van oudsher gewend een gat in de grond te graven om van een dood schaap af te komen.''

Boeren hebben altijd wel wat te klagen, maar deze keer is het volgens Bernhard Hilderink terecht. Hij hekelt de gevoelloze overheid die na een bedrijf in de omgeving dat preventief te hebben geruimd, al drie weken niets meer van zich laat horen.

,,De rammen zijn straks zeker 100 gulden per stuk minder waard, als iemand ze tenminste nog wil kopen'', zegt Bernard Hilderink. Het overgrote deel van zijn klanten is allochtoon. ,,Onze klanten zijn zo bang, ze durven geen rundvlees te kopen, nu geen schapenvlees, ze weten het niet meer. Terwijl er nog niets aan de hand is.''

Wie een ram voor het Offerfeest had gereserveerd, heeft zijn geld inmiddels terug. Dat ging niet altijd van een leien dakje. De Hilderinks werden bedreigd. Oplichters zouden ze zijn. Excuses van de Marrokaanse gemeenschap hebben ze inmiddels wel gekregen, maar rammen houden voor het Offerfeest, dat zullen Bart en Bernard Hilderink ook na afloop van de MKZ-crisis niet meer doen.