Veilige greep uit collectie

De oude affiches die zijn opgehangen langs de trap naar de expositieruimte, geven een globale indruk van wat er verwacht mag worden van de tekeningententoonstelling in het Amsterdams Historisch Museum.

Nadat in 1975 de collectie van de 19de-eeuwse verzamelaar Carel Joseph Fodor onder beheer van het museum kwam, zijn er exposities georganiseerd van onder meer tekeningen uit de Hollandse Gouden Eeuw, van Rembrandt en zijn omgeving, van Italiaanse tekeningen van renaissance en barok en Franse uit de 19de eeuw. De noemers waaronder die eerdere keuzen uit de verzameling werden gepresenteerd, vormen ook de zwaartepunten in de huidige tentoonstelling van op de kop af honderd hoogtepunten uit de periode van circa 1500 tot 1900. Onvermijdelijk zullen die grotendeels overlappen met de topstukken van de eerdere presentaties.

Op zichzelf is er niets mis mee dat een museum regelmatig tekeningen die sluimeren in de eigen collectie, tevoorschijn haalt en tentoonstelt. Wel zou je verwachten dat zulke presentaties van deelverzamelingen dan nieuwe inzichten bieden, of bijvoorbeeld aan de hand van onverwachte keuzen en combinaties een bepaald thema aan de orde stellen. De aankondiging dat de tentoonstelling is samengesteld door Simon Levie maakt dan ook nieuwsgierig. Levie was van 1963 tot 1975 directeur van het Amsterdams Historisch Museum en was daarna 14 jaar directeur van het Rijksmuseum. Je zou willen weten wat hem treft, welke zwaartepunten hij legt en wat zijn verhaal bij de keuze is.

Zo bezien stelt de tentoonstelling teleur. Summiere begeleidende teksten geven kunsthistorische informatie, maar nergens een persoonlijke visie. Dan maar zelf op zoek naar de grote lijn. Opvallend is bijvoorbeeld dat, afgezien van enkele studies als die van de Italianen Annibale Carracci en Guercino, er nauwelijks religieuze onderwerpen worden getoond. Maar of dat nu ligt aan de samenstelling van de collectie of aan de voorkeur van degene die er een keuze uit heeft gemaakt, blijft onduidelijk. Moet dan worden verondersteld dat het de snel schetsende hand van de kunstenaar is, of de persoonlijke expressie die in tekeningen vaak wordt geroemd, die Levie fascineert?

Een flink aantal bladen toont studies voor schilderijen en prenten, zoals het prachtig fijne portretje van de vijftienjarige Hugo de Groot dat Jacob de Gheyn II maakte als voorbeeld voor de gravure die hij er in 1599 zelf naar sneed.

De Antwerpse 17de eeuw staat garant voor een paar indrukwekkende schetsen voor motieven in schilderijen, van figuurstudies van Rubens tot een wonderlijk blad met twee roze varkentjes van Jacob Jordaens. Maar net zo goed zijn er uitgewerkte, zorgvuldig gekleurde tekeningen, zoals de boerentaferelen van Adriaen van Ostade. Veel losser van stijl, maar waarschijnlijk ook bedoeld als een voltooid kunstwerk, is de virtuoos gewassen pentekening Gezicht vanuit de Villa Loredan van de 18de-eeuwse Venetiaan Francesco Guardi.

Stuk voor stuk zijn het aantrekkelijke tekeningen. Losjes geordend naar genres als landschap, zeegezicht, portretstudie, hangen ze vooral mooi te wezen, en voor de tekeningenliefhebber die de collectie niet goed kent is er geen enkele reden om niet te gaan kijken. Maar het gevoel bekruipt je dat hier een veilige greep uit de succesnummers is gedaan. Als de `hand van de meester' uit de titel van de tentoonstelling niet alleen verwijst naar de kunstenaars wier werk wordt getoond, maar ook naar de samensteller, is in deze expositie van die meesterhand maar weinig te herkennen.

Tentoonstelling: De hand van de meester: hoogtepunten uit de collectie oude tekeningen van het Amsterdam Historisch Museum; de keuze van Simon Levie. Amsterdams Historisch Museum, Kalverstraat 92. Open ma-vr 10-17u, za-zo 11-17 u. T/m 6/5. Inl.: (020) 5321822.