Schrijvers in de Heilige Hallen

,,Het lijdt geen twijfel dat een groot aantal Nederlanders een oprechte afkeer heeft van alles wat naar racisme en discriminatie zweemt – wat echter niet wegneemt dat een ander, eveneens groot aantal (kwestie van mentaliteit? sensibiliteit? opvoeding?) elke buitenlander, neger, jood vrolijk nawijst als zijnde verschillend en dus inferieur, incapabel.''

Het is een cynische doch rake bewering, afkomstig van de Portugese auteur J. Rentes de Carvalho en afgedrukt in de onlangs verschenen bloemlezing Een land om bij te huilen. Buitenlandse schrijvers over Nederland. Toen ik de woorden van Rentes de Carvalho las, dacht ik onmiddellijk aan de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB). Zou zij met het huidige thema van de Boekenweek – `Land van Herkomst – Schrijven tussen twee culturen' – naast het propageren van de nationale literatuur niet ook een kleine bijdrage hebben willen leveren aan de oplossing van het `multiculturele drama'? Wil zij mede daarom allochtone schrijvers eens in een `superieure' positie plaatsen? Het zou me niet verbazen als het inderdaad zo was. Want wie de overige bijdragen uit de hierboven genoemde, overigens hoogst vermakelijke, bloemlezing tot zich heeft genomen, kan alleen maar tot de conclusie komen dat de meeste buitenlandse schrijvers de Nederlander als een bijzonder welwillend mens beschouwen. Nederlanders hebben hun naam dus hoog te houden. Wie goed doet, goed ontmoet, luidt het gezegde tenslotte.

Jammer is alleen dat aan de vooravond van het jaarlijkse Boekenbal sommige allochtone schrijvers al hebben laten weten dat het Boekenweekthema hun de keel uithangt. Tijdens een discussiebijeenkomst, afgelopen maandag in de Amsterdamse Rode Hoed, zei schrijver Abdelkader Benali zelfs dat hij `kortsluiting in zijn hoofd' kreeg van de voorkeursbehandeling van allochtone schrijvers. Terechte kritiek, zou je denken. Want voorkeursbehandelingen leiden tot positieve discriminatie, waarin kwaliteit geen enkele rol speelt. En al zijn er genoeg bijzondere schrijvers onder de allochtonen in Nederland, dan wil dat nog niet zeggen dat al hun literaire keutels onmiddellijk in de Heilige Hallen van de literatuur moeten worden bijgezet. Je kunt je zelfs afvragen of sommige van die uitwerpselen ooit gepubliceerd zouden zijn als ze níet door een allochtone schrijver waren vervaardigd. Abdelkader Benali, auteur van de mooie roman Bruiloft aan zee heeft dan ook groot gelijk wanneer hij als schrijver wil worden beschouwd en niet als schrijvende allochtoon, een circusnummer dat iets uitstraalt van `wat knap dat iemand met zo'n achtergrond ook nog aardig kan schrijven'.

In het Letterkundig Museum in Den Haag zijn de `schrijvende allochtonen' op het eerste gezicht ver in de minderheid. Van de meer dan negentig vertegenwoordigde auteurs, zijn er om precies te zijn twee van allochtone afkomst. Ze heten Hans Sahar en Kader Abdolah. De laatste bereikte in zijn woonplaats Zwolle onlangs de status van ere-allochtoon, sinds het bestuur van de provincie Overijssel hem opdracht gaf een `eigen' provinciaal boekenweekgeschenk te schrijven. Abdolah is hierdoor ongetwijfeld verzekerd van een definitieve plaats in de annalen van de literatuurgeschiedenis. Over het lot van Hans Sahar ben ik niet zeker, hoe groot zijn literaire kwaliteiten ook mogen zijn. Literaire onsterfelijkheid is nu eenmaal een kwestie van geluk en van afwachten.

In de Heilige Hallen van het museum is sinds 1997 een nieuwe permanente tentoonstelling te zien. Het is een overzicht van 250 jaar Nederlandse literatuur, dat begint in de Verlichting met de in het Frans schrijvende en deels in Zwitserland wonende Belle van Zuylen en `gisteren' eindigt met de in New York levende Arnon Grunberg. Het zijn twee schrijvers tussen twee culturen, zoals je ze ook kunt vinden op de deeltentoonstelling over de Indische letteren. Vergeet bovendien niet dat Het Land van Herkomst de titel is van een roman van de Indische schrijver E. du Perron.

In de vele vitrines van het museum liggen onder meer het aantekeningenboekje (met boter-kaas-en-eieren) van de op het katholieke Brabantse platteland geboren joodse schrijver Leon de Winter. Iets verderop hangt een uitvergrote foto van Harry `Homerus' Mulisch, een kind van een Oostenrijkse vader en een Belgisch-joodse moeder dat opgroeide in een benepen Hollands provinciestadje. Ook van hen zou je kunnen zeggen dat ze beïnvloed zijn door een andere cultuur dan die van hun omgeving. Ze moeten zich hierdoor toch net iets anders hebben gevoeld dan hun klasgenootjes.

Nu is het natuurlijk een grote eer om in de Haagse Heilige Hallen te worden opgenomen. Maar hoe kom je er, zullen veel jonge aspiranten zich afvragen? ,,Het is een heel probleem'', beaamt Aad Meinderts, adjunct-directeur van het Letterkundig Museum en maker van de tentoonstelling. ,,We wilden geen encyclopedisch overzicht bieden, maar hebben voor een dwarsdoorsnede van de Nederlandse literatuur gekozen. Bovendien moeten jongere bezoekers van het museum hier hun schrijvende leeftijdgenoten herkennen, zoals Grunberg, die inmiddels geaccepteerd is als een belangrijk schrijver.''

Het land van herkomst speelt echter geen enkele rol in de toelatingseisen van het museum. Aanstaande zondag organiseert het onder de noemer `De allochtone schrijver bestaat niet' zelfs een literaire manifestatie waaruit dat des te duidelijker moet blijken. Meinderts moet toch al niet zoveel hebben van de huidige allochtonenhype. ,,De tweede generatie allochtonen gaat nu schrijven'', zegt hij. ,,Ze nemen andere culturele geluiden mee. Maar als het erop aankomt bestaan allochtone schrijvers niet. Je hebt schrijvers èn je hebt allochtonen.''

En daarmee slaat Meinderts de spijker op zijn kop. Een schrijver is tenslotte een vertolker van zijn eigen denkwereld en niet van die van de groep waaruit hij komt. Een allochtone schrijver is daarentegen eerder een politicus of een strijder voor de emancipatie van een minderheidsgroepering te noemen. En dat is nu juist waarmee echte literatuur zich niet bezighoudt.