Raketparaplu kost Nederland geld

Als West-Europa een uitgebreide Amerikaanse raketverdediging aanvaardt, moet het een volwaardige rol bij de uitvoering krijgen, menen Kees Homan en Bert Kreemers.

De geschiedenis herhaalt zich. Ruim vijftien jaar geleden ontvouwde de Amerikaanse president Reagan `Star Wars', zijn masterplan voor een raketverdediging. De Europese bondgenoten van de Verenigde Staten wisten zich geen raad met de plannen voor een `Strategisch Defensie Initiatief'. Ze balanceerden tussen de vrees voor een verslechtering van de Oost-West-verhoudingen en de angst om Washington af te vallen. Het einde van de Koude Oorlog bevrijdde hen uit dat dilemma.

Het is wrang dat de West-Europese landen weer als lemmingen reageren op de nieuwste Amerikaanse plannen voor een raketverdediging. De Europese bondgenoten behoren anno 2001 zelfbewuster om te gaan met dit soort rimpelingen in de transatlantische verhoudingen. Onder president Clinton liepen ze te hoop tegen de invoering van een beperkt systeem, nu president Bush de weg naar een uitgebreider, ook de bondgenoten overkoepelend systeem is ingeslagen, maakt de een na de ander een forse draai. Bondskanselier Schröder ziet mogelijkheden voor het Duitse bedrijfsleven om een graantje mee te pikken van de ontwikkeling en invoering van een raketverdedigingssysteem. De Zweedse minister van Buitenlandse Zaken gebruikt als voorzitter van de Europese Unie in Washington zalvende taal. Groot-Britannië legt zich neer bij de Amerikaanse plannen en voor Nederland geldt dat ook. Na eerdere `brede zorgen' denkt minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken `niet fundamenteel anders' over de noodzaak iets te doen tegen de dreiging van raketten van een handjevol `schurkenstaten'. Tijdens zijn recente bezoek aan Washington verklaarde hij ,,open te staan voor een rakettenschild'', dat niet ,,als een tent'' over uitsluitend Amerikaans grondgebied zou hangen maar ook de Europeanen zou kunnen vrijwaren van deze dreiging.

Zo wordt de weg gebaand naar instemming met en zelfs medewerking aan het Amerikaanse antwoord op de dreiging van landen als Noord-Korea, Iran en Irak. Nu de nog openstaande netelige vragen over noodzaak en nut van raketverdediging voorlopig terzijde zijn geschoven, moeten de Europese bondgenoten erop letten dat hun eigen belangen niet worden geschaad.

Dat geldt voor de verhouding tussen Rusland en de Europese landen. Invoering van een ongebreideld systeem is in strijd met het ABM-verdrag uit 1972 en kan ernstige gevolgen hebben voor de geloofwaardigheid van de Russische strategische kernmacht. Rusland stelt zich niet meer onverzoenlijk op tegen invoering van een raketverdediging en heeft daarvoor ook voorstellen op tafel gelegd. Hoewel Kremlin hamert op instandhouding van het ABM-verdrag, zijn aanpassing en aanvulling geen taboe. Veel conservatieve politici in het Amerikaanse Congres willen echter niets liever dan het verdrag opzeggen. Dat spoort met een tendens om de VS te ontworstelen aan internationale afspraken. Het hele spectrum van wapenbeheersingsovereenkomsten tot aan de instelling van een internationaal strafhof en de Kyoto-afspraken over het milieu wordt in die kringen als te knellend ervaren. Liever op eigen kracht vriend en vijand weerstaan dan te vertrouwen op internationaal recht en regels.Voor de Europese landen geldt dat alles op alles moet worden gezet om de Amerikaanse druk op afbraak van internationale overeenkomsten een halt toe te roepen.

Het ABM-verdrag verbiedt de overdracht van technologie en componenten voor raketverdediging aan derde partijen. Ook hier ligt een Europees belang. Als Europa er inderdaad voor kiest naast de VS te schuilen onder een `Global Missile Defense', moet het ook een volwaardige plaats in de architectuur van zo'n verdedigingssysteem innemen. De wens van Duitsland en andere Europese landen voor industriële deelneming is een dode letter als daarvoor niet in een nieuw verdrag ruimte wordt geschapen. Om politieke redenen ligt een rechtstreekse Europese betrokkenheid bij het verdrag en de verdere aanpassing hiervan voor de hand. Zonder aanpassing is het voor de Europese bondgenoten alleen mogelijk een verdediging tegen korte-afstandsraketten op te zetten, bestaande uit Patriot-raketten en andere op soortgelijke technologie berustende `theater missile defense'-systemen. Het aangepaste verdrag zou zich uitstrekken tot het grondgebied van de bondgenoten.

Het ABM-verdrag is oorspronkelijk een bilaterale overeenkomst tussen de VS en de toenmalige Sovjet-Unie. In 1997 werden als gevolg van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie naast Rusland ook Kazachstan, Wit-Rusland en Oekraïne partij. Gelet op de Europese belangen zou dat recht ook aan de Europese bondgenoten moeten toevallen. Sterker nog, als de VS het echt menen om de Europese landen volwaardig deel te laten uitmaken van hun verdedigingssysteem en als de Europese landen het verdrag in een nieuwe vorm willen behouden is verdragswijziging onontkoombaar. Tegen internationalisering van onderlinge afspraken bestaan geen volkenrechtelijke bezwaren en er zijn op dat gebied precedenten. Het Alomvattende Kernstopverdrag, waar Nederland partij bij is, heeft de functie van de overeenkomst tussen de VS, de Sovjet-Unie en Groot-Brittannië over het Partiële Kernproefverbod overgenomen.

Meer dan tien geleden betekende het einde van de Koude Oorlog ook het einde van `Star Wars' en Europese pendanten daarvan. In Nederland haalde de toenmalige minister van Defensie, de VVD'er Bolkestein, in 1989 een dikke streep door plannen om Rotterdam te voorzien van een gordel Patriot-raketten. Wil Nederland zich inderdaad wapenen tegen de dreiging uit `schurkenstaten', dan kunnen dat soort plannen weer worden afgestoft. Voordat dat hellende vlak door Nederland wordt beklommen, is het verstandig dat daarvoor ook voldoende financiële ruimte wordt vrijgemaakt. Wellicht is dat in ons land het aanknopingspunt voor een serieuze discussie over dit nieuwe, diep ingrijpende veiligheidsprobleem.

Kees Homan en Bert Kreemers zijn verbonden aan het Instituut Clingendael.