`Parijzenaars zijn geen koude monsters'

Hij praat openlijk over zijn inkomen, zijn seksuele geaardheid, zijn zorgen en zijn plannen. Bertrand Delanoë kan zondag een atypische burgemeester van Parijs worden. Een gesprek.

Hij is eigenaar en bewoner van een appartement van 57 vierkante meter, in de buurt van Boulevard Saint Germain des Prés. Er rust een hypotheek op. Voorts huurt hij een vakantiewoning voor twaalfduizend gulden per jaar (inclusief servicekosten) in Tunesië. In Bizerte om precies te zijn, de plaats waar hij in 1950 geboren werd. Het gaat om een huis in Arabische stijl van 80 vierkante meter, met een tuin van ongeveer 500 vierkante meter. Hij verdient 12.000 gulden bruto per maand, als gemeenteraadslid van Parijs en als lid van de Senaat. Daarvan draagt hij maandelijks achthonderd gulden af aan de partij.

Transparantie à la Bertrand Delanoë, vanaf aanstaande zondag mogelijk de nieuwe, socialistische burgemeester van Parijs. De details zijn te vinden op zijn website, voor hem ,,een nieuwe openbare ruimte voor het democratische debat''.

Hij zegt: ,,Ik wil de Parijzenaars verandering bieden, na het gesjoemel en het affairisme van meer dan honderd jaar rechts bestuur. Daarbij horen eerlijkheid en openheid, en het toeval wil dat die me geen enkele moeite kosten, want ik heb niets te verbergen. Of we zondag winnen of verliezen, ik zal een goed gevoel hebben. De campagne is hoe dan ook zinvol geweest. Ik heb kennis genomen van de verlangens en noden van de Parijzenaars. En ik heb op een waardige manier campagne gevoerd.''

Rustig en zelfverzekerd, en informeel maar afstandelijk, zit Delanoë tegenover zijn bezoeker, in zijn chaotische hoofdkwartier aan de Rue des Juges Consuls, naast het Centre Pompidou. Af en toe wrijft hij zijn ogen uit, steekt een sigaartje op, kijkt op zijn horloge. Zijn ploeg wacht op hem, ze moeten verder met de budgetbesprekingen, van de stad Parijs wel te verstaan. De lijstverbinding met de Groenen is sinds de eerste ronde van de gemeenteraadsverkiezingen, afgelopen zondag, een feit. Her en der moeten wat bedragen verschoven worden. Nee, een compromis kan men de samenwerking nauwelijks noemen. Toen de programma's naast elkaar werden gelegd, bleek hooguit de terminologie af en toe te verschillen. Van de door de Groenen zo gekoesterde trambanen (het nieuwe ei van Columbus in veel Franse steden) willen zij een paar kilometer meer dan Delanoë, omgekeerd willen de socialisten meer groen en voetgangersgebied rondom Boulevard de Sébastopol. Nu ja, de intentie – meer schone lucht en een prettiger leefklimaat voor de Parijzenaars – is dus dezelfde.

Zes van de twintig Parijse arrondissementen sleepte links (Groenen en socialisten) bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen (in 1995) in de wacht. De ,,grote slem'' maakte een einde aan twaalf jaar alleenheerschappij van rechts van burgemeester Jacques Chirac. Afgelopen zondag, bij de eerste ronde van de gemeenteraadsverkiezingen van 2001, verdubbelde de winst van zes jaar geleden: Als aanvoerder van ,,breed links'' kan Delanoë nu burgemeester worden. De tweede ronde, komende zondag, moet uitwijzen of de winst beklijft. Dat daar ,,alle kans'' op is, bestrijdt Delanoë. Bescheiden uit overtuiging corrigeert hij de suggestie: ,,Een kans van één op twee.''

De desalniettemin forse kanshebber Delanoë begon zijn politieke carrière op 23-jarige leeftijd. In 1977 werd hij gemeenteraadslid van Parijs, van 1981 tot 1983 was hij woordvoerder van de Parti Socialiste. Van 1986 tot 1993 verdween hij uit de politiek: ,,Om persoonlijke redenen.'' Vanaf 1995 is hij als gemeenteraadslid één van de felste bestrijders van `het systeem'. Twee jaar geleden verscheen een boek van zijn hand (Pour l'honneur de Paris) over de vriendjespolitiek van burgemeester Jean Tiberi, de één-tweetjes, over het geweld dat de democratie werd aangedaan. En over de gevolgen daarvan: speculatie, het primaat van de auto, het verdwijnen uit de hoofdstad van de minder kapitaalkrachtigen. Ondanks de vooral door Delanoë bepleite toewijzing van 15 procent van de sociale woningbouw aan de zwakste groepen.

Naar eigen zeggen is Delanoë ,,eerst democraat en dan pas socialist''. Hij is altijd in de eerste plaats gemeenteraadslid geweest en is een voorvechter van municipalisation, van `vergemeentelijking' van het van oudsher door de staat overheerste Parijs. ,,Dat willen de Parijzenaars, ze hebben genoeg van alle gemarchandeer, van politiek gedoe, dat niets met hen te maken heeft. Ik heb dan ook niet het gevoel, dat ik een eventuele overwinning te danken heb aan het zo smadelijk en oneervol verdeelde rechtse kamp. Ook partijgenoten die aan mijn kwaliteiten twijfelden, omdat ik niet genoeg `haantje' zou zijn, staan nu achter me. Ik houd van Parijs en zijn bewoners: dat zijn geen koude monsters. Ze begrijpen me als ik duidelijk maak dat er veel moet veranderen maar dat ik tegelijkertijd de ziel van deze stad koester. Het komt erop neer, dat ik mezelf moet blijven om te winnen. Dat is voldoende.''

Delanoë schrijft zijn winst ook toe aan demografische veranderingen. De zogeheten bourgeois-bohèmes, kortweg `bobo's', goed opgeleide kapitaalkrachtige jongeren, zijn fors in aantal toegenomen. ,,Maar men verkijkt zich op de financiële armslag van deze intellectueel goed toegeruste groep. Eén, twee kinderen, en dan zijn ook zij gedwongen om te zien naar een woning buiten Parijs. Dat is niet normaal, ik kom ook voor hen op. In het 16de arrondissement, éém van de rijkste van Parijs, lopen meer dan drieduizend kinderen het risico loodvergiftiging te krijgen door verouderde waterleidingen. Ook dat is onwaardig.''

Delanoë is openlijk homoseksueel. Zeker voor een politicus is dat uitzonderlijk in een land waar het overgrote deel van de homo's boven de veertig jaar het nog niet aan hun moeder verteld hebben. En waar, voor het gemak, het verbodene door menigeen voor `romantisch' wordt versleten. Twee jaar geleden kwam hij `uit de kast', op televisie, ten tijde van de strijd om de PACS, het geregistreerde partnerschap dat overigens nog altijd heel veel minder behelst dan de Nederlandse variant. Het heeft hem in het 3de arrondissement, waar het homoleven zich concentreert, geen windeieren opgeleverd. ,,Ik wilde destijds een zinvolle bijdrage leveren aan het debat. Ik kwam op voor mijn eigen vrijheid, maar ook voor die van de ander. Het heeft in de campagne geen enkele rol gespeeld, en zo hoort het ook. De Parijzenaars zijn slim genoeg: ik heb er nooit één onvertogen woord over gehoord. En mochten mijn tegenstanders er misbruik van hebben gemaakt, dan heeft dat niet mogen baten.''

Delanoë wil dat Parijs toetreedt tot de ,,internationale'' wereld. ,,Parijs moet een keurmerk worden. Het is een schande dat wij als enige wereldstad geen lid zijn van het Internationale Solidariteitsfonds. Ik ben een overtuigd reiziger: je kunt leren van anderen. Ik houd van grote steden. Zoals bijvoorbeeld van Amsterdam, ja, waar ik vooral vroeger vaak kwam. Het stringente parkeerbeleid spreekt me aan en ook de graad van beschaving van die stad. U fronst uw wenkbrauwen, maar u begrijpt heel goed wat ik bedoel, in termen van vrijheid. Parijs heeft prachtige musea, maar de angst overheerst in het culturele en sociale beleid. In een stad als Berlijn durft men veel meer, zoals een partnerschap aangaan met Moskou. Het lijkt mij fantastisch als er een driehoek, met Parijs als derde, ontstaat. Maar ik wil net zo goed de beurs van Parijs promoten: ook zoiets waar rechts nooit naar omgekeken heeft.''

De burgemeesterskandidaat legt zijn rechterhand op zijn hart. ,,Het is een gebaar uit mijn jeugd. Onwillekeurig heb ik het veel gemaakt tijdens mijn campagne. De Noord-Afrikaanse inwoners hebben het begrepen. Ik hoop de rest van Parijs ook. Het symboliseert wat ik met de stad voor heb.''

websitewww.bertrand-delanoe.org