Ieder detail verantwoord

De negentiende eeuw vond hij niet interessant meer. Die stond voor J.H. Isings in het teken van het socialisme, en het socialisme zag hij als de onbetaalde rekening van de kerk. ,,Als iedere gelovige rechtvaardig deed, dan was er geen socialisme en geen communisme ook,'' zei hij op hoge leeftijd, toen hem werd gevraagd waarom hij met zijn schoolplaten in zo'n ver verleden was blijven steken.

Al bij zijn leven was Isings (1884-1977) zodoende ingehaald door de tijd. Voor het moderne onderwijs waren zijn schoolplaten – met hagepreken en zeeslagen, de Rijksdag te Worms en Willem van Oranje in de Raad van State – volstrekt verouderd. En zelfs nu het geschiedenisonderwijs dezer dagen weer enig houvast lijkt te zoeken in de didactiek van vroeger, wordt naar Isings alleen maar lacherig verwezen. De discussie gaat over de vraag of er niet weer wat meer nadruk op feitenkennis moet worden gelegd, maar niemand oppert dat de schoolplaten weer in ere moeten worden hersteld.

Maar die schijn bedriegt. Een jaar of acht geleden heeft de uitgeverij Agteres in Wilsum, gespecialiseerd in onderwijsuitgaven, de Isings-voorraad overgenomen van de schoolplatenuitgever Wolters-Noordhoff. Dat waren geen kartonnen platen meer, maar 100.000 affiches. Daarvan zijn er sindsdien 80.000 verkocht, verklaart directeur H. Agteres. Hij begon met 46 verschillende afbeeldingen, waarvan er nu nog dertien over zijn. Die verkoopt hij per set (94x65 cm), voor ƒ139. ,,En dat loopt nog heel aardig door'', zegt hij.

Isings vervaardigde zijn eerste schoolplaat in 1911, voor een nieuwe reeks Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis van J.B. Wolters. Hij was niet de enige; ook collegae als Cornelis Jetses, Jan Hoynck van Papendrecht, J.H. Jurres en G.B.J. Westermann werkten eraan mee. Isings kreeg opdracht de zeventiende-eeuwse Dam in Amsterdam af te beelden. Dat was `een aanlokkelijk verzoek', schrijft Jan A. Niemeijer in de pas verschenen biografie J.H. Isings, historieschilder en illustrator (uitgeverij Kok, ƒ59,50). ,,Hij kende Amsterdam als zijn broekzak en hij zou dus op bekend terrein kunnen opereren. Hij vroeg nadere bijzonderheden, sprak over de condities en bevestigde dat hij de opdracht graag wilde aannemen. Hij zag het als een grote uitdaging!''

Johan Herman Isings was een Amsterdamse bakkerszoon, wiens enthousiasme voor de ambachtelijke schilderkunst werd gewekt door de schoolplaten van zijn voorganger Charles Rochussen. Dat hij zelf tenslotte de bekendste beoefenaar van het genre zou worden, kon hij toen vanzelfsprekend nog niet weten. Maar allengs vielen de anderen af en bleef hij als enige doorgaan, ondanks het feit dat de uitgever geen royalty's wilde betalen: ,,U moet maar rekenen, dat ook een schilder die zijn schilderij verkoopt, geen nieuw honorarium krijgt als dit schilderij in andere handen overgaat, zoodat dan een schilder ook slechts eenmaal zijn honorarium ontvangt.''

Zijn laatste plaat – de landing van Columbus op het eiland Guanahani – maakte de bejaarde schilder in 1970. Hij was toen een aristocratisch ogend heertje met een puntsikje, maar zijn werkwijze was onveranderd gebleven: ieder detail op de overvolle afbeeldingen verifieerde hij bij musea, studieboeken of andere bronnen. Alles moest kloppen. Pas na zijn dood werd soms een historisch foutje ontdekt. Zoals een te plat afgezaagde boomstam op de plaat met hunebedbouwers, terwijl zo'n karwei toen nog niet met een zaag werd verricht, maar met de stenen bijl die lang zo plat niet zaagde. Maar vaak viel Isings niet op feilen te betrappen; daarvoor ging hij veel te nauwkeurig te werk.

Wezenlijker was de kritiek dat hij de historie schoonpoetste. Hij beeldde geen doden of gewonden af, maar alleen de aanloop tot een veldslag of de zege na afloop. Zelden stonk het op zijn aquarellen. Maar zulke moderne kanttekeningen waren aan Isings niet besteed. ,,Het gaat niet om de bevalling, maar om het kind'', antwoordde hij. ,,Het gaat niet om de pijn van de vrouw die het kind ter wereld brengt, maar hoe het kind is.''

En de geschiedenis lijkt hem gelijk te geven. ,,Het onderwijs is erg thematisch geworden'', zegt uitgever Agteres. ,,De kinderen weten alles over het bouwen door de eeuwen heen, maar Karel V of Willem van Oranje kunnen ze niet plaatsen. Nu ontstaat er toch weer een behoefte aan duidelijke lijnen in de geschiedenis. En in dat kader kan ook Isings weer een didactische rol krijgen. Hij is niet alleen maar van vroeger.''