Het congres en de Zalmnorm

Een kwarteeuw geleden moest de verouderende Starfighter worden vervangen door een nieuw gevechtsvliegtuig. De beoogde opvolger was de Falcon (F-16). PvdA-minister van Defensie Vredeling zou het miljardencontract tekenen. Zijn achterban probeerde daar een stokje voor te steken. Het partijcongres nam een motie aan tegen de aanschaf van nieuwe straaljagers. De bewindsman wimpelde die actie af met de gevleugelde woorden ,,congressen kopen geen vliegtuigen''. Aanstaande zaterdag congresseren de sociaal-democraten weer eens. Bij die gelegenheid brengt het PvdA-bestuur een motie in stemming om de spelregels voor de rijksbegroting te versoepelen. Bepalen congressen het begrotingsbeleid?

Op dit moment geldt in Den Haag de regel dat belastingmeevallers niet beschikbaar zijn om de overheidsuitgaven te verhogen. Extra inkomsten van de fiscus zijn bestemd voor vermindering van de staatsschuld of zij vloeien terug naar de belastingbetalers in de vorm van lastenverlichting. De uitgaven, bijvoorbeeld voor zorg en onderwijs, kunnen alleen omhoog wanneer voor andere posten op de begroting minder geld nodig is. Deze afspraken staan samen bekend als de `Zalmnorm'. De afgelopen drie jaar konden de paarse coalitiepartijen daarmee uit de voeten. Dankzij de gunstige economische ontwikkeling waren voor sociale uitkeringen miljarden guldens minder nodig. De rentebetalingen op de staatsschuld vielen eveneens veel lager uit. Aan die miljarden gaf het kabinet een nieuwe bestemming. Met name zorg en onderwijs kregen méér geld, bovenop de miljarden die het regeerakkoord uit 1998 al voor deze sectoren uittrekt.

Nu heeft het kabinet zijn budgettaire kruit echter verschoten. Sinds enige tijd praten de bewindslieden over de begroting voor het jaar 2002. Minister Zalm heeft aangegeven dat weinig geld voor extra uitgaven te verdelen valt. De belastingmeevallers blijven echter binnenstromen. PvdA en D66 willen een deel daarvan gebruiken om de uitgaven meer te verhogen dan onder de Zalmnorm is toegestaan. Beide paarse partners hebben oog voor de toenemende onlust bij burgers over de schrale kwaliteit van sommige collectief gefinancierde voorzieningen. Ontegenzeggelijk zijn PvdA en D66 debet aan de sluipende kwalitatieve versobering van de collectieve sector. Maar de omstandigheden zijn in de visie van deze partijen radicaal gewijzigd. Aanvankelijk was snoeien onvermijdelijk. Daardoor zijn de collectieve financiën nu min of meer op orde. Daarom kunnen belastingmeevallers – in strijd met bij de kabinetsformatie gemaakte afspraken – thans voor een deel worden omgezet in hogere overheidsuitgaven. Fractievoorzitter Melkert kan rekenen op overweldigende aandacht van het mediacircus wanneer het PvdA-congres overmorgen eist dat de Zalmnorm een kopje kleiner wordt gemaakt. Het is een prachtig thema om de linkse rijen te sluiten. De sociaal-democraten hebben grote behoefte aan een nieuw ideologisch verenkleed. Samen optrekken tegen schatkistbewaarder Zalm prikkelt het bijna afgestorven wij-gevoel. De fractievoorzitter kan zich als beoogd opvolger van de premier zo op een gemakkelijke manier bij de afgevaardigden populair maken. Een congresuitspraak verstevigt bovendien zijn positie jegens VVD-opponent Dijkstal in het steekspel om de begrotingsmiljarden. Commentatoren zullen hoofdzakelijk aandacht besteden aan de politieke gevolgen van een motie tegen de Zalmnorm. Het voortbestaan van de coalitie is mogelijk in gevaar. Maar het gaat om de inhoud. Hier zijn drie redenen waarom de Zalmnorm moet blijven.

Bij het opstellen van het regeerakkoord zijn de coalitiepartijen in 1998 uitgegaan van 2,25 procent economische groei per jaar. Dat cijfer kwam niet uit de lucht vallen. Gemiddeld schommelde de groei de afgelopen decennia tussen 2 en 2,5 procent per jaar. Het destijds afgesproken uitgavenplafond betekent dat in vette jaren geen extra belastinggeld naar de uitgaven gaat. In magere jaren, met minder dan 2,25 procent groei, zijn evenmin bezuinigingen nodig. De Zalmnorm brengt de gewenste bestuurlijke rust.

Stel dat Nederland na 1998 economisch magere jaren had gekend. Naar de ervaring leert vallen de belastingopbrengsten dan tegen. Net als de fiscale meevallers van dit moment zou dat geen gevolgen voor de uitgaven hebben gehad. Melkert zou zich de grootste aanhanger van de Zalmnorm hebben getoond. Deze norm beschermt de uitgaven in slechte tijden. De andere kant van de medaille is dat de overheid in goede tijden geen extra geld mag uitgeven. Wie dat niet accepteert en de spelregels eenzijdig wil veranderen, toont zich een opportunist en ondergraaft het vertrouwen in de politiek.

Laatste argument. Meevallers bij de belastingen verkleinen op dit moment de staatsschuld. Daardoor is steeds minder geld voor rentebetalingen nodig. Zo ontstaat, ook bij de Zalmnorm, vanzelf meer ruimte om andere uitgaven op te schroeven. Het begrotingsbeleid van de afgelopen tien jaar heeft de rente-uitgaven al met miljarden gedrukt. Het geld gemoeid met uitgespaarde rente is dagelijks werkzaam in zorg en onderwijs. Dit beleid verdient het te worden voortgezet, aangezien de vergrijzing van de bevolking de overheidsuitgaven gaat opjagen. Ongetwijfeld zal het PvdA-congres komende zaterdag de motie tegen de Zalmnorm met vrijwel algemene stemmen aannemen. Gelukkig stellen congressen geen begrotingsnormen.