Gelukkig geen geitenbal

Zelfs wie niet van pis de génisse (zeugenborst) houdt, of van choesel (geitenballen), zal moeten erkennen dat Au Brabançon een Brusselse belevenis is. Want in dit restaurant kookt Marie-Jeanne Lucas tot veler tevredenheid ook ándere traditionele Belgische lekkernijen, zoals pens, `ballekes a la sauce tomate', waterzooi en garnalenkroketjes. Au Brabançon is gevestigd in de volkswijk Sint-Joost, waar veel vervallen oude herenhuizen tot goedkope migrantenappartementjes zijn vertimmerd. De vraag is hoe lang nog, want Madame Lucas is van 1919 en heeft na een beroerte zo'n bibberhandje, dat ze nauwelijks de bestelling kan noteren. Maar de keuken bestiert ze met vaste hand slechts geholpen door Marcel, de `garçon', die de vrouwelijke cliëntèle schalks met `la jeune fille' aanspreekt, maar zo te zien ver in de zeventig loopt.

De deur wil maar een klein stukje open, en klapt dan op een stalen pin in de muur. Dat is tegen dieven. Maar het zwarte hondje rent keffend naar de entree en Marcel komt spoedig aansloffen. Het restaurant is zo groot als een gemiddelde huiskamer, witgeverfd en overvloedig verlicht door moderne lampen, type kroonluchter. Er zijn zeven rotan tafels, er hangt vitrage en boven de keukendeur prijkt een portret van koning Albert en koningin Paola. ,,Op u gemak!'' waarschuwt Marcel de papagaai, Brussels voor `hou je gemak'.

Een oud echtpaar uit de buurt eet paardenvlees. Vijf lijvige mannen, die zo te horen recht uit een socialistische partijvergadering komen, bestellen champagne en `bloempanch' (worst) om de overwinning van de voetbalclub Anderlecht te vieren. Marcel, die zelf voor Standard Luik is, zet een enorm blok gezouten boter in vetvrij papier op het roze tafelkleed. En een mand bruin brood. Hij zingt een liedje uit de oude Franse film La Vie est une Longue Fleuve Tranquille uit volle borst met de heren mee. Dan zet hij een fles Pineau des Charentes op tafel, met glaasjes.

Pineau krijg je zelfs in Brussel haast nergens meer. Een aperitief drinken is hier geen nodeloos tijdverdrijf. Bestudering van het handgeschreven menu, gelardeerd met opdrachten en gedichtjes van bekende Brusselse advocaten en politici, vergt al gauw een kwartier. Echte `zinnekes' (`bastaardhonden', zoals de gemengde Brusselse bevolking heet) weten Au Brabançon moeiteloos te vinden, zo blijkt. Toch staat het etablissement in geen enkel gidsje.

Madame Lucas kookte voor de oorlog voor welgestelde families. Maar de tijden veranderden, en ze wilde het koken niet opgeven. Vandaar. Zelfs de stoere partijbonzen komen voor háár: met haar stoofpotten met draadjesvlees en gebakken champignons op tafel wanen zij zich weer bij moeder thuis. Als liefhebbende zonen omarmen zij haar in de keuken en schuiven later een stoel voor haar bij aan tafel. Met Marcel maken ze grappen over vrouwen, maar alleen als de patronne buiten gehoorafstand is.

Zeugenborst en geitenballen hebben ze vandaag niet. Jammer van het experiment maar, toegegeven, wel een opluchting. De garnalenkroketjes dé lakmoesproef om de kwaliteit van een Brusselse keuken te meten - zijn heerlijk krokant. Vet natuurlijk, maar niet té. In de huisgemaakte paté zit veel lever; daar moet je van houden. De tomatenballekes arriveren in een pannetje op tafel, met aardappels erin. Ze zijn ronduit goddelijk, met veel verse tomaten en room. In een ander pannetje zit carbonade zoetig, zacht draadjesvlees gestoofd in Belgisch bier. De huiswijn (een fles waar `Morin' op staat en verder niets) tart het maagzuur, maar de uitgebreide wijnkaart belooft voor een volgende keer alle goeds. Ook voor de volgende keer: crêpes Suzette en allerhande puddingen. Marcel is teleurgesteld, want de desserts van Madame Lucas, zegt hij, zijn bíjna zo goed als die bij hem thuis. Maar wat niet meer gaat, beaamt hij, dat gaat niet meer. Dus krabbelt hij op een Post-it papiertje de rekening: 2250 frank voor twee, zo'n 120 gulden. Niet slecht voor Brussel.

Au Brabançon, 75 Rue de la Commune, 1210 Sint-Joost-ten-Noode, Brussel, 00-3222177191.